donderdag 20 mei 2010

'Gregoriaans dwingt tot bezinning'

Voorbeschouwing Gregoriaans Fest Ravenstein, Brabants Dagblad

Gregoriaans Koor Huisseling treedt op tijdens muziekfestival in Ravenstein.

‘Het zingt eigenlijk vanzelf, je hoeft er niets voor te doen’. Aldus Herman Finkers over zijn grote passie, de Gregoriaanse muziek. Henk van Leeuwen moet er om lachen. De 80-jarige dirigent van het Gregoriaans Koor Huisseling snapt wat de cabaretier bedoelt, maar vindt het te kort door de bocht. “Goed Gregoriaans zingen is juist moeilijker dan veel meerstemmige liederen”, zegt hij, thuis in Oss. “Maar als je er gevoel voor hebt, zou je inderdaad ook mee kunnen zingen op de melodie, zonder nootschrift.”

Een andere uitspraak van Finkers: ‘Als er maar één te groot ego tussen zit, gaat het mis’. Van Leeuwen: “Absoluut! Je moet je nederig opstellen, samen één geheel vormen. Hét kenmerk van het Gregoriaans is één zachte, sonore klank.” Die vorm van samen zingen geeft juist ‘de kick’, aldus de dirigent. “Een bas of tenor moet zich niet laten gelden. Iemand met een bulderstem wordt direct tot de orde geroepen.” Maar bij zijn veertienkoppige ‘schola’ (Gregoriaanse kerkkoor), dat zondag 30 mei optreedt tijdens het Gregoriaans Festival in Ravenstein, is dat eigenlijk nooit nodig.
Het koor waagt zich op het festival ‘héél voorzichtig’ aan ‘modern semiologische’ interpretaties van Gregoriaanse gezangen, vertelt Van Leeuwen met het handboek ‘Graduale Triplex’ in zijn hand. Waarna een college volgt over de verschillende handschriften en de middeleeuwse roots van het Gregoriaans.

Het kerkelijke en het Bourgondische lokten Van Leeuwen en zijn vrouw begin jaren zeventig naar het zuiden. Bijna vijfentwintig jaar woonde het Noordwijkse gezin in Huisseling en Ravenstein, voordat het naar Oss verhuisde. Dertig jaar stond Van Leeuwen aan het roer van het Gemengd Koor Huisseling, de laatste jaren zwaait hij de scepter over het Gregoriaanse ‘schola cantorum’.
Een leven lang is hij al met koormuziek bezig, en ‘frot’ zelf ook wat op de piano. “Al mag dat geen naam hebben.” Op het seminarie van Bergen op Zoom kwam Van Leeuwen in aanraking met het Gregoriaans, en leidde er als jongeling zijn eerste koren. Wat maakt het Gregoriaans zo bijzonder? Van Leeuwen: “Het is een rotwoord, maar ‘de sound’, denk ik. Je herkent het onmiddellijk. Je hebt geen stijlen, maar slechts één eenstemmige muziekvorm. Je ziet de Latijnse woorden als het ware voorbij zweven.”

De spirituele Gregoriaanse muziek (‘Je wordt er helemaal high van’, aldus Herman Finkers) heeft de laatste decennia een hoge vlucht genomen. Van Leeuwen: “Steeds meer mensen vinden het aangrijpend, ook niet-katholieken en niet-religieuzen. Er is behoefte aan contemplatie, als tegenhanger van het concrete, afstandelijke dagelijkse leven. Gregoriaanse muziek dwingt tot bezinning.”
Maar voor veel gelovigen zal het Gregoriaans altijd de religieuze, katholieke ondertoon houden. Waarschijnlijk de reden dat jongeren nog niet massaal warm lopen voor deze ‘seniorensport’. Van Leeuwen: “Als vader vroeger op het koor zat, nam hij zijn kinderen zondags mee naar het koor. Die leerden zo automatisch het Gregoriaans. Maar jongeren komen nog nauwelijks in de kerk, pikken het niet meer op.” Van Leeuwen spreekt uit eigen ervaring. Hij nam zijn kinderen altijd mee. Zijn zoon is nu lid van zijn koor, met zijn 39 jaar de jongste. Hij heeft de smaak te pakken en wil een dirigentenopleiding gaan volgen.

Het optreden van het Huisselingse koor, onderdeel van een oecumenische dienst, wordt live uitgezonden op Radio 5 door de IKON. Spannend, zegt Van Leeuwen. “Het leeft onder de koorleden. Het is een wedstrijdje geworden. Gaan we promoveren of degraderen, zo voelt het. We motten keihard repeteren, want we motten presteren.”

Met de stemvork tegen zijn oor trapt Van Leeuwen die avond de repetitie af in de Nederlands Hervormde Kerk in Ravenstein, de fraaie locatie waar het koor tijdens het festival optreedt. Van spanning is weinig te merken. Tussen de serieuze gezangen door wordt er volop gelachen. Zeker als een van de koorleden de hik krijgt. “Je moet je adem inhouden”, adviseert iemand. “Ja, lekker met dat Gregoriaans”, zegt de hikker. “Ach, als dit tijdens het festival gebeurt, hebben we tenminste wat afwisseling”, grapt de vitale tachtiger Van Leeuwen.
‘Gregoriaans’ ambassadeur Herman Finkers, als bezoeker aanwezig op het Ravensteinse festival, had niet gevatter kunnen reageren.

Het Gregoriaans Koor Schola Huisseling verzorgt tijdens het Gregoriaans Festival zondag 30 mei de muziek tijdens een oecumenische dienst in de NH Kerk in Ravenstein. Aanvang 09.45 uur. De dienst wordt live op Radio 5 uitgezonden. Meer info: www.gregoriaansfestival.nl

maandag 3 mei 2010

Koning van de zigeunertrompet










Balkan beat lijkt een blijvertje. Pionier Boban Markovic speelt woensdag op de Bossche Parade.

door Dieter van den Bergh

Brabants Dagblad 3 mei- Een mooie urban legend, en helemaal des zigeuners: de koperblazende president Clinton zou zo onder de indruk zijn geweest van het trompetspel van Boban Markovic dat hij in 1999 de bombardementen op Servië voortijdig staakte. Voor de goede orde: de regen aan NAVO-bommen had al veel leed veroorzaakt in de regio waar Markovic vandaan komt.
Vanuit het Zuid-Servische dorp Vladicin Han leidde Boban Markovic (1964) jarenlang zijn dertienkoppige ‘orkestar’. Als solotrompettist won hij meerdere keren de gouden trompet op het toonaangevende nationale blaasfestival in Guca. Vier jaar geleden droeg hij het dirigentstokje over aan zijn zoon, trompettist Marko (1988), volgens zigeunertraditie op zijn 18e verjaardag. Marko leidt nu - niet minder virtuoos - het Boban i Marko Markovic Orkestar, een trekker op het Noord-Zuid Bevrijdingsfestival 5 mei in Den Bosch.

Boban Markovic is een pionier van de ‘balkan beat’, zoals we tegenwoordig het crossover-genre aanduiden, waar ook acts als Shantel (Duitsland), Goran Bregovic (Bosnië), Gogol Bordello (VS), Balkan Beat Box (Israël/VS), Amsterdam Klezmer Band en Fanfare Ciocarlia (Roemenië) tot gerekend worden.
Het blaasorkest van Markovic speelde een opzwepende rol op de soundtracks van ‘Arizona Dream’ (1993) en ‘Underground’ (1995), films van de Bosnisch/Servische regisseur Emir Kusturica, op muziek van componist Goran Bregovic. Vooral ‘Underground’ vormde de aanzet tot de wereldwijde opmars van ‘Balkanbrass’. De explosieve blaasmuziek, bijna altijd gespeeld door Roma-zigeuners, groeide - aangelengd met folk, klezmer, dance, rock, punk, hiphop en latin - uit tot ‘balkan beat’. Oosterse fanfares en bands braken door, westerse dj’s stortten zich op de Balkan. Hoewel de hype voorbij is, lijkt balkan beat een blijvertje. Nog steeds worden er veel Balkanfeestjes gehouden, en spelen acts als Balkan Beat Box, Ciocarlia, Shantel en Gogol Bordello voor volle zalen. Balkan beat lijkt mainstream geworden tussen genres als latin, rock en dance.

Alleen op de muzieknetwerksite My Space komt de genre-aanduiding nog niet voor. Daar laat het Markovic-orkest (negen blazers, vier percussionisten) zich indelen bij ‘rootsmuziek’, ‘big beat’ en ‘trance’. Grappig genoeg sluit haar sensuele mix van oosterse coceks, Habsburgse hoempa en marsmuziek, Spaanse rumba, Amerikaanse funk en jazz daar precies bij aan. Het feestelijke ratjetoe is stevig geworteld in de Balkan, met het opzwepende gehalte van de beats zit het wel goed, net als met de trance-impact van de extatische grooves.

Hoewel wij op 5 mei een nationale feestdag vieren, doen de Servische Roma het een dag later dikjes over. Het is niet alleen de verjaardag van Boban, maar ook St. George-dag, ofwel Ederlezi, voor Servische zigeuners dé feestdag van het jaar. Het officieuze Roma-volkslied ‘Ederlezi’ zal ongetwijfeld klinken op de Parade, en zal ook bijval krijgen; het is een balkan beat-megahit.

Van Balkanzigeuners tot Hollandse Guus









Noord-Zuid biedt op 5 mei een ijzersterk programma. “We hebben geluk gehad.”

door Dieter van den Bergh

DEN BOSCH (Brabants Dagblad 3 mei) Caro Emerald, Boban Markovic, Diggy Dex, Guus Meeuwis, Babylon Circus, The Band of Heathens; nooit eerder stonden er zoveel bekende namen op het Noord-Zuid Bevrijdingsfestival in Den Bosch. Heeft het festival er een smak geld bij gekregen? “Was het maar zo, juist niet”, zucht Ivo Cooymans, namens poppodium W2 festivalprogrammeur. “We hebben geluk gehad en zijn er vroeg bij geweest.” Zo werd zangeres Caro Emerald, dé hit van dit jaar, al in november vastgelegd. “Waren we een maand later geweest, dan hadden we het dubbele betaald”, meent de Bossche programmeur. “Bovendien valt 5 mei dit jaar op een woensdag, buiten Nederland een rustige dag op het gebied van festivals en concerten.”

Noord-Zuid is van oudsher het meest wereldse bevrijdingsfestival van Nederland. Maar toen Cooymans in 2007 als programmeur aantrad werd de muzikale koers wat bijgesteld. “Ik ben het meer in de exotica gaan zoeken, muziek die geworteld is in een bepaald land. En dan zo divers mogelijk, het moet voor iedereen een feestje zijn.” Onder de exotica-definitie van Cooymans valt ook ‘rootsrock’, zoals gespeeld door americana-act The Band of Heathens. De Texaanse band timmert internationaal hard aan de weg, en speelt later die dag nog in Dortmund; de reden dat de band opener is, maar ook financieel haalbaar was.
Zelfs afsluiter en ‘helikopter-act’Guus Meeuwis past in het exotica-plaatje van Cooymans. “Hij maakt puur Hollandse liedjes, echte rootsmuziek dus.” Net als Nederhopper Diggy Dex, die samen met de Vlaamse Eva de Roovere de zomerhit van vorig jaar scoorde: ‘Slaap lekker (fantastig toch)’. Omdat de echte Eva niet kon, werd er in een contest gezocht naar een Bossche ‘Eva’. De winnares mag op 5 mei met Diggy meezingen op de Parade.

Vaste waarden op Noord-Zuid zijn de ‘mestizobands’, vaak onbekende groepen die exotische stijlen als ska, latin en afrobeat door elkaar husselen. Dit jaar zijn dit La Chiva Gantiva uit België, Bandista uit Istanbul, en het veel bekendere Babylon Circus, een explosief muziekcircus uit Frankrijk. Cooymans: “Een hele dure band, op het nippertje gelukt.”
Maar meest trots is de programmeur op de komst van het Servische zigeunerblaasorkest van Marko en Boban Markovic (zie profiel). “Daar waren we al langer mee bezig, maar dat lukte niet. Nu bleek dat ze op hun wereldtoer uitgerekend deze dag nog vrij hadden.”


Noord-Zuid Bevrijdingsfestival woensdag 5 mei
Thema is ‘Vrijheid Wereldwijd’
Job Cohen opent om 14.30 het debat op de festivalmarkt
Er zijn twee muziekpodia, een hoofdpodium (Parade) en een lokaal podium (Kerkplein)
The Band of Heathens (VS) opent om 14 uur op de Parade. Verder is er onder meer een optreden van Irieginal Abraham, de Bossche ex-zanger/gitarist van Beef! (15.05-15.45u)
Caro Emerald treedt op tussen 17.15 en 18.05u .
Ambassadeur van de Vrijheid Guus Meeuwis sluit af tussen 23 en 23:45u.
De entree is de hele dag gratis
Info: www.noordzuidbevrijdingsfestival.nl

woensdag 28 april 2010

In Memoriam: Ljiljana Buttler

Zangeres Ljiljana Buttler is overleden. Lees hier een oud interview met haar.

Brabants Dagblad, donderdag 22 mei 2003 - Ljiljana Petrovic was een cultster in ex-Joegoslavie. Als Ljiljana Buttler beleefde de zangeres met de zware stem een opzienbarende comeback met 'The Mother of Gypsy Soul', een plaat vol bloedstollende Roma-liederen.


door Dieter van den Bergh

Ze had haar 'oude dag' maar al te graag doorgebracht in haar eigen land, maar ze kan niet terug. Haar huis is gebombardeerd en het land verkeert in een crisis.
In een Oost-Europees-achtig flatblok aan de rand van Düsseldorf praat Ljiljana Buttler met pijn in haar hart over haar vaderland, Servië. In de huiskamer klinkt Joegoslavische zigeunermuziek. Buttler (1944), een warme, weemoedige mama met gevoel voor zelfspot, is halfbloed Roma; geboren als Ljiljana Petrovic uit een Servische zigeunervader en Kroatische 'burgermoeder'. Sinds 1989 woont ze in Düsseldorf, waar ze trouwde met een Duitser, Herr Buttler.
"Dit is mijn eerste interview. Er bellen veel Duitse journalisten. Ze weten dat ik hier al jaren woon, maar hebben nooit enige interesse getoond. Nu heb ík geen interesse. Laatst stond er nog eentje op de stoep. Ik was de ramen aan het lappen, had een broek aan en was niet opgemaakt. 'Guten Tag Herr Buttler, ist ihre Frau zu Hause? Ik zeg sorry, die is er niet, guten Tag." Een beetje verlegen wordt ze wel van al die plotselinge aandacht. "Ik ben geen ster, ik ben maar een ordinaire huisvouw." Ljiljana Petrovic was een ster. In 1973 maakte ze haar eerste plaat, met de hitsingle Dusko, Dusko, een klassieker in ex-Joegoslavië. Talloze succesvolle platen volgden, deels opgenomen in Bosnië waar ze een aantal jaren woonde. "Ze noemde me in Joegoslavië Mutti von die Zigeunermusik."

Balkanblues
Omdat ze de oorlog voelde aankomen emigreerde Buttler naar Duitsland. Sindsdien heeft ze niet meer gezongen. Ja, twee keer op een familiefeestje. "Om papieren te krijgen ging ik werken. Mijn kinderen moesten eten. Ik heb in fabrieken gewerkt, in keukens, ben poetsvrouw geweest. Muziek speelde geen rol meer in mijn leven." Sinds twee maanden werkt Buttler niet meer, tenminste niet als poetsvrouw. Ze is weer zangeres, en met succes. Haar comebackplaat The Mother of Gypsy Soul is een wereldmuziekhit. De afwisselend droevige en louterende songs over het zigeunerleven zijn meer ingetogen, minder gipsy dan in de jaren zeventig, maar haar lage, soulvolle stem klinkt nog even imposant. "Ze noemen het Balkanblues, maar dat is het voor mij niet. Ik heb veel geluisterd naar soul en gospel. Louis Armstrong, Mahalia Jackson. Zwarte muziek, dat is nieuw voor mij. Ik heb een film gezien over Mahalia, waarin ze in een kerk zingt. Dat beeld heb ik steeds voor ogen gehad."
Op de cd is een glansrol weggelegd voor de Bosnische band Mostar Sevdah Reunion uit Amsterdam. Bandproducer Dragi Sestic, die eerder zigeunerlegende Saban Bajramovic uit de vergetelheid haalde, begon een paar jaar geleden een zoektocht naar de 'verdwenen' Ljiljana Petrovic. Na maanden speurwerk vond hij haar in Düsseldorf. "Hij wilde per se dat ik weer ging zingen", zegt Buttler, "daar had ik helemaal geen zin in. Ik wilde mijn rustige leventje houden. Dragi heeft een jaar lang elke dag gebeld. 'Bitte Mama!' Laat me met rust, zei ik. Maar toen hij me een Servisch krantenartikel liet zien waarin stond dat ik niet meer kan zingen en mijn tijd voorbij is, ging bij mij de knop om. Ik was woest en wilde bewijzen dat ik nog wel kan zingen. Ik ben hem nu dankbaar." Met Mostar Sevdah Reunion begint Buttler binnenkort aan een tournee. Haar tweede concert sinds ruim vijftien jaar is op het Tilburgse Gipsy Festival. Daarna volgen Engeland, Spanje en Oostenrijk. "Ik ben niet bang om het podium weer op te gaan. Het is mijn beroep, dat verleer je niet. Alleen mijn dochter maakt zich zorgen: 'Mutti, je bent oud, je bent achtenvijftig, zou je dit nou nog wel doen?'

donderdag 22 april 2010

zaterdag 17 april 2010

Isole Tremiti: natuurparadijs op zee










De geïsoleerde Tremitische Eilanden vormen een ongerept paradijsje in de Adriatische Zee. Je kunt er uren rondstruinen zonder een mens tegen te komen. Zeker in voor- en najaar. Sinds kort is de archipel eenvoudig en goedkoop te bereiken vanuit Nederland.


Door Dieter van den Bergh

Volgens de legende vormen ze de incarnatie van de strijders van de Griekse held Diomedes, die hier begraven werden op terugkeer uit de Trojaanse oorlog. ‘s Nachts kun je ze bijna menselijk horen huilen, de grote pijlstormvogels, vanuit grotten die ze bewonen samen met zeemeeuwen en slechtvalken. Verder hoor je hier niets dan het klotsen van de zee.
De relatief onbekende Tremitische Eilanden - Isole Tremiti in het Italiaans - vormen een geïsoleerde (bijna) autovrije oase van rust midden in de Adriatische Zee. Een natuurparadijsje met ‘tropische’ cactussen en palmbomen, omringd door kraakhelder smaragdgroen water. Dit alles in een aangenaam mediterraan klimaat. De eilandengroep heeft sinds 1989 heeft de status van maritiem natuurreservaat.

De Tremitische Eilanden behoren tot de Italiaanse regio Puglia en de provincie Foggia en bestaan uit de eilanden San Domino, San Nicola, Capraia, Pianosa en de rots Cretaccio. Ze liggen ten noorden van het bergachtige schiereiland Gargano en zo’n veertig kilometer uit de kust van Termoli. Vanuit dit charmante oude vestingstadje, waarvan het historische centrum op een schiereiland ligt, vertrekt de ferry naar Isole Tremiti. Een oude boot die in voor- en najaar veel te groot is, maar in het hoogseizoen - als veel Italianen uit Bari, Ancona en Pescara naar de eilanden trekken - soms te klein. Al bleef het echte massatoerisme de eilanden (nog) bespaard.
Afwisselend meert de ferry aan op San Domino en San Nicola. Op San Domino bevindt zich alle accommodatie, San Nicola is de historische, administratieve en religieuze ‘hoofdstad’. Tussen beide eilanden, die vierhonderd meter van elkaar liggen, vaart een watertaxi. Ook naar het onbewoonde ‘geiteneiland’ Capraia (ook Caprara genoemd) varen boten. Het 22 kilometer verderop gelegen Pianosa is een beschermd natuurgebied en nauwelijks toegankelijk.
San Domino is 2,6 bij 1,7 kilometer groot en heeft zo’n honderdvijftig bewoners. Het is het grootste Tremitische eiland, maar is in twee uur helemaal rond te lopen. Tenzij je alle zijpaadjes neemt, dan kun je hier gemakkelijk een dag wandelen. Hoewel er op het eiland een paar zandstrandjes zijn, ben je er voor een luxe strandvakantie aan het verkeerde adres. (Grot)duikers kunnen wel hun hart ophalen; de eilandengroep is nog een ontontdekt juweel in de Italiaanse onderwaterwereld. Niet alleen de koralen en vissen zijn een duikattractie, ook het beeld van Padre Pio dat bij Capraia op de zeebodem staat.

Hoewel San Domino in de zomer te boek staat als toeristeneiland, kun je er in voor- en najaar uren door de natuur struinen zonder een mens tegen te komen. Zeemeeuwen zijn er des te meer, die soms in paniek massaal alarm slaan. Wie afdaalt van het centrale pad loopt - fors klimmend en dalend - tegen imposante baaien, kliffen en monolieten aan, zoals de Scoglio dell’Elefante, of tegen grotten, zoals de Grotta del Sale, waar gesmokkeld zout werd bewaard, of de zeventig meter lange Grotta del Bue Marino (‘zeebullgrot’), genoemd naar de zeldzame monniksrob die er sporadisch nog gesignaleerd wordt. Sommige paadjes, langs steile afgronden en buiten de hekjes, lijken alleen gemaakt voor de durfal; inschatten hoe gevaarlijk een pad is, laten de Italianen graag over aan de eigen verantwoordelijkheid.
Hoewel San Domino grotendeels bedekt is met Aleppo-pijnbomen, is de fraaie westpunt begroeid met talloze soorten planten en bloemen, waaronder rozemarijn, jeneverbes, mirte, vijgen en wolfsmelk. Tussen de geurende flora krioelen hagedissen, insecten (de vliegende bidsprinkhaan) en vogels als de gierzwaluw en goudvink. De climax van de tocht is het uitzicht vanaf de oude ‘faro’, de vuurtoren, die ten prooi gevallen is aan de natuur.

Wie met de ‘aqua-taxi’ van San Domino naar het autovrije San Nicola vaart, reist terug naar de middeleeuwen. Het eiland - 42 hectare groot - heeft een imposante geschiedenis en werd al in de tweede eeuw voor Christus bewoond. In de zevende eeuw werden hier de eerste defensiewerken gebouwd, begin elfde eeuw kwamen de Benedictijnen, die het eiland ‘Tuin van het paradijs’ doopten en er de Santa Maria a Mare-abdij bouwden, inclusief vesting tegen piratenaanvallen. Niet alleen de abdij herbergt een schat aan religieus erfgoed, ook de kerk van het antieke complex. Al zijn deze alleen open als je geluk hebt, net als het lokale museum. Op San Nicola zou zich ook het graf van Diomedes bevinden.
Rond de Tweede Wereldoorlog was op het eilandje een strafkolonie gevestigd, voor onder meer de politieke tegenstanders van Mussolini en Siciliaanse maffiosi. Twee millennia eerder stuurde keizer Augustus zijn kleindochter Julia al in ballingschap naar het eiland en ook Karel de Grote zag er de ideale natuurlijke gevangenis in. Al dwalend door het fascinerende labyrint van gangetjes dat de wallen, het klooster en de elfde-eeuwse Badiali-burcht te bieden hebben, is niet veel fantasie nodig om hier een archaïsche strafkolonie bij voor te stellen. San Nicola geeft de bezoeker het gevoel van een verboden spookstadje; niet alleen omdat je overal kan komen, van de wankele kasteeltoren tot de donkere kelders, ook omdat het stadje in voor- en jaar vaak nagenoeg uigestorven is. Dat het op dit geïsoleerde paradijsje - vernoemd naar het Italiaanse ‘tremante’ wat ‘bevend’ betekent - af en toe ook echt kan spoken, bewijzen een weggeslagen pier, een geknakte zendmast en afgebrokkelde kliffen.

Wanneer: De beste periode om naar de Tremitische Eilanden te reizen is het voorjaar (van half februari tot half mei) en het najaar (vanaf half september). Terwijl de locals misschien nog (of al) met mutsen oplopen, zijn de temperaturen voor de Noord-Europeaan zeer aangenaam en staat de natuur volop in bloei. Grote kans bovendien dat je in deze periode een zeldzame toerist bent. Ook in voor- en najaar zijn enkele hotels open, die kamers aanbieden tegen aantrekkelijke laagseizoenprijzen, zoals het vriendelijke Hotel Tramontana.

Hoe: Ryanair vliegt dagelijks vanuit Eindhoven naar Pescara. Vanuit Pescara Centrale (en Pescara Porto Nuova en Pescara Tribunale) rijdt een trein rechtstreeks naar Termoli. Vanuit het vliegveld rijdt de bus (nummer 38) naar het centraal station (1 euro), waar je bijna aansluitend de trein naar Termoli kunt pakken. De treinreis duurt drie kwartier tot één uur en twintig minuten, hangt ervan af of je de duurdere intercity (10 euro voor een enkeltje) of de goedkope stoptrein (4,70 euro) pakt. In Termoli vertrekt dagelijks (in het hoogseizoen meerdere keren per dag) tussen acht en tien uur ’s ochtends een ferry naar de Tremitische Eilanden. De reis duurt een uur tot anderhalf uur, een enkeltje kost buiten het seizoen 15,60 euro. Omdat de boot in de namiddag weer terugvaart is het ook mogelijk een dagtripje te maken. Een prettige uitvalsbasis in Termoli is Pensione Al Pescatore, op steenworp afstand van de ferryhaven. In het hoogseizoen gaan er ook vanuit Pescara (3,5 uur), Ortona en Vasto boten naar Isole Tremiti. Ook kun je er vanuit Foggia met een helikopter komen.

Zie voor vliegtijden www.ryanair.com
Zie voor vaartijden www.traghettilines.it
Zie voor treintijden www.trenitalia.it

dinsdag 23 maart 2010

Interview Bjorn van der Doelen


Varkensfabriek: kracht van de omdraaiing


Vlammende flamenco 'Spaanse Brabander'


(Brabants Dagblad 22 maart)

Vlammende flamenco van 'Spaanse Brabander'

door Dieter van den Bergh

Theaterpubliek heeft soms de neiging om nogal snel mee te gaan klappen zodra er op het podium geklap klinkt, zeker bij een concert. Dit was gistermiddag bij het flamencoconcert van Maurice Leenaars ondoenlijk, gelukkig. De ritmes van de Spaanse ‘handenklappers’ (palmeros) aan zijn zijde waren namelijk onnavolgbaar. De Andalusische flamenco berust voor een deel op improvisatie en is voor westerse begrippen geen gemakkelijke muziek; je weet nooit welke kant het opgaat.
De Tilburger Maurice Leenaars (1966), bijgenaamd ‘de Spaanse Brabander’, is een meester in het pure flamencogenre en na Eric Vaarzon Morel - die soms net wat krachtiger uithaalt - misschien wel de beste Nederlandse flamencogitarist. Gistermiddag presenteerde hij in Theater De NWE Vorst in Tilburg zijn derde cd, El Calor, de hitte, met tien zelfgeschreven instrumentale composities. Na projecten met saxofonist Paul van Kemenade en een Spaanse zanger is het de eerste cd waarop zijn eigen solo’s centraal staan. De plaat werd afgelopen zomer deels in Barcelona opgenomen met een Spaanse percussionist, dankzij bemiddeling van de manager van flamencogrootheid Paco de Lucía. In De Vorst werd Leenaars bijgestaan door de in Nederland woonachtige Spanjaarden Miguel García (cajón), de ijzersterke zanger José Ligero en danser Juan Reyes, en gitarist Paul Hagenaars en saxofonist Guido ‘Beef’ Nijs.
Termen als ‘warmbloedig’, ‘temperamentvol’ en ‘vingervlug’ liggen op de loer, maar Leenaars - al een orkest in zijn eentje - gaat beyond clichés met zijn stoere mannelijke danser, zijn uitstapjes naar andere stijlen en met zijn bezielde spel met dynamiek en compás, het karakteristieke ritme dat zorgt voor een harmonische structuur. Een vorm die vaak hetzelfde is. Dit maakt dat de flamenco voor veel toehoorders vooral iets klagerigs heeft, terwijl het net zo goed euforisch kan zijn. Pijn en vreugde lopen naadloos in elkaar over, ook bij Leenaars, daarom is zijn verhaal achter de compositie vaak geen overbodige luxe. Zoals het verhaal achter het indrukwekkende ‘Companerita Mia’, opgedragen aan zijn gisteren op de dag af drie jaar geleden overleden vriendin en moeder van zijn twee kinderen. Een andere opvallende track is de rustieke ‘Rumba Alzapúa’, opener van de nieuwe cd, maar al een tijdje een heuse YouTube-hit, voor flamencobegrippen dan. Over hits gesproken: de zwoele chanson ‘L’été’ - met saxofoon - is de eerste radiosingle die de Tilburger uitbrengt. De opperste staat van bezieling - de duende, het magische moment waarop muzikanten én publiek volledig in de muziek opgaan - waarde gisteren rond in vele songs, behalve uitgerekend in dit lichtvoetige nummer. Maar dat een Brabander die fulltime van flamenco moet leven ook eens een licht commercieel knievalletje maakt, valt hem in het geheel niet aan te rekenen.

Het concert in De NWE Vorst werd opgenomen door de VPRO en is in april terug te beluisteren op Radio 6. De cd El Calor van Maurice Leenaars is te bestellen via www.mauriceleenaars.com