donderdag 8 juli 2010

Bioscooppremiere Latcho Drom


recensie in BN De Stem vandaag






Kleurrijk zigeunerepos

Klassieke muziekfilm ‘Latcho Drom’ van ‘zigeunerregisseur’ Tony Gatlif beleeft alsnog première op het witte doek. Muzikaal en visueel spektakel wint het van de romantiek.

door Dieter van den Bergh

Clejani, een stoffig zigeunerdorp op de prairie van Roemeens Wallachië, twaalf jaar geleden. Tussen de kalkoenen op de binnenplaats van zijn azuurblauwe lemen huisje lacht Dumitru Baicu (69), alias ‘Cacurica’, zijn bijna tandeloze gebit bloot. Met overslaande oriëntaalse stem brengt de zanger/cimbalist van dorpsorkest Taraf de Haïdouks een sensueel liefdeslied. Speciaal voor zijn Hollandse gasten. Dan is het tijd voor drank; zelfgestookte pruimenwijn met een alcoholpercentage van zo’n tachtig procent. Muziek mag dan levensbehoefte nummer één zijn, drank is twee, want het versterkt de innerlijke krachten. Cacurica toost; “Proost. Op Jezus.” “En op de tziganes”, voegt hij er na z’n eerste slok aan toe. “Dat het ooit goed zal komen.”
Het armoedige Clejani is een belangrijke etappeplaats in ‘Latcho Drom’, ‘goede reis’. De muzikale documentaire van de Frans/Algerijnse regisseur Tony Gatlif, zelf half Roma, vertelt zonder dialogen het verhaal van de zigeunerdiaspora. De reis begint extatisch met wervelende dans en muziek in de woestijn van Rajasthan, volgens de overlevering duizend jaar geleden bakermat van de Roma-cultuur. Via een Egyptische kashba worden de Roma opgejaagd naar de getto’s van Istanbul, naar Roemenië, Hongarije, Slowakije, Frankrijk en eindbestemming Spanje. Overal wordt gemusiceerd, rauw en virtuoos. In Roemenië brengen de Haïdouks een satirische ballade over dictator Ceausescu en wervelende sirba’s op beelden van galopperende paarden, in Slowakije klinkt klaagzang over Auschwitz, in Frankrijk Sinti-jazz van gitaarvirtuoos Tchavolo Schmitt, in Andalusië flamenco van La Caita,
‘Latcho Drom’ werd opgenomen in 1993, en won in Cannes de Un Certain Regard-award. Maar in 1994 werd beslag gelegd op de filmnegatieven. Het bedrijf dat de film produceerde werd onder curatele gesteld en de filmrechten verdwenen in de inboedel. Na lange procedures kwamen onlangs de rechten weer vrij, waardoor de film nu pas in de bioscoop te zien is.
Ondertussen groeiden de latere gipsyfilms van Gatlif, ‘Gadjo Dilo’, ‘Vengo’, ‘Swing’, ‘Exils’ en ‘Transylvania’, uit tot arthousekrakers. Uitbundige films over het harde zigeunerleven, waarin soms schaamteloos alle clichés over de ‘levenslustige’ Roma en Sinti uit de kast worden getrokken: ze spelen allemaal fantastisch viool, dansen woest en losbandig, leven het leven zoals we het allemaal wel zouden willen leven, ook al worden zij overal gehaat en weggebonjourd.
Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld het bijna parodische ‘Transylvania’ stoort dit exotisme in ‘Latcho Drom’ veel minder. De schitterende muziek, de licht geregisseerde korte verhaaltjes, de fraaie beelden van woeste landschappen en grauwe getto’s, winnen het van de romantiek. De film boeit muzikaal en visueel van begin tot eind.
In Clejani is er ondertussen weinig veranderd, al groeide dorpsorkest Taraf de Haïdouks uit tot wereldact. De wegen zijn nog onverhard, de lemen (krot)huisjes staan er nog, vervoer gaat nog steeds per paard en wagen. Net als in de film. Alleen Cacurica is niet meer, hij overleed drie jaar geleden.

‘Latcho Drom’, Tony Gatlif, 103 minuten, première Chassé Cinema 8 juli

dinsdag 6 juli 2010

Een-tweetje tussen Immorales en GGD


Lees verder of luister naar Immorales hier


Seksmuziek tegen soa’s





Reggaetonband Immorales presenteert met GGD cd in Tilburg. Met gratis condooms.

door Dieter van den Bergh

‘Ik wil je Neuken’, ‘Billen trillen’, ‘Wippen’, ‘Likken’, ‘Stop het in je’, ‘Buk’, ‘Show je string’. Het zijn enkele illustere songtitels van reggaetonband Immorales. Wie de volledige songteksten wil lezen, raadpleegt internet, want ze zijn voor in de krant ‘een beetje seksueel getint’, zoals Pimpilinchi Stinki, rapper en gezicht van de groep, het extreem eufemistisch stelt. Als IMMO timmert de band, deels woonachtig op Curaçao, deels in Zuid-Holland, de laatste tijd in Nederland flink aan de weg, en is hier de meest gevraagde band op het gebied van reggaeton, een opzwepende Caribische mix van hiphop, dancehall en bubbling.
Als Immorales is de band al jaren hot in ‘thuisland’ Curaçao. Maar ook controversieel vanwege hun vermeend vrouwonvriendelijke ‘gangsta’-teksten. De Antilliaanse minister van Telecommunicatie kondigde een paar jaar geleden zelfs een radioboycot af voor hun Papiaments- en Nederlandstalige liedjes.
Dat de groep komende zaterdag in de Tilburgse Gallery haar nieuwe cd presenteert, in samenwerking met de GGD Hart voor Brabant, is dan ook verrassend. Een cd die aansluit bij een campagne over soa’s en hiv. De groep heeft zelf de GGD benaderd, zo vertelt ‘Pimpi’, in het dagelijks leven Steve Reenis (30) uit Oegstgeest. “Mensen denken soms dat we lukraak wat schreeuwen om te shockeren. Tja, dat deden we eigenlijk ook. Maar we worden ouder, krijgen kinderen, je gaat dingen anders zien. We willen mensen nu ook op hun verantwoordelijkheden wijzen, jongeren de ogen openen.”
‘Je laatste condoom’ heet het ‘GGD-album’. Pimpi: “Iedereen kent dat gevoel wel van je laatste condoom, je laatste hoop. Wie of wat wordt het? Maar ook: wat moet je daarna, zonder condoom?”
Tijdens de releaseparty geeft de GGD voorlichting en deelt gratis condooms uit. “Het is de perfecte match. Na ons optreden gaan mensen vaak toch bepaalde dingen doen. Maar veel kids weten helemaal niet wat de gevaren kunnen zijn, of ze hebben geen geld voor voorbehoedsmiddelen.”

Nog concessies moeten doen voor de GGD?
“We hebben ons tekstueel wel wat milder opgesteld, ja. Maar we zijn artiesten, weet je, we zoeken constant de grenzen op. (Lachend) Alleen, nóg verder gaan had voor ons geen zin.”

Waarom eigenlijk in Tilburg?
“We dragen Tilburg een warm hart toe. Tilburgers zijn gezellige, ruimdenkende mensen. Ons eerste Nederlandse optreden was er, en we hebben er aardig wat fans.”

Antillianen?
“Ja, ook. Maar we trekken allerlei culturen, daar zijn we altijd verbaasd over. Echt iedereen gaat los op onze feestbeats.”

Jullie ‘seksistische’ liedjes gaan we natuurlijk niet horen in Tilburg?
“Tuurlijk wel, die seksliedjes, daar smeekt het publiek om, juist ook de vrouwen. Weet je, wij vinden zelf dat we nooit immoreel bezig zijn geweest. Het is eerder juist empowerment van de vrouw. Als je goed luistert, zijn we eigenlijk ook een beetje filosofen. Kan het wat we doen? Nee, dat kan niet. Toch doen we het. Begrijp je wat ik bedoel?”

Presentatie ‘Je laatste condoom’ van IMMO(rales), zaterdag 10 juli, The Gallery Heuvelring Tilburg. Met ook o.a. DJ Moortje, entree 2 euro, aanvang 22 uur.
www.immobackstage.com



‘Het gaat om de boodschap’
“We geloven dat deze jongens oprecht achter de safe sex-boodschap staan”, zegt Marta Pape, van Bureau SOA-bestrijding van GGD Hart voor Brabant over Immorales. Doel van de samenwerking met de Antilliaanse reggaetonband is niet alleen een feestje bouwen, maar ook veilig vrijen en de soa- en Sense-spreekuren (voor alle vragen over seks) onder de aandacht brengen. Behalve een cd presenteren GGD en Immorales een videoclip-met-boodschap (‘All Out’), die ook op de muziekzenders te zien zal zijn.
Met de samenwerking mikt het GGD specifiek op Antillianen. “Jonge Antilianen zijn moeilijk te bereiken”, aldus Pape. “Terwijl de onwetendheid op seksueel gebied en het aantal soa’s bij hen hoger is dan gemiddeld.”
Dat de GGD met Immorales een groep in huis haalt met een niet al te beste reputatie, was bekend. Pape: “Natuurlijk is de groep bekend door hun grove taalgebruik, maar jongeren luisteren daar toch naar, dat kunnen we niet veranderen. Bovendien zijn de bandleden milder geworden, ze willen juist een streep zetten onder vrouwonvriendelijkheid. Na wat stevige interne discussies kwamen we tot de conclusie dat dit dé manier kan zijn om de doelgroep te bereiken. Het gaat om de boodschap. Als blijkt dat deze actie nut heeft, zijn we bereid om de samenwerking verder uit te bouwen.”

maandag 21 juni 2010

Recensie Festival Mundial


lees Brabants Dagblad 21 juni!

maandag 14 juni 2010

Recensie Arno Mezz



Gezien: Arno, 11 juni Mezz, Breda.

Arno schreeuwt zichzelf naar grote hoogten

door Dieter van den Bergh

(BN De Stem 12 juni) De een gaat met (pre)pensioen, de ander wandelt naar Santiago of past op zijn kleinkinderen. Arno Hintjens (Oostende 1949) dus niet. Deze junkie van de taal, muziek en podium geeft zijn rock ’n roll-carrière juist een extra boost. ‘Music is the dope’ immers, ‘so let’s get stoned!’
Arno staat midden in het leven, zo maakte hij al duidelijk met het recente ‘Brussld’, zijn beste soloplaat in 25 jaar, maar ook vlammend op de bühne van de stijf uitverkochte Mezz.
Voor wie het flamboyante Vlaamse popicoon met de schorre stem niet kent: denk Gainsbourg, Waits, Beefheart, Adamo, Rotten, Brel, maar dan in één, en toch op en top Vlaams. Waar collega’s na veertig jaar rocken lekker akoestisch het theater in gaan, is podiumbeest Arno geen greintje milder geworden en presteert bijna het onmogelijke, zo bleek in Mezz; hij rockt nog als een new wave-kid. De ingrediënten van zijn dampende Frans- en Engelstalige stamppot: chanson, hoempa, reggae, tango, gruizige funkrock en electro (met vooral dank aan zijn oude partner in crime, toetsenist Serge Feys), en sinds ‘Brussld’ ook Arabisch gekruid, zoals in ‘Ça Monte’. Zelfs het oude ‘Watch out boy’ krijgt nu een Arabische touch. Al begon hij in Breda gewoon in het Vlaams in ‘Brussels’, een hommage aan de ‘absurde’ metropool en aan haar inwoners: ‘Linda, Mustapha, Jean-Pierre, Fatima, Michel & Paul, Les Flamands et les Wallons’.
De peetvader van de Belgenpop en Ridder in de Franse Kunsten en Letteren strompelt en bromt, spuugt, rochelt en hijgt het beste uit zichzelf naar boven in liedjes over katers (‘Black Dog Day’), vrouwen (‘Ginger Red’), lichte zeden, sukkelaars en andere helden. Zingen, daar doet de Brusselaar niet aan: hij schreeuwt of praatzingt.
Ook put hij uit jaren tachtig-repertoire van zijn oude, invloedrijke band TC Matic, zoals de harde waveklassiekers ‘Oh La La La’ en ‘Putain Putain’, maar daar tegenover staan intieme kippenvelsongs als ‘Quelqu’un a touché ma femme’ en ‘Elle pense quand elle danse’, dat werd geschreven, zo vertelt hij, voor een van zijn tienerzonen. Liedjes die zo kunnen worden opgenomen in de Franse chansoncanon. Arno Hintjens is nog immer een veelzijdig fenomeen, van een kaliber dat we in Nederland niet kennen.


donderdag 20 mei 2010

'Gregoriaans dwingt tot bezinning'

Voorbeschouwing Gregoriaans Fest Ravenstein, Brabants Dagblad

Gregoriaans Koor Huisseling treedt op tijdens muziekfestival in Ravenstein.

‘Het zingt eigenlijk vanzelf, je hoeft er niets voor te doen’. Aldus Herman Finkers over zijn grote passie, de Gregoriaanse muziek. Henk van Leeuwen moet er om lachen. De 80-jarige dirigent van het Gregoriaans Koor Huisseling snapt wat de cabaretier bedoelt, maar vindt het te kort door de bocht. “Goed Gregoriaans zingen is juist moeilijker dan veel meerstemmige liederen”, zegt hij, thuis in Oss. “Maar als je er gevoel voor hebt, zou je inderdaad ook mee kunnen zingen op de melodie, zonder nootschrift.”

Een andere uitspraak van Finkers: ‘Als er maar één te groot ego tussen zit, gaat het mis’. Van Leeuwen: “Absoluut! Je moet je nederig opstellen, samen één geheel vormen. Hét kenmerk van het Gregoriaans is één zachte, sonore klank.” Die vorm van samen zingen geeft juist ‘de kick’, aldus de dirigent. “Een bas of tenor moet zich niet laten gelden. Iemand met een bulderstem wordt direct tot de orde geroepen.” Maar bij zijn veertienkoppige ‘schola’ (Gregoriaanse kerkkoor), dat zondag 30 mei optreedt tijdens het Gregoriaans Festival in Ravenstein, is dat eigenlijk nooit nodig.
Het koor waagt zich op het festival ‘héél voorzichtig’ aan ‘modern semiologische’ interpretaties van Gregoriaanse gezangen, vertelt Van Leeuwen met het handboek ‘Graduale Triplex’ in zijn hand. Waarna een college volgt over de verschillende handschriften en de middeleeuwse roots van het Gregoriaans.

Het kerkelijke en het Bourgondische lokten Van Leeuwen en zijn vrouw begin jaren zeventig naar het zuiden. Bijna vijfentwintig jaar woonde het Noordwijkse gezin in Huisseling en Ravenstein, voordat het naar Oss verhuisde. Dertig jaar stond Van Leeuwen aan het roer van het Gemengd Koor Huisseling, de laatste jaren zwaait hij de scepter over het Gregoriaanse ‘schola cantorum’.
Een leven lang is hij al met koormuziek bezig, en ‘frot’ zelf ook wat op de piano. “Al mag dat geen naam hebben.” Op het seminarie van Bergen op Zoom kwam Van Leeuwen in aanraking met het Gregoriaans, en leidde er als jongeling zijn eerste koren. Wat maakt het Gregoriaans zo bijzonder? Van Leeuwen: “Het is een rotwoord, maar ‘de sound’, denk ik. Je herkent het onmiddellijk. Je hebt geen stijlen, maar slechts één eenstemmige muziekvorm. Je ziet de Latijnse woorden als het ware voorbij zweven.”

De spirituele Gregoriaanse muziek (‘Je wordt er helemaal high van’, aldus Herman Finkers) heeft de laatste decennia een hoge vlucht genomen. Van Leeuwen: “Steeds meer mensen vinden het aangrijpend, ook niet-katholieken en niet-religieuzen. Er is behoefte aan contemplatie, als tegenhanger van het concrete, afstandelijke dagelijkse leven. Gregoriaanse muziek dwingt tot bezinning.”
Maar voor veel gelovigen zal het Gregoriaans altijd de religieuze, katholieke ondertoon houden. Waarschijnlijk de reden dat jongeren nog niet massaal warm lopen voor deze ‘seniorensport’. Van Leeuwen: “Als vader vroeger op het koor zat, nam hij zijn kinderen zondags mee naar het koor. Die leerden zo automatisch het Gregoriaans. Maar jongeren komen nog nauwelijks in de kerk, pikken het niet meer op.” Van Leeuwen spreekt uit eigen ervaring. Hij nam zijn kinderen altijd mee. Zijn zoon is nu lid van zijn koor, met zijn 39 jaar de jongste. Hij heeft de smaak te pakken en wil een dirigentenopleiding gaan volgen.

Het optreden van het Huisselingse koor, onderdeel van een oecumenische dienst, wordt live uitgezonden op Radio 5 door de IKON. Spannend, zegt Van Leeuwen. “Het leeft onder de koorleden. Het is een wedstrijdje geworden. Gaan we promoveren of degraderen, zo voelt het. We motten keihard repeteren, want we motten presteren.”

Met de stemvork tegen zijn oor trapt Van Leeuwen die avond de repetitie af in de Nederlands Hervormde Kerk in Ravenstein, de fraaie locatie waar het koor tijdens het festival optreedt. Van spanning is weinig te merken. Tussen de serieuze gezangen door wordt er volop gelachen. Zeker als een van de koorleden de hik krijgt. “Je moet je adem inhouden”, adviseert iemand. “Ja, lekker met dat Gregoriaans”, zegt de hikker. “Ach, als dit tijdens het festival gebeurt, hebben we tenminste wat afwisseling”, grapt de vitale tachtiger Van Leeuwen.
‘Gregoriaans’ ambassadeur Herman Finkers, als bezoeker aanwezig op het Ravensteinse festival, had niet gevatter kunnen reageren.

Het Gregoriaans Koor Schola Huisseling verzorgt tijdens het Gregoriaans Festival zondag 30 mei de muziek tijdens een oecumenische dienst in de NH Kerk in Ravenstein. Aanvang 09.45 uur. De dienst wordt live op Radio 5 uitgezonden. Meer info: www.gregoriaansfestival.nl

maandag 3 mei 2010

Koning van de zigeunertrompet










Balkan beat lijkt een blijvertje. Pionier Boban Markovic speelt woensdag op de Bossche Parade.

door Dieter van den Bergh

Brabants Dagblad 3 mei- Een mooie urban legend, en helemaal des zigeuners: de koperblazende president Clinton zou zo onder de indruk zijn geweest van het trompetspel van Boban Markovic dat hij in 1999 de bombardementen op Servië voortijdig staakte. Voor de goede orde: de regen aan NAVO-bommen had al veel leed veroorzaakt in de regio waar Markovic vandaan komt.
Vanuit het Zuid-Servische dorp Vladicin Han leidde Boban Markovic (1964) jarenlang zijn dertienkoppige ‘orkestar’. Als solotrompettist won hij meerdere keren de gouden trompet op het toonaangevende nationale blaasfestival in Guca. Vier jaar geleden droeg hij het dirigentstokje over aan zijn zoon, trompettist Marko (1988), volgens zigeunertraditie op zijn 18e verjaardag. Marko leidt nu - niet minder virtuoos - het Boban i Marko Markovic Orkestar, een trekker op het Noord-Zuid Bevrijdingsfestival 5 mei in Den Bosch.

Boban Markovic is een pionier van de ‘balkan beat’, zoals we tegenwoordig het crossover-genre aanduiden, waar ook acts als Shantel (Duitsland), Goran Bregovic (Bosnië), Gogol Bordello (VS), Balkan Beat Box (Israël/VS), Amsterdam Klezmer Band en Fanfare Ciocarlia (Roemenië) tot gerekend worden.
Het blaasorkest van Markovic speelde een opzwepende rol op de soundtracks van ‘Arizona Dream’ (1993) en ‘Underground’ (1995), films van de Bosnisch/Servische regisseur Emir Kusturica, op muziek van componist Goran Bregovic. Vooral ‘Underground’ vormde de aanzet tot de wereldwijde opmars van ‘Balkanbrass’. De explosieve blaasmuziek, bijna altijd gespeeld door Roma-zigeuners, groeide - aangelengd met folk, klezmer, dance, rock, punk, hiphop en latin - uit tot ‘balkan beat’. Oosterse fanfares en bands braken door, westerse dj’s stortten zich op de Balkan. Hoewel de hype voorbij is, lijkt balkan beat een blijvertje. Nog steeds worden er veel Balkanfeestjes gehouden, en spelen acts als Balkan Beat Box, Ciocarlia, Shantel en Gogol Bordello voor volle zalen. Balkan beat lijkt mainstream geworden tussen genres als latin, rock en dance.

Alleen op de muzieknetwerksite My Space komt de genre-aanduiding nog niet voor. Daar laat het Markovic-orkest (negen blazers, vier percussionisten) zich indelen bij ‘rootsmuziek’, ‘big beat’ en ‘trance’. Grappig genoeg sluit haar sensuele mix van oosterse coceks, Habsburgse hoempa en marsmuziek, Spaanse rumba, Amerikaanse funk en jazz daar precies bij aan. Het feestelijke ratjetoe is stevig geworteld in de Balkan, met het opzwepende gehalte van de beats zit het wel goed, net als met de trance-impact van de extatische grooves.

Hoewel wij op 5 mei een nationale feestdag vieren, doen de Servische Roma het een dag later dikjes over. Het is niet alleen de verjaardag van Boban, maar ook St. George-dag, ofwel Ederlezi, voor Servische zigeuners dé feestdag van het jaar. Het officieuze Roma-volkslied ‘Ederlezi’ zal ongetwijfeld klinken op de Parade, en zal ook bijval krijgen; het is een balkan beat-megahit.

Van Balkanzigeuners tot Hollandse Guus









Noord-Zuid biedt op 5 mei een ijzersterk programma. “We hebben geluk gehad.”

door Dieter van den Bergh

DEN BOSCH (Brabants Dagblad 3 mei) Caro Emerald, Boban Markovic, Diggy Dex, Guus Meeuwis, Babylon Circus, The Band of Heathens; nooit eerder stonden er zoveel bekende namen op het Noord-Zuid Bevrijdingsfestival in Den Bosch. Heeft het festival er een smak geld bij gekregen? “Was het maar zo, juist niet”, zucht Ivo Cooymans, namens poppodium W2 festivalprogrammeur. “We hebben geluk gehad en zijn er vroeg bij geweest.” Zo werd zangeres Caro Emerald, dé hit van dit jaar, al in november vastgelegd. “Waren we een maand later geweest, dan hadden we het dubbele betaald”, meent de Bossche programmeur. “Bovendien valt 5 mei dit jaar op een woensdag, buiten Nederland een rustige dag op het gebied van festivals en concerten.”

Noord-Zuid is van oudsher het meest wereldse bevrijdingsfestival van Nederland. Maar toen Cooymans in 2007 als programmeur aantrad werd de muzikale koers wat bijgesteld. “Ik ben het meer in de exotica gaan zoeken, muziek die geworteld is in een bepaald land. En dan zo divers mogelijk, het moet voor iedereen een feestje zijn.” Onder de exotica-definitie van Cooymans valt ook ‘rootsrock’, zoals gespeeld door americana-act The Band of Heathens. De Texaanse band timmert internationaal hard aan de weg, en speelt later die dag nog in Dortmund; de reden dat de band opener is, maar ook financieel haalbaar was.
Zelfs afsluiter en ‘helikopter-act’Guus Meeuwis past in het exotica-plaatje van Cooymans. “Hij maakt puur Hollandse liedjes, echte rootsmuziek dus.” Net als Nederhopper Diggy Dex, die samen met de Vlaamse Eva de Roovere de zomerhit van vorig jaar scoorde: ‘Slaap lekker (fantastig toch)’. Omdat de echte Eva niet kon, werd er in een contest gezocht naar een Bossche ‘Eva’. De winnares mag op 5 mei met Diggy meezingen op de Parade.

Vaste waarden op Noord-Zuid zijn de ‘mestizobands’, vaak onbekende groepen die exotische stijlen als ska, latin en afrobeat door elkaar husselen. Dit jaar zijn dit La Chiva Gantiva uit België, Bandista uit Istanbul, en het veel bekendere Babylon Circus, een explosief muziekcircus uit Frankrijk. Cooymans: “Een hele dure band, op het nippertje gelukt.”
Maar meest trots is de programmeur op de komst van het Servische zigeunerblaasorkest van Marko en Boban Markovic (zie profiel). “Daar waren we al langer mee bezig, maar dat lukte niet. Nu bleek dat ze op hun wereldtoer uitgerekend deze dag nog vrij hadden.”


Noord-Zuid Bevrijdingsfestival woensdag 5 mei
Thema is ‘Vrijheid Wereldwijd’
Job Cohen opent om 14.30 het debat op de festivalmarkt
Er zijn twee muziekpodia, een hoofdpodium (Parade) en een lokaal podium (Kerkplein)
The Band of Heathens (VS) opent om 14 uur op de Parade. Verder is er onder meer een optreden van Irieginal Abraham, de Bossche ex-zanger/gitarist van Beef! (15.05-15.45u)
Caro Emerald treedt op tussen 17.15 en 18.05u .
Ambassadeur van de Vrijheid Guus Meeuwis sluit af tussen 23 en 23:45u.
De entree is de hele dag gratis
Info: www.noordzuidbevrijdingsfestival.nl

woensdag 28 april 2010

In Memoriam: Ljiljana Buttler

Zangeres Ljiljana Buttler is overleden. Lees hier een oud interview met haar.

Brabants Dagblad, donderdag 22 mei 2003 - Ljiljana Petrovic was een cultster in ex-Joegoslavie. Als Ljiljana Buttler beleefde de zangeres met de zware stem een opzienbarende comeback met 'The Mother of Gypsy Soul', een plaat vol bloedstollende Roma-liederen.


door Dieter van den Bergh

Ze had haar 'oude dag' maar al te graag doorgebracht in haar eigen land, maar ze kan niet terug. Haar huis is gebombardeerd en het land verkeert in een crisis.
In een Oost-Europees-achtig flatblok aan de rand van Düsseldorf praat Ljiljana Buttler met pijn in haar hart over haar vaderland, Servië. In de huiskamer klinkt Joegoslavische zigeunermuziek. Buttler (1944), een warme, weemoedige mama met gevoel voor zelfspot, is halfbloed Roma; geboren als Ljiljana Petrovic uit een Servische zigeunervader en Kroatische 'burgermoeder'. Sinds 1989 woont ze in Düsseldorf, waar ze trouwde met een Duitser, Herr Buttler.
"Dit is mijn eerste interview. Er bellen veel Duitse journalisten. Ze weten dat ik hier al jaren woon, maar hebben nooit enige interesse getoond. Nu heb ík geen interesse. Laatst stond er nog eentje op de stoep. Ik was de ramen aan het lappen, had een broek aan en was niet opgemaakt. 'Guten Tag Herr Buttler, ist ihre Frau zu Hause? Ik zeg sorry, die is er niet, guten Tag." Een beetje verlegen wordt ze wel van al die plotselinge aandacht. "Ik ben geen ster, ik ben maar een ordinaire huisvouw." Ljiljana Petrovic was een ster. In 1973 maakte ze haar eerste plaat, met de hitsingle Dusko, Dusko, een klassieker in ex-Joegoslavië. Talloze succesvolle platen volgden, deels opgenomen in Bosnië waar ze een aantal jaren woonde. "Ze noemde me in Joegoslavië Mutti von die Zigeunermusik."

Balkanblues
Omdat ze de oorlog voelde aankomen emigreerde Buttler naar Duitsland. Sindsdien heeft ze niet meer gezongen. Ja, twee keer op een familiefeestje. "Om papieren te krijgen ging ik werken. Mijn kinderen moesten eten. Ik heb in fabrieken gewerkt, in keukens, ben poetsvrouw geweest. Muziek speelde geen rol meer in mijn leven." Sinds twee maanden werkt Buttler niet meer, tenminste niet als poetsvrouw. Ze is weer zangeres, en met succes. Haar comebackplaat The Mother of Gypsy Soul is een wereldmuziekhit. De afwisselend droevige en louterende songs over het zigeunerleven zijn meer ingetogen, minder gipsy dan in de jaren zeventig, maar haar lage, soulvolle stem klinkt nog even imposant. "Ze noemen het Balkanblues, maar dat is het voor mij niet. Ik heb veel geluisterd naar soul en gospel. Louis Armstrong, Mahalia Jackson. Zwarte muziek, dat is nieuw voor mij. Ik heb een film gezien over Mahalia, waarin ze in een kerk zingt. Dat beeld heb ik steeds voor ogen gehad."
Op de cd is een glansrol weggelegd voor de Bosnische band Mostar Sevdah Reunion uit Amsterdam. Bandproducer Dragi Sestic, die eerder zigeunerlegende Saban Bajramovic uit de vergetelheid haalde, begon een paar jaar geleden een zoektocht naar de 'verdwenen' Ljiljana Petrovic. Na maanden speurwerk vond hij haar in Düsseldorf. "Hij wilde per se dat ik weer ging zingen", zegt Buttler, "daar had ik helemaal geen zin in. Ik wilde mijn rustige leventje houden. Dragi heeft een jaar lang elke dag gebeld. 'Bitte Mama!' Laat me met rust, zei ik. Maar toen hij me een Servisch krantenartikel liet zien waarin stond dat ik niet meer kan zingen en mijn tijd voorbij is, ging bij mij de knop om. Ik was woest en wilde bewijzen dat ik nog wel kan zingen. Ik ben hem nu dankbaar." Met Mostar Sevdah Reunion begint Buttler binnenkort aan een tournee. Haar tweede concert sinds ruim vijftien jaar is op het Tilburgse Gipsy Festival. Daarna volgen Engeland, Spanje en Oostenrijk. "Ik ben niet bang om het podium weer op te gaan. Het is mijn beroep, dat verleer je niet. Alleen mijn dochter maakt zich zorgen: 'Mutti, je bent oud, je bent achtenvijftig, zou je dit nou nog wel doen?'

donderdag 22 april 2010

zaterdag 17 april 2010

Isole Tremiti: natuurparadijs op zee










De geïsoleerde Tremitische Eilanden vormen een ongerept paradijsje in de Adriatische Zee. Je kunt er uren rondstruinen zonder een mens tegen te komen. Zeker in voor- en najaar. Sinds kort is de archipel eenvoudig en goedkoop te bereiken vanuit Nederland.


Door Dieter van den Bergh

Volgens de legende vormen ze de incarnatie van de strijders van de Griekse held Diomedes, die hier begraven werden op terugkeer uit de Trojaanse oorlog. ‘s Nachts kun je ze bijna menselijk horen huilen, de grote pijlstormvogels, vanuit grotten die ze bewonen samen met zeemeeuwen en slechtvalken. Verder hoor je hier niets dan het klotsen van de zee.
De relatief onbekende Tremitische Eilanden - Isole Tremiti in het Italiaans - vormen een geïsoleerde (bijna) autovrije oase van rust midden in de Adriatische Zee. Een natuurparadijsje met ‘tropische’ cactussen en palmbomen, omringd door kraakhelder smaragdgroen water. Dit alles in een aangenaam mediterraan klimaat. De eilandengroep heeft sinds 1989 heeft de status van maritiem natuurreservaat.

De Tremitische Eilanden behoren tot de Italiaanse regio Puglia en de provincie Foggia en bestaan uit de eilanden San Domino, San Nicola, Capraia, Pianosa en de rots Cretaccio. Ze liggen ten noorden van het bergachtige schiereiland Gargano en zo’n veertig kilometer uit de kust van Termoli. Vanuit dit charmante oude vestingstadje, waarvan het historische centrum op een schiereiland ligt, vertrekt de ferry naar Isole Tremiti. Een oude boot die in voor- en najaar veel te groot is, maar in het hoogseizoen - als veel Italianen uit Bari, Ancona en Pescara naar de eilanden trekken - soms te klein. Al bleef het echte massatoerisme de eilanden (nog) bespaard.
Afwisselend meert de ferry aan op San Domino en San Nicola. Op San Domino bevindt zich alle accommodatie, San Nicola is de historische, administratieve en religieuze ‘hoofdstad’. Tussen beide eilanden, die vierhonderd meter van elkaar liggen, vaart een watertaxi. Ook naar het onbewoonde ‘geiteneiland’ Capraia (ook Caprara genoemd) varen boten. Het 22 kilometer verderop gelegen Pianosa is een beschermd natuurgebied en nauwelijks toegankelijk.
San Domino is 2,6 bij 1,7 kilometer groot en heeft zo’n honderdvijftig bewoners. Het is het grootste Tremitische eiland, maar is in twee uur helemaal rond te lopen. Tenzij je alle zijpaadjes neemt, dan kun je hier gemakkelijk een dag wandelen. Hoewel er op het eiland een paar zandstrandjes zijn, ben je er voor een luxe strandvakantie aan het verkeerde adres. (Grot)duikers kunnen wel hun hart ophalen; de eilandengroep is nog een ontontdekt juweel in de Italiaanse onderwaterwereld. Niet alleen de koralen en vissen zijn een duikattractie, ook het beeld van Padre Pio dat bij Capraia op de zeebodem staat.

Hoewel San Domino in de zomer te boek staat als toeristeneiland, kun je er in voor- en najaar uren door de natuur struinen zonder een mens tegen te komen. Zeemeeuwen zijn er des te meer, die soms in paniek massaal alarm slaan. Wie afdaalt van het centrale pad loopt - fors klimmend en dalend - tegen imposante baaien, kliffen en monolieten aan, zoals de Scoglio dell’Elefante, of tegen grotten, zoals de Grotta del Sale, waar gesmokkeld zout werd bewaard, of de zeventig meter lange Grotta del Bue Marino (‘zeebullgrot’), genoemd naar de zeldzame monniksrob die er sporadisch nog gesignaleerd wordt. Sommige paadjes, langs steile afgronden en buiten de hekjes, lijken alleen gemaakt voor de durfal; inschatten hoe gevaarlijk een pad is, laten de Italianen graag over aan de eigen verantwoordelijkheid.
Hoewel San Domino grotendeels bedekt is met Aleppo-pijnbomen, is de fraaie westpunt begroeid met talloze soorten planten en bloemen, waaronder rozemarijn, jeneverbes, mirte, vijgen en wolfsmelk. Tussen de geurende flora krioelen hagedissen, insecten (de vliegende bidsprinkhaan) en vogels als de gierzwaluw en goudvink. De climax van de tocht is het uitzicht vanaf de oude ‘faro’, de vuurtoren, die ten prooi gevallen is aan de natuur.

Wie met de ‘aqua-taxi’ van San Domino naar het autovrije San Nicola vaart, reist terug naar de middeleeuwen. Het eiland - 42 hectare groot - heeft een imposante geschiedenis en werd al in de tweede eeuw voor Christus bewoond. In de zevende eeuw werden hier de eerste defensiewerken gebouwd, begin elfde eeuw kwamen de Benedictijnen, die het eiland ‘Tuin van het paradijs’ doopten en er de Santa Maria a Mare-abdij bouwden, inclusief vesting tegen piratenaanvallen. Niet alleen de abdij herbergt een schat aan religieus erfgoed, ook de kerk van het antieke complex. Al zijn deze alleen open als je geluk hebt, net als het lokale museum. Op San Nicola zou zich ook het graf van Diomedes bevinden.
Rond de Tweede Wereldoorlog was op het eilandje een strafkolonie gevestigd, voor onder meer de politieke tegenstanders van Mussolini en Siciliaanse maffiosi. Twee millennia eerder stuurde keizer Augustus zijn kleindochter Julia al in ballingschap naar het eiland en ook Karel de Grote zag er de ideale natuurlijke gevangenis in. Al dwalend door het fascinerende labyrint van gangetjes dat de wallen, het klooster en de elfde-eeuwse Badiali-burcht te bieden hebben, is niet veel fantasie nodig om hier een archaïsche strafkolonie bij voor te stellen. San Nicola geeft de bezoeker het gevoel van een verboden spookstadje; niet alleen omdat je overal kan komen, van de wankele kasteeltoren tot de donkere kelders, ook omdat het stadje in voor- en jaar vaak nagenoeg uigestorven is. Dat het op dit geïsoleerde paradijsje - vernoemd naar het Italiaanse ‘tremante’ wat ‘bevend’ betekent - af en toe ook echt kan spoken, bewijzen een weggeslagen pier, een geknakte zendmast en afgebrokkelde kliffen.

Wanneer: De beste periode om naar de Tremitische Eilanden te reizen is het voorjaar (van half februari tot half mei) en het najaar (vanaf half september). Terwijl de locals misschien nog (of al) met mutsen oplopen, zijn de temperaturen voor de Noord-Europeaan zeer aangenaam en staat de natuur volop in bloei. Grote kans bovendien dat je in deze periode een zeldzame toerist bent. Ook in voor- en najaar zijn enkele hotels open, die kamers aanbieden tegen aantrekkelijke laagseizoenprijzen, zoals het vriendelijke Hotel Tramontana.

Hoe: Ryanair vliegt dagelijks vanuit Eindhoven naar Pescara. Vanuit Pescara Centrale (en Pescara Porto Nuova en Pescara Tribunale) rijdt een trein rechtstreeks naar Termoli. Vanuit het vliegveld rijdt de bus (nummer 38) naar het centraal station (1 euro), waar je bijna aansluitend de trein naar Termoli kunt pakken. De treinreis duurt drie kwartier tot één uur en twintig minuten, hangt ervan af of je de duurdere intercity (10 euro voor een enkeltje) of de goedkope stoptrein (4,70 euro) pakt. In Termoli vertrekt dagelijks (in het hoogseizoen meerdere keren per dag) tussen acht en tien uur ’s ochtends een ferry naar de Tremitische Eilanden. De reis duurt een uur tot anderhalf uur, een enkeltje kost buiten het seizoen 15,60 euro. Omdat de boot in de namiddag weer terugvaart is het ook mogelijk een dagtripje te maken. Een prettige uitvalsbasis in Termoli is Pensione Al Pescatore, op steenworp afstand van de ferryhaven. In het hoogseizoen gaan er ook vanuit Pescara (3,5 uur), Ortona en Vasto boten naar Isole Tremiti. Ook kun je er vanuit Foggia met een helikopter komen.

Zie voor vliegtijden www.ryanair.com
Zie voor vaartijden www.traghettilines.it
Zie voor treintijden www.trenitalia.it