dinsdag 2 februari 2010

Avondjurk 'niet grappig bedoeld'

lees interview met Jeroen van Koningsbrugge hier

Van Lieshout smaakmaker op poëzienacht












(Brabants Dagblad 01-02-10)


Van Lieshout smaakmaker op traditionele poëzienacht

door Dieter van den Bergh

“Goedenavond, welkom in de poëziebus! Bent u een bezoeker, of bent u soms een dichter?” “Ach”, zegt Ted van Lieshout, “ik schrijf wel ‘s een versje, het mag geen naam hebben.”
Ook aangeschoven in de luxe touringcar: dichter Arjen Duinker en lokale poëet Chris van de Ven. En één poëziefan. De reis gaat van Tilburg Centraal naar de 14e Nacht van het Gedicht in het Jan van Besouwhuis in Goirle. Onderweg verzorgt Louis Raaijmakers de poëtische warming-up met werk van optredende dichters. Om te beginnen met Duinker. “En, las hij het zoals je het bedoeld hebt?”, vraagt Van Lieshout. “Ja hoor”, bromt Duinker, “alleen bedoel ik nooit wat.” Bij het voetbalstadion is een opstopping. Supporters staren verbaasd naar de poëziebus. “Hier heb ik een mooie Van Pamelen voor”, zegt Raaijmakers om de spanning te doorbreken, en draagt voor uit ‘Ongeloof’: ‘Soms gaat het mijn verstand al ver te boven/Het horen van zo’n onwaarschijnlijk feitje/Maar nu kan ik mijn oren helemaal niet meer geloven/ Want Willem II staat in het linkerrijtje.’ “Tja, da’s een poos geleden”, verzucht de performer. Als de bus eindelijk Goirle binnenrijdt, komt het gesprek op ‘Misbruik’, het gedicht dat woensdag een grote wedstrijd won. “Ik vind het niks”, zegt Van Lieshout. “Zo leer je het op school.” “Aanstelleritis”, gromt Duinker, “geloof er geen snars van.”
Binnen zorgt Duinker met zijn lichtmystieke poëzie, warme stem en vlekkeloze voordracht voor een fraaie opening. Wetenschapper/dichter Wiljan van den Akker haalt zijn inspiratie uit het alledaagse en laat horen ‘hoe de taal met de dingen weg kan lopen’. “U kent het wel, lig je net lekker in bed, komt er een woord in je op dat met je op de loop gaat.” De intense gedichten van Olaf Douwes Dekker zijn een verademing na de oubollige oud-Hollandse verhalen van Aafke Steenhuis. Met plezierdichter en afsluiter Frank van Pamelen kun je lachen, is het (terechte) idee, maar ook met Ted van Lieshout. De Eindhovenaar, veelgelauwerd dichter/schrijver/illustrator, is de enige echte publiekstrekker, wat wellicht de matige opkomst verklaart. Van Lieshout onderscheidt zich omdat hij schrijft vanuit het perspectief van een kind. Zijn voordracht is cabaretesk, met gedichten die bol staan van heerlijk naïeve, filosofische humor. Van maggiblokjeslikken, het kopen van toiletpapier en olifantenjam tot ontroerende kinderdilemma’s. Vaak autobiografisch, zoals ‘Ik heb u niet verraden’, over de relatie die hij als kind had met een volwassen man: ‘Ik zorg voor u/Ik zorg al honderd duizend miljoen jaren langer voor u dan een kind kan duren/Maar ik zal uw naam niet noemen’.
De serieuze Vlaamse reus Leonard Nolens kan er niet echt om lachen: “Dit is toch wel iets heel anders dan wat ik doe.”
Maar het zijn juist tegendraadse dichters als Ted van Lieshout die - ondanks een gedegen warming-up - voorkomen dat je niet volstrekt uitgeput bent na een avond poëzie ondergaan.

Stand up comedy still going strong











(uit BN/De Stem 28-01-10)


‘Jij en je microfoon, that’s it’

Er was een tijd dat zowat ieder café zijn eigen comedy-avond had. De hype waaide over, maar Publieke Werken in Breda blijft na tien jaar nog stug stand-up comedy programmeren. Met succes. Op 1 februari is er een Comedy Night met kopstuk Bob MacLaren.

door Dieter van den Bergh

De tune van Everybody needs somebody, het teken dat de Comedy Night - de januari-editie - gaat beginnen. MC Neville Raven rent het podium van Publieke Werken op en zet de toon. “Dames vooraan, willen jullie alsjeblieft niet zo met de armen over elkaar gaan staan, het staat zo defensief. Ik beloof het, ik zal niet naar jullie borsten staren.”
Raven heeft de ondankbare taak om publiekstrekker Arie Koomen (‘bekend van tv’) te vervangen. Maar met zijn flitsende anekdotische grapjes heeft de Engelse Amsterdammer al snel de lach aan zijn kont hangen. Als ‘master of ceremonie’ kondigt hij de drie stand-uppers van de avond aan. “Ladies and gentlemen, here is, all the way from Amersfoort, Bert Kosterrrrr!”
Terwijl Raven zich naar het biljart begeeft, beklimt Koster met gevulde bierpul het podium. “Jullie denken natuurlijk, waar is je sigaar? Tja, ik denk, je zult hier wel niet mogen roken, dus die heb ik godverdomme thuis gelaten.” De doorgewinterde stand-upper (58 jaar) cultiveert zorgvuldig het imago van ouwe Amsterdamse zeur met tegenzin in het leven - à la Archie Bunker. In knarsend Jordanees: “Ik kom laatst bij de dokter, had al drie weken last van een goed humeur. Zegt ie: ‘Misschien moet je ’s modderbaden proberen’. Ik zeg: ‘Helpt dat dan?’ ‘Nee’, zegt ie, ‘dat niet. Maar dan ken je alvast wennen aan de grond’.”
Koster is een publieksteaser, al zijn z’n grappen soms jaren oud. Na Koster is het de beurt aan Joke Sitsen, een zeldzame vrouw in het stand-up circuit. Met haar grappen over zwangerschappen en andere ‘vrouwenkwaaltjes’ oogst ze minder succes. “Wel grappig”, grinnikt een bezoeker, “heet je ‘joke’, maar ben je juist helemáál niet grappig.”
De Comedy Night is al jaren een vaste traditie in Café Publieke Werken in Breda. De avond droeg eerder de naam van bierproducenten en een sigarettenfabrikant, nu gebruikt een antiek Fries kruidenbitter de landelijke komedieavonden als uithangbord. De avonden zijn namelijk in trek bij studenten, precies de doelgroep waar de fabrikant op mikt. Wie het drankje nog niet kent, geen probleem: aan de poort krijgt iedereen een gratis glaasje. Vanavond is de kruidenbitter nauwelijks aan te slepen, de opkomst is met zo’n 120 bezoekers groot.
Hoewel het café aan de Sint Annastraat normaal gesproken dicht is op maandag, zet eigenaar Bas Fierst de deuren van zijn zaak graag één keer per maand open voor de Comedy Night. Tien jaar geleden begon hij ermee, in een tijd dat je het nog bijna nergens zag. Steeds meer kroegen gingen stand-up programmeren, maar haakten ook weer af. Zowat als enige in West-Brabant overleefde Publieke Werken de hype, het café bleef stug comedy programmeren. “Ik geloof in stand-up comedy”, zegt Fierst, “maar vooral in kwaliteit. En dat bieden wij.”

“Publieke Werken is een warm bad voor de stand-up comedian”, zegt Edgar Rodrigues Pereira (30), tourmanager van het landelijke Comedy Night-circus. Zijn ouders begonnen vijftien jaar geleden het Comedy Café in Amsterdam, het ‘Paradiso’ voor de stand-upper, dat ook de Comedy Night organiseert. Pereira zag een paar jaar terug onder invloed van tv-programma’s als The Comedy Factory en Raymann is laat (waar Peireira nauw mee samenwerkt) een wildgroei ontstaan aan comedy-avonden. “Daar zat veel bagger tussen. Alleen kwaliteit bleef over, zoals Toomler en Comedy Café dat bieden.”

Headliner van vanavond is Martijn Oosterhuis, die een strakke, licht geëngageerde show neerzet. Met zestien professionele comedyjaren is Oosterhuis, die nog bij De Lama’s speelde, een veteraan in het vak. Wat maakt stand-up anders dan cabaret? “Cabaret is verhalend, zoals een roman, stand-up is een verhalenbundel vol flitsende verhaaltjes. Het is jij en je microfoon, en zo snel en veel mogelijk scoren, that’s it.”
Hoe komt het dat er zo weinig vrouwen actief zijn binnen de stand-up? Oosterhuis zoekt het in biologische factoren: “Een vrouw heeft er geen natuurlijk belang bij om grappig te zijn. Ze moet lief zijn en mooi, en niet grof of grappig. Een man wil juist met humor indruk maken op de vrouwtjes. Het is heel oneerlijk, maar tegen grappige vrouwen heerst een aversie, ze zijn bedreigend, want onnatuurlijk.” Wil een vrouw de lach krijgen, dan moet ze wel verdómd goed zijn, zegt de Amsterdamse comedian. “Zoals bijvoorbeeld Kristel Zweers, een uitzondering.”
Toch zie je in het publiek juist wél veel vrouwen. Oosterhuis weet wel hoe dat komt: “Ze hebben allemaal een contactadvertentie gezet: ‘Gezocht: mannen met humor’.”

Comedy Night, eerste maandag van de maand, Publieke Werken, Sint Annastraat Breda, aanvang 20u, entree negen euro. Info: www.sonnema.nl.

maandag 25 januari 2010

Dag van het Vinyl 013


lees het verslag hier

Tweede Cultuurnacht Breda


(uit BN/De Stem 23 januari)

Feestend cultuur snuiven in galmend Breda

door Dieter van den Bergh

BREDA - “Pap, we zouden nu toch naar het Breda’s Museum gaan?” “Maar mam, ík wilde juist naar het Chassé.” Een gezin met tienerkinderen worstelt bij de uitgang van de bibliotheek met een dilemma, een luxeprobleem eigenlijk; want waar ga je heen tijdens de Cultuurnacht? Het passe-partout van zes euro biedt toegang tot tientallen optredens en exposities en tot vrijwel alle musea van de stad. Met weliswaar gratis vervoer (per bus of paardentram), maar alles zien in ondoenlijk. Ruim dertig musea, theaters, poppodia en andere kunst en cultuurinstellingen - meer dan vorig jaar - legden gisteravond tussen zeven en twee de rode loper uit, voor vaak een speciaal, eenmalig programma. Het thema van dit jaar: ECHOoo. Er waren echo’s uit het verleden, zoals de herinneringsbus van Pluspunt op de Grote Markt en het openstelde NAC Museum, er werd gebruik gemaakt van echografie, van lichteffecten, schimmenspel en ‘design-echo’s’, maar ook de echo als geluid werd uiteraard volop aangewend, en niet alleen door het zeer prominent aanwezige Klokkenluiders Gilde Breda.
Alle bekende plekken deden mee, maar ook spannende onbekende, waar je doorgaans niet zomaar binnenwipt of geen ‘live-kunst’ verwacht. Zoals bij uitgeverij De Geus, waar schrijvers als Rachid Novaire en Marian Boyer voorlazen, bij dansgezelschap De Stilte, dat een fraai spel van golven en repeterende ritmes opvoerde, of bij de Oude Vest 4, het oude postkantoor waar in het monumentale trappenhuis het mysterieuze oorlogsverleden van het pand op multimediale en geëngageerde wijze werd ontrafeld door de daar gevestigde creatieve bedrijfjes. Kers op de taart hier was ‘het uitzicht over de Cultuurnacht’ vanuit de hoge toren, waar je normaal gesproken niet zomaar belandt. Het pas geopende Gebouw C aan de Reigerstraat pakte uit met een foto-expositie en een geïmproviseerde filmzaal, waar de bezoeker korte films kon kijken, al liggend op een comfortabel Fatboy-bedje.
Ook het treinstation werd benut. De aloude kleurrijke tegeltjestunnel kreeg er een extra dimensie bij dankzij een kameleontisch lichtspel van IDFX. Met hun ‘echo van licht’ - een ode aan ‘tegeltjesontwerper’ Peter Struycken - pimpte ze de poort naar Belcrum, waar een belangrijk deel van het programma plaatsvond. Zoals in KOP, waar een experimenteel violiste op originele wijze weerklank vond bij een danseres. Maar dé verrassing van de avond schuilde in een klein hoekje aan de Belcrumhaven; het Aardappel Imperium (hAI), sinds dit najaar gevestigd in de tekenkamer van de oude Backer & Rueb Machinefabriek. Achter het minuscule undergroundcafé blijkt een fraaie galerie te schuilen vol heerlijke designgadgets en kunst.
Het was soms dringen en zweten, zoals bij expositieruimte Plaats, waar het moderne jazzensemble Airkraft optrad, of bij café Het Hijgend Hert, waar het nieuwe Bredase kunstenaarscollectief Subuk de zintuigen prikkelde met een kartonnen multimediale machine waar je doorheen kon lopen. Maar wachtrijen konden de pret niet drukken; de feeststemming nam alleen maar toe. Want laat op de avond kon er natuurlijk ook gedanst worden. Niet alleen de arty-farty-disco in het Aardappel Imperium had zijn aanvang genomen, op meerdere plekken draaiden de voor de gelegenheid opgestelde deejays op volle toeren.
Een cultuurnacht om te koesteren, al is het alleen maar omdat het ook wel eens lekker is om laat op de avond met de jas nog aan en een biertje achter de kiezen al zappend high culture te snuiven.

vrijdag 22 januari 2010

Respect! Hiphop op Wereldpodium

lees de aankondiging hier

Van Tsai Ming-liang tot Nicolas Cage







Van underground tot Hollywood, van kinderfilm tot wereldcinema; Film Festival Rotterdam, voor de betere cinema, staat weer voor de deur. Met tientallen premières.

Lees verder in de papieren editie van BN/De Stem van 20 januari

donderdag 21 januari 2010

Interview Angelique Kidjo











(Brabants Dagblad, 20 januari 2010)

“Dit is het verhaal van mijn jeugd”

Afro-ster en activiste Angelique Kidjo maakt plaat met pop uit haar jeugd. Op 31 januari staat ze in 013.

door Dieter van den Bergh

Met kerst was ze nog ‘thuis’ in kuststad Cotonou in Benin, om de 83e verjaardag van haar moeder te vieren. De eerste verjaardag zonder haar vader, die vorig jaar overleed. De liedjes van haar plaat Oyo heeft hij nooit gehoord. Helaas niet, zegt zangeres Angelique Kidjo vanuit New York, waar ze woont met haar man, de muzikant Jean Hébrail, en hun 17-jarige dochter Naïma. Ze is benieuwd wat hij van haar versie van Petite Fleur zou vinden. Het oude liedje van New Orleans-klarinettist Sidney Bechet was zijn favoriet.
“Dit is het verhaal van mijn jeugd”, zegt Kidjo over Oyo (schoonheid). De plaat staat vol herinneringen aan haar Beninse jaren, die haar muzikaal vormde. Afrikaanse songs, zoals Atcha Houn, het eerste lied dat ze als zesjarige voor publiek zong, maar vooral funk en soul van artiesten als James Brown, Curtis Mayfield en Aretha Franklin. ‘Hadden jullie die muziek dan vroeger in Afrika?, vragen ze Kidjo niet zelden verbaasd. “Ja”, antwoordt de zangeres dan lichtelijk geïrriteerd, “en we reden ook niet meer op olifanten.”
Kidjo (Ouidah 1960) groeide op in een ‘educated family’, zoals ze zelf zegt. Haar vader, opgeleid in Dakar en Parijs, ging om met intellectuelen. Iedereen móest naar school, vonden ze thuis. En sporten. Want als je lichaam gezond is, kun je alles beter. Ook musiceren. “Mijn vader vond dat we een muziekplicht hadden omdat we talentvol waren. Zelf speelde hij banjo in een jazzband; Sinatra, Armstrong, Nat King Cole, de crooners. Hij speelde vaak na het avondeten voor ons. Mijn moeder was klarinettist en choreograaf en mijn broer speelde westerse soul en rock. Muziek die op de radio werd gedraaid en die je in de platenzaken kon kopen. Tot 1972 dan, toen de dictator westerse muziek in de ban deed. Pas op mijn twaalfde ging ik me afvragen waarom er zwarte mensen op die Amerikaanse elpeehoezen stonden: hoe kon je én Afrikaans én Amerikaans zijn. Toen leerde ik over de slavernij.”
Oyo verschijnt dertig jaar na Kidjo’s debuut Pretty (1980), waarmee ze haar naam vestigde in West-Afrika. Drie jaar later slaat de zangeres op de vlucht voor het marxistische regime van Mathieu Kérékou. “Zes jaar heb ik niet met mijn ouders kunnen praten, verschrikkelijk. Ik zat op een flatje in Frankrijk en keek Out of Africa op tv. Ik jankte het uit. Hoe romantisch die film ook is, dat was op dat moment mijn link met Afrika. Ik rook de lucht, de bomen, de planten. It doubled my pain.” Het thema van Out of Africa belandde op Oyo.
De plaat is overgoten met die typische Kidjo-saus; een crossover van Afrikaanse muziek, funk, r&b, soul en hiphop. Al zijn het dit keer vooral covers, zoals I Got Dreams van Otis Redding, Santana’s Samba Pa Ti (met trompettist Roy Hargrove), James Brown’s Cold Sweat en Baby I Love You van Aretha Franklin (met Dianne Reeves).
Een ogenschijnlijk vreemde eend in de bijt is Dil Main Chuppa Ke Pyar Ka, titelsong van de Indiase filmkraker Aan (1952). “Bollywood was hier eerder dan Hollywood. Aan heb ik als kind wel tien keer gezien, heerlijk, elke keer weer delfde het kwaad het onderspit.”
Speciale plekjes op Oyo zijn ingeruimd voor de in 1973 gestorven zangeres Bella Bellow uit Togo en voor Miriam Makeba, de in 2008 overleden koningin van de Afrikaanse muziek. Makeba was een vriendin en rolmodel. “Zonder haar was ik niet geworden wie ik nu ben. Meisjes die optraden, dat waren junkies of hoeren. En dus onhuwbaar. Maar toen kwam Miriam, en zag ik dat het wél kon. Ik besloot hetzelfde te gaan doen. Mijn sekse zal nooit bepalend zijn voor wat ik doe, net zo min als mijn huidskleur.”
Sinds 2002 is Kidjo Unicef-ambassadeur. Ook runt ze stichting Batonga, die zich inzet voor onderwijs van Afrikaanse meisjes. Onlangs was ze aanwezig bij de klimaattop in Kopenhagen om aandacht te vragen voor de extreme droogte in veel Afrikaanse landen.
Wil je Afrika helpen, stort dan geen geld, zegt de bevlogen diva, want het verdwijnt. Ga zelf het Afrikaanse veld in, zoals haar muziekvriend en medeactivist, de zanger John Legend onlangs deed. Natuurlijk zei Legend ‘ja’ toen Kidjo hem vroeg voor een duet in Curtis Mayfields Move On Up.
Zonder haar liberale en muzikale vader had ze artiesten als Curtis Mayfield nooit ontdekt. Dus droeg ze Oyo aan hem op. “Waar hij nu ook is, ik hoop dat hij deze plaat kan beluisteren, zodat hij ziet dat ik aan mijn muziekplicht heb voldaan.”

Angelique Kidjo, 31 januari, Grote Zaal 013, Tilburg

vrijdag 15 januari 2010

Spartelende lijven & stomende rock










(Brabants Dagblad, 14-01-10)

Spartelende lijven op pompende adrenalinerock

door Dieter van den Bergh

Hoe klinkt het menselijk lichaam als muziekinstrument? Bevreemdend, maar ook een beetje grappig, zo bewijzen drie muzikanten die zich aan het begin van de voorstelling nieuwZwart ritmisch mogen uitleven op weerloze naakte lijven. Met nieuwZwart leveren choreograaf Wim Vandekeybus en zijn ensemble Ultima Vez. wederom een spraakmakende dansvoorstelling af. Wat de Vlaming voor ogen had was een ‘rockconcert zonder in het cliché te vervallen van het bandje dat songs staat te spelen’, zo vertelde hij voor aanvang. Vandekeybus werkte eerder met muzikanten als Arno, Marc Ribot, David Eugene Edwards en David Byrne. Dit keer koos hij voor live-muziek van Mauro Pawlowski, onder meer gitarist van dEUS, die wordt bijgestaan door gitarist Elko Blijweert en drummer Jeroen Stevens. Hun hallucinerende, soms snoeihard pompende (stoner)rock werd de hartslag van een theatraal en poëtisch dansspektakel. De Vlaamse choreograaf selecteerde zeven nieuwe, frisse dansers, een internationaal gezelschap met drie vrouwen en vier mannen tussen de 17 en 21 jaar. Niet per se de beste dansers, maar de meest geschikte voor deze energieke show. “Ik wilde enkel nieuwe bewegingen”, aldus Vandekeybus. Om zijn dansers zo veel mogelijk creatieve vrijheid te geven en zo min mogelijk te beïnvloeden repeteerden ze twee weken in het donker. Donker is het ook bij aanvang van nieuwZwart, als de dansers in glinsterend gouden folie het podium opkronkelen. De knisperende folie, een inventieve vondst, speelt ook naar de climax toe een belangrijke rol.
Wat de kijker voorgeschoteld krijgt, is een apocalyptisch universum, waarin dolende, vaak gekwelde wezens hun oerdriften niet kunnen bedwingen. De kijker wordt nog verder het moeras ingezogen door de duistere teksten van Peter Verhelst, indrukwekkend gedeclameerd door de Australische Kylie Walters, soms à la new wave-poëet Anne Clark. Walters is vanavond het gezicht van de vrouwelijke versie van nieuwZwart, want er is ook een mannelijk variant. Haar Engelse teksten zijn niet boventiteld, bewust niet, zo vertelt Vandekeybus, “want je hoeft niet elk woord letterlijk te nemen, het gaat om associaties.” Associaties met de menselijke evolutie, met voorplanting, geboorte en dood liggen voor de hand in dit existentialistische stuk, waarin de primitieve dierlijke instincten heersen. Dansers kronkelen als larven en rupsen over elkaar, kreunend en hijgend, ze springen als bokken en sprinkhanen rond, spartelen spastisch als een vis op het droge of een schilpad zonder schulp. Ze huppelen rond als naïeve kinderen, omhelzen elkaar liefdevol, maar gaan zich even later even gemakkelijk te buiten aan agressief gedrag en seksueel getinte uitspattingen.
“Het theater moet een andere planeet zijn, een stuk moet vervreemden, zonder per se te provoceren”, zegt Vandekeybus. In deze opzet is de Vlaming ruimschoots geslaagd met dit woeste, fysische spektakelstuk, vol jonge lijven die magistraal bewegen op overdonderde adrenalinerock.

NieuwZwart van Wim Vandekeybus/Ultima Vez en Mauro Pawlowski, gezien 12 januari Chassé Breda. Te zien, 26 januari Theaters Tilburg, 20.15u. Met om 19.15u een inleiding. Ook te zien vanavond in Schouwburg Rotterdam, 20 januari Stadsschouwburg Utrecht, 22 januari Kunstmin Dordrecht.

maandag 11 januari 2010

donderdag 24 december 2009

In search of Gogol: out now!


A Gogol pilgrimage/bedevaart, door Joyce van Belkom/Dieter van den Bergh,
Ukraine 2009, published by teleXpress.
To order/bestellen:
ISBN/EAN 978-90-76937-24-3

dinsdag 15 december 2009

Poels mijmert in Herberg de Troost

lees verder hier

(Protest)stem van de verwende generatie












(uit: BN/De Stem 10 december)

In de titel van zijn bejubelde debuutshow vat cabaretier/muzikant Roy Aernouts het credo van zijn (hedonistische) generatie samen: ‘alles, altijd en overal’. De charmante Vlaming (1980) legt uit.

door Dieter van den Bergh

Het begon allemaal in Nederland, na het winnen van zowel de publieks- als juryprijs op het Leids Cabaret Festival in 2007. Vlaanderen kende Roy Aernouts al als zanger/gitarist en acteur. Hij zong in de Nederlandstalige groep Noppes, in 2005 winnaar van de prestigieuze muziekwedstrijd Nekka. Ook stond Aernouts op de planken met theatergezelschap Het Toneelhuis en speelde in 2002 een hoofdrol (zoon van een Vlaams Blokker) in de controversiële film ‘Kassablanka’.
Aernouts (1980, Zoersel) groeide op in Sint-Job-in-’t-Goor. Als kind ging hij met zijn moeder wel eens winkelen in Breda, veertig kilometer verderop. In 2002 studeerde hij af aan de beroemde Antwerpse toneelschool Studio Herman Teirlinck.
Noppes is opgeheven, maar de cabaretier Aernouts staat nog steeds op de planken met de bassist van de groep, Hannes d’Hoine (1976), vooral bekend van DAAU (Die Anarchistische Abendunterhaltung). Ook staan er nog Noppes-liedjes op zijn theaterrepertoire, zoals het ontroerende ‘Ik ben een meisje’. Het is, naast een hilarisch schlagerlied, een hoogtepunt in zijn eerste avondvullende muziektheatershow ‘Alles Altijd en Overal’.

Alles, altijd en overal?

“Het is een universele titel voor al mijn voorstellingen, ook die ik nog wil maken. Het slaat terug op mijn generatie. De hoeveelheid mogelijkheden die we hebben, waardoor we verwend zijn geraakt. Ik merk dat ook bij mezelf, heb nooit bijzonder veel moeite hoeven doen voor het leven dat ik nu leid. Er is zo’n overaanbod aan alles dat we gemakszuchtig en apathisch zijn geworden.”

Wat doen we eraan?

“Ik pleit voor meer engagement en bezieling, minder doelloosheid. In de voorstelling kom ik via een vriend terecht bij een nieuwe baan. Die baan bestaat er enkel en alleen uit om op een plek te gaan staan. Er is niks en niemand op die plek, wat ik er sta te doen weet ik niet. Maar doelloos is het uiteindelijk niet, want het geeft mij de tijd en rust om na te denken, en om te betogen. Hoe meer tijd je hebt, hoe meer vragen er in je opkomen.”

Je wordt sinds je debuut bejubeld en met superlatieven overladen. Hoe groot is de druk?
“Dat valt wel mee. Ik probeer zo min mogelijk rekening te houden met wat de critici ervan vinden. Positieve recensies werken soms trouwens ook tegen je. Mensen verwachten het meest geweldige en dan valt dat soms tegen. Ik ben overigens best zenuwachtig om een tweede programma te maken. Want die wordt waarschijnlijk behoorlijk anders.”

Hoe anders?
“De muziek wordt belangrijker. Ik wil er ook weer een drummer bij hebben. Eigenlijk wil ik constant muziek hebben op het podium, waarop ik dan vertel en zing. Ik wil meer loskomen van het cabaretgebeuren. Mensen verwachten vaak stand-up comedy, maar ik heb daar weinig mee, ben meer van de verhalen en de liedjes. Ik voel me verwant met zowel Toon Hermans als met Tom Waits. Gisteren kocht ik het nieuwe live-dubbelalbum van Waits. Dat is gewoon cabaret met ontzettend grappige poëzie en verhaaltjes.”

Er wordt beweerd dat je een verleden hebt als kindsterretje, hoe zit dat?
“Wel, ik trad als vijfjarig kind al op, ja. Mijn vader had een impresariaat, die moedigde dat een beetje aan. Ik zong Nederlandstalige liedjes, soms speciaal voor mij geschreven, maar ook covers zoals ‘Ik voel me zo verdomd alleen’. Een heel ander circuit als nu hè, meer het feesttentengebeuren.”

Op internet circuleert een filmpje uit 1984 waarin ene ‘Roy Aernouts’ in het parochiehuis van Rijkevorsel Ciske de Rat ‘doet’ op een playbackshow van Radio Cosmos…
“It wasn’t me! Ik ken dat filmpje. Ik stuitte daarop toen ik op een nacht aan het surfen was. Ik was geshockeerd. [lachend] Ik heb nog een seconde getwijfeld…, maar neen, dat kan helemaal niet, ik was toen drie jaar! Iemand heeft echt gemeend dat ik dat was, bizar.”

‘Alles Altijd en Overal’ van Roy Aernouts: 10 december Schouwburg Tilburg, 11 december De Nobelaer Etten-Leur, 12 december De Kring Roosendaal.

maandag 7 december 2009

Met Ricky & Leo het theater in









Popkenner, schrijver en radiomaker Leo Blokhuis en zijn eega, actrice en zangeres Ricky Koole toerden met het theaterprogramma Harmonium door het land. Hifidelity mocht er een dagje bij zijn. In januari gaat hun nieuwe voorstelling Laagland in premiere.

lees de hele reportage in de papieren editie van Hifidelity #3

Brusselmans: rock 'n rollschrijver in ruste












De Vlaamse schrijver, columnist en ex-drummer Herman Brusselmans (Hamme, 1957) leverde onlangs zijn nieuwe boek Kaloemmerkes in de Zep af. Net als veel van zijn vijftig (!) eerdere boeken is de roman gelardeerd met ‘muziekfragmenten’ en popcitaten.Voor de serie De Muziekbeleving Van… sprak Hifidelity uitgebreid met muziekliefhebber Brusselmans, kort voordat hij - wegens oververmoeidheid - twee jaar in retraite ging in Knokke aan zee.
In de platenkast van de Gentse rock ’n roll-auteur onder meer werk van John Cale, Radiohead, Travoltas, Gorki, The White Stripes, Madrugada en Wolfmother. “Ooit wilde ik een boek schrijven over de muziek die me beïnvloed heeft, in om het even welke betekenis van het woord. Maar ik heb er de puf niet meer voor.”

Lees het hele interview in de papieren versie van Hifidelity # 3

donderdag 26 november 2009

Tussen drama queen en machoman












(BN/De Stem, 26 november 2009)
Hij stond een seizoen lang in musical Cabaret, maar is nu weer terug bij zijn eigen ‘decadente’ glamourcabaret. dEBUT heet de nieuwe ‘personality show’ van ‘Nederduitser’ Sven Ratzke, die inmiddels tien jaar op de bühne staat.

Wie een blik werpt op zijn speellijst - één langgerekt lint van oktober tot maart - krijgt bijna medelijden met Sven Ratzke. “Helemaal niet nodig hoor”, relativeert de zanger/cabaretier. “Vroeger verzon ik er optredens bij, het konden er nooit genoeg zijn. Zoveel mogelijk optreden is altijd mijn droom geweest.”
Ratzke, zelfverklaard ‘showjunk’, kan de komende tijd volop aan de bak met zijn nieuwe show dEBUT. Een Duitse pianist en bassist vergezellen hem. De Nederduitser is een buitenbeentje in de cabaretwereld. Met zijn grotendeels Duitstalige vaudeville-cabaret - een mix van jazz, pop, chanson, show en cabaret - wil hij het nachtleven van Berlijn - de gouden jaren 20 - laten herleven. De variétéwereld waarin zijn Berlijnse voorouders nog actief waren. Als ‘een mix van Marlene Dietrich en Ramses Shaffy’, zo wordt de androgyne verschijning omschreven, of als ‘homme fatale’ en ‘mannelijke diva’. Tijdens een voorstelling kan hij transformeren van drama queen tot macho-showster. Het gaat van burlesk naar bizar, van sentimenteel naar gruwelijk, van kitsch naar haute culture. Dit allemaal onder invloed van artiesten als Marianne Faithfull, Francoise Hardy, David Bowie, Tiger Lillies, Lou Reed, Prince en Falco. Falco, die ‘foute’ Oostenrijkse rockster? “Ja. Misschien heeft hij in Nederland een wat cheapy bijsmaak, maar het is wel iemand die helemaal is opgegaan in de kunstfiguur die hij op het podium was. Daar hou ik van.”
De titel van zijn nieuwe voorstelling is voor meerdere uitleg vatbaar. “Ik ben tien jaar bezig. Toch zijn er nog steeds mensen die vragen: ‘Ben je nou nog steeds niet doorgebroken?’ Voor hen is de cynische titel dEBUT. ‘Hier ben ik dan, met mijn debuut’.”
Van de andere kant voelt het bijna alsof hij debuteert. “Ik heb een seizoen in de musical Cabaret gestaan, en heb deze zomer met een big band op de Parade gespeeld. Ik moest weer een beetje opnieuw beginnen met cabaret.”
dEBUT is een ‘personality show’, zo staat er op het affiche. “Iedereen denkt dan meteen aan artiesten als Tineke Schouten of Karin Bloemen, maar dat is de compleet verkeerde associatie. Je moet eerder richting Bette Midler denken, maar dan nóg hilarischer. Ik geef me meer bloot, reis langs gebeurtenissen uit mijn leven.” Lachend: “Al zijn ze soms maar half waar.”
Als zoon van een (jong gestorven) Nederlandse vader en een Duitse moeder groeide Sven Ratzke op in een hippieklooster in de Ooijpolder, bij Nijmegen. Volgens zijn biografie werd hij in 1977 geboren in een sportwagen vlakbij de Duitse grens. “Bijna waar”, zegt Ratzke. Met een mysterieus lachje: “Meer zeg ik niet. Dat hoor je misschien nog in de voorstelling.”
Het theater lonkte al vroeg. Op zijn zestiende lokte hij publiek de tenten in op theaterfestival Boulevard of Broken Dreams in Den Bosch, vier jaar later begon hij zijn professionele carrière op datzelfde festival met chansons uit Fassbinder-films en van Kurt Weill: Lieder von Huren und armen Mädchen. In 2003 kreeg hij een eigen spiegeltent op De Boulevard, sindsdien speelt hij op de grote theaterfestivals en in theaters in binnen - en buitenland. Maar vooral in Nederland en in Duitsland, waar hij in september een belangrijke kleinkunstonderscheiding kreeg. ‘Grenzmensch’ Ratzke pendelt momenteel tussen zijn favoriete steden Amsterdam en Berlijn.
De shows in Nederland en Duitsland zijn behoorlijk verschillend, vertelt hij. En niet alleen omdat hij in Duitsland in het Nederlands zingt en in Nederland in het Duits. “Het Duitse publiek is conservatiever. Hier zijn alle humor- en taboegrenzen doorbroken, dat is in Duitsland nog lang niet aan de orde. Dus moet ik soms oppassen; als het publiek zich na vijf minuten tegen je keert omdat je te grof bent, tsja, daar heb ik ook niet veel aan.” Ook op het gebied van seks moet hij bij de oosterburen wat voorzichtiger zijn. “Ik doe een sketch rond Tiroler seksfilms, in het porno-Duits van de jaren zeventig. In Duitsland vinden ze dat niet zo grappig. Maar zing ik over ‘neuken in de keuken’ dan liggen ze dubbel. Ja, het is een typisch volkje, die Duitsers.”
Het publiek heeft niet altijd door dat hij soms best grof is, denkt Ratzke. “Theo Maassen kwam na afloop van een show een keer na me toe: ‘Ik vind dat jij heel grof bent’, zei hij, ‘maar je brengt het zo charmant, zo in die Berlijnse sfeer, dat het niet opvalt’. Dat klopt helemaal.”
Ook de ironie van zijn teksten ontgaat zijn publiek wel eens. In Deutsches Sexappeal bejubelt hij de übersexy Duitsers, met hun ‘Lederhosen und gutes Fleisch’. “Ze zien het als een lied voor het goede doel; ‘zie nou wel, wij Duitsers kunnen best sexy zijn’. [lachend] Helemaal aan het einde van het lied denken ze pas, hé, misschien heeft hij het toch iets anders bedoeld.”

dEBUT van Sven Ratzke, 26 november De Maag Bergen op Zoom, 28 november Schouwburg Tilburg, 9 december Chassé Theater Breda.


Het bizarre succes van Kyteman (Popprijs)












(Brabants Dagblad 23 nov-09)
In negen maanden tijd brak Kyteman alle records. Zaterdag gaf zijn hiphoporkest in 013 in Tilburg het één na laatste optreden.

Nee, dit was natuurlijk nóóit de bedoeling, lacht Rob Kramer. Zo’n vijfentwintig jaar draait hij mee in het popcircuit, maar dat een band vanaf haar eerste concert tot het laatste alle zalen uitverkoopt, dat is uniek. We hebben het natuurlijk over Kyteman, alias Colin Benders (1987), met zijn grootse Hiphop Orkest dé muzieksensatie van het jaar. Wat bijna vergeten zou worden: niet alleen superfan Matthijs van Nieuwkerk, maar bovenal Rob Kramer, leider van Productiehuis Oost-Nederland (ON), had een aanzienlijk aandeel in het succes. Zijn Productiehuis, ook bekend van wereldmuziekproject NO Blues, stond een jaar geleden aan de basis van Kyteman’s Hiphop Orkest. Vanwege het aantal muzikanten een enorm duur project met ‘veel gedoe’, zegt Kramer. “We konden tien concerten geven zonder failliet te gaan. Dat werden er ietsje meer. We draaien nu break even. Als we hier aan zouden willen verdienen, moeten we nóg een toer doen. Maar de formule uitmelken is de artistieke dood in de pot.”
Zaterdagavond, negen maanden nadat de band doorbrak op EuroSonic, stond Kyteman’s Hiphop Orkest voor een stijf uitverkochte Grote Zaal van 013, een extra concert, vanwege de overvraag naar kaartjes. Het is de één na laatste etappe van haar zegetocht.
Met dertien muzikanten (waaronder koperblazers, violisten en een cellist) en tien MC’s/rappers stond de Utrechtse bandleider, met scheve pet, op het podium. Het orkest - één bouncende bende met optimale onderlinge chemie - zuigt het publiek mee vanaf de eerste tonen; een daverende instrumentale mix van klassiek, fanfare en dubbassen. Met aan het roer de dansende dirigent Kyteman hopt de big band - fraai uitgelicht in blauw en rood - op een constante flow van stijl naar stijl: van jazz in het melancholieke Sorry - de meest onwaarschijnlijke Top 40-hit van het jaar - naar gospelblues in No More Singing The Blues. Van hardcore hiphop tot reggae in She Blew Like Trumpets, waarbij ‘toaster’ Pax in het wild enthousiaste publiek verdwijnt. En van human beatboxing in Blow The Whistle On ‘Em tot Franse rap van ReaZun, die zich en passant nog even aansluit bij de recente uitspraken van held Herman van Veen.
Kyteman is voor alle leeftijden; zowel tieners als vijftigplussers feesten mee. “Magnifiek! Kyteman is de Mozart van onze tijd”, jubelt een bezoeker uit de laatste categorie. De ingetogen momenten, met trompettist Kyteman solerend als een kronkelende Miles Davis, zijn minstens zo indrukwekkend.
Het Kyteman-circus is nog één keer te zien in Nederland, 11 december in de uitverkochte HMH. Wat het orkest nalaat: een cd (The Hermit Sessions), live-dvd en vooral: verbazing. Wat dat deze weinig commerciële muziek zo massaal zou aanslaan, is bizar. Blijkbaar biedt Kyteman precies het goede op het juiste moment, zegt Rob Kramer. “Blije positieve live-vibes in een crossover van jazz, funk, hiphop en pop.”
Samen met ON richt Benders zich straks op het project ‘Jamsessies’, rond muziek op onverwachte plekken. “Denk aan Pampus of de Mergelgrotten”, aldus Kramer. “Lekker intiem en ongecompliceerd.”

vrijdag 20 november 2009

Van Sefardische folk tot klezmerpunk



Eerste lustrum Jiddisch Festival Tilburg








(Brabants Dagblad 20-11-2009)

Hij ving wel eens wat bruiloftsmuziek op bij de buren van de synagoge; gezellig, vond hij, maar meer ook niet. De klezmer, de bekendste joodse muziek, ging voor Bartho van Straaten, programmeur van jazzpodium Paradox en het Jiddisch Festival, pas echt leven toen belangrijke jazzmuzikanten in New York met het genre aan het experimenteren sloegen. Zie The Knitting Factory, John ‘Radical Jewish Culture’ Zorn en zijn label Tzadik met acts als Uri Caine, Sex Mob en Marc Ribot. “Waanzinnige kruisbestuivingen”, zegt Van Straaten. “De klezmer was in één klap van het oubollige imago af.”

Kruisbestuivingen
Het Jiddisch Festival, dat komend weekend voor de vijfde keer wordt gehouden, werd een festival der kruisbestuivingen, met een belangrijk aandeel voor joods-Amerikaanse jazzmusici. New York is sinds jaar en dag het creatieve centrum van de moderne klezmer. Want terwijl de Holocaust de joodse cultuur inclusief de klezmer wegvaagde uit de ‘shtetls’ van Oost-Europa en een deel van de Balkan, overleefde de muziekstijl in Amerika, waar ze tijdens de grote joodse emigratiegolf eerder was heen verscheept.

Klezmer Madness
Uit de ‘Big Apple’ komt dit jaar de hoofdact: Klezmer Madness rond David Krakauer, een joodse klarinettist uit New York. Zijn rol binnen de klezmer? Enerzijds ‘het joodse’ in de muziek behouden, zoals de Jiddische taal en het traditionele repertoire, anderzijds de klezmer uit het museum weghouden. Dat laatste doet de New Yorker, die speelde met Klezmatics en funkgrootheden Fred Wesley en Pee Wee Ellis, door moderne jazz, rock, funk, hiphop en dance aan zijn mix toe te voegen, geholpen door de Canadese dj en sample-kunstenaar Socalled.

Balkan beat
Het is een ‘ongelooflijk interessante tijd’ om klezmer te spelen, volgens Krakauer; het joodse bewustzijn groeit en Europeanen herontdekken de klezmer, ‘een deel van de ziel van het continent’. Een grote rol in deze herwaardering is weggelegd voor het ‘world beat-fenomeen’, zoals Krakauer het noemt, de crossover van wereldse stijlen, met een belangrijk aandeel voor de klezmer. Binnen de world beat is weer een belangrijke rol weggelegd voor de hippe dansstroming ‘Balkan beats’, waarin klezmer een grote rol speelt. Tijdens het Jiddisch Festival klinkt Balkan beat van de jonge band Kasha Nasha (geïnspireerd door Zorn, Klezmer Madness en Shantel) en het tienkoppige Delftse L’Chaim. Een buitenbeentje is Geoff Berner, een ‘streetwise’ Canadees met indringende, punky klezmer, een soort joodse Beirut.
Maar Jiddische muziek is meer dan klezmer. Zo laat de Israëlische hobo-improvisator Yoram Lachish zich, ondersteund door het Nederlandse Rembrandt Frerichs Trio, inspireren door joods-Sefardische liederen. De in België woonachtige Shura Lipovsky brengt het traditionele Jiddische lied. In de synagoge, voor, zo hoopt programmeur Bartho van Straaten, een ‘kruisbestuift’ publiek.

Tilburgs Jiddisch Festival, donderdag 26 t/m zondag 29 november, Paradox en synagoge.

Voor het programma: Paradox Tilburg

Film tijdens Jiddisch FestivalNaast muziek wordt er ook film vertoond op het festival. Zoals de Nederlandse première van Hey Aleph Aleph (Order from Chaos) van de Luxemburgse Ana Isabel Ordonez. In de documentaire vertelt de maakster het indringende verhaal van haar opa, Albert Katzenberg, een van de weinige overlevenden van de Holocaust, die op zoek is naar zijn nieuwe thuis en identiteit. De film krijgt een live-soundtrack. Dat geldt ook voor Benya Krik, een stomme Russische film uit 1926 van Vladimir Vilner, die verhaalt over de schimmige joodse onderwereld van het Oekraïense Odessa.

Filmpjes

Geoff Berner

David Krakauer en Klezmer Madness

donderdag 19 november 2009

Met Eddie Hitler/Adrian Edmondson in Brighton










“Ik kon Stairway to Heaven al spelen op mijn twaalfde. Jimmy Page schreef het liedje pas op zijn 22e. Dat lijkt me nogal veelzeggend.” Op het podium staat Adrian Edmondson, zanger en mandolinespeler van The Bad Shepherds. “Vooruit, nog één liedje dan jongens, Teenage Kicks, dan mogen jullie weer drugs gaan gebruiken of gaan zwemmen, want dat doen jullie toch de hele dag hier in Brighton?”
Adrian Edmondson maakte zich onsterfelijk als komiek (punker Vyvyan Basterd in The Young Ones, punker Edward ‘Eddie’ Elizabeth Hitler in Bottom), maar ook op muzikaal vlak heeft de Brit een verrassende staat van dienst. Hij stond begin jaren tachtig als gitarist en zanger op de grote festivals met de legendarische nep-rockband Bad News (een parodie op een hardrockband die speelde met Iron Maiden en Brian May, en berucht van een hilarische Bohemian Rapsody), hij scoorde een monsterhit met Cliff Richard (Living Doll), stond op het podium met The Who en met vriend Jools Holland en toerde recentelijk een jaar mee met The Bonzo Dog Doo Dah Band. Ook regisseerde hij videoclips voor acts als The Pogues, Squeeze, 10.000 Maniacs en Elvis Costello.

Vorig jaar vormde Edmondson met violist Maartin Allcock (Fairport Convention, Jethro Tull), Andy Dinan (doedelzak, fluit, sessiemuzikant van Nigthwish tot Roy Harper) en meervoudig Iers vioolkampioen Troy Donockley de band The Bad Shepherds. De groep (‘There are no sheep on stage that’s how bad we are’) debuteerde onlangs met Yan, Tyan, Tethera, Methara (one two three four op z’n Ramones, maar dan in een oud Cumbriaans dialect) speelt op verdienstelijke wijze folkversies van punk en wave-klassiekers uit de jaren tachtig van acts als The Clash, Squeeze, The Stranglers, Talking Heads, Kraftwerk, Tom Robinson Band, The Jam en Sex Pistols. Zoals deze avond in Concorde 2, een oud theehuis aan het strand van Brighton. Onder meer Foo Fighters, The Cure, Fatboy Slim en The Magic Numbers gingen The Shepherds voor, zo vertellen posters aan de muur.
Voor onze serie De Muziekbeleving Van... zocht Hifidelity Edmondson op in Brighton.













De Britse komiek (Bradford, 1957) is sinds 1985 getrouwd met Jennifer Saunders (Absolutely Fabulous) en vader van drie dochters. Adrian is manager van zijn oudste dochter, de zangeres Ella Edmondson (1986). Ze debuteerde onlangs op het Monsoon-label van haar vader en doet het voorprogramma van The Bad Shepherds. “Ik ben niet goed in grappig zijn”, zegt de dochter van de twee beroemdste komieken van Engeland. “Maar ik kan wel goed liedjes schrijven.” EMaar goed, we kwamen voor vader ‘Ade’. Over muziek luisteren, helden, punk en folk, The Young Ones en... ABBA. “Eigenlijk heb ik altijd muzikant willen worden.”

Opvoeding“Muzikale opvoeding? Haha, integendeel! Muziek werd thuis in Bradford serieus ontmoedigd. Ik kreeg weliswaar een flat horn, zo’n grote ronde trompet, in de maag gesplitst. Moest ik in de garage op oefenen, maar dat werd natuurlijk niks. Op mijn elfde kreeg ik na veel gezeur een basgitaar. Een ‘banjo’ bleef mijn vader die konsekwent noemen.”

Swinging Safari“Maar liefst acht klassieke platen had mijn vader. En eentje van Bert Kaempfert, A Swinging Safari [Adrian neuriet de melodie]. Mijn moeder had een plaat van Petula Clark met Downtown erop. En oh ja, ook nog eentje met komische Ierse liedjes van Val Doonican. Mijn ouders waren - zacht gezegd -nogal conservatief.”

Draagbare platenspeler“Mijn vader was leraar in het leger, we zijn vaak verhuisd. Ik heb op Cyprus gewoond, in Bahrein, in Oeganda. Maar van de cultuur daar kreeg ik niks mee, we woonden steeds in westerse enclaves. Als we op reis gingen namen we altijd onze draagbare platenspeler mee, een soort koffer, als je die uitklapte kon je de monospeaker eruit halen. Ik heb die nog geërfd, maar geen idee of ik hem nog heb.”

Kostschool“In 1969 ging ik naar de kostschool. Ik leerde rock kennen. We leefde in een gemeenschap, in verschillende huizen. Mijn huis was een ‘rockhuis’ waar The Free werd gedraaid, Bad Company, Led Zeppelin, Mott The Hoople, Stones. Ik ging vaak voor de muziek op bezoek in het ‘West Coast-huis’, daar draaide ze Grateful Death, Crazy Horse. Mijn eerste concert was Procol Harum op York University. Dat was eigenlijk ontzettend slecht. Ze hadden eigenlijk maar één hit; Whiter Shade of Pale. We hebben het hele concert gewacht op dat nummer, maar ze spelen het niet. Sindsdien háten we Procol Harum.”

David Bowie“Ik had weinig geld, kon nauwelijks muziek kopen. Mijn eerste plaat was Gimme Shelter van The Stones. Ik kocht hem toen ik twaalf was bij de enige platenzaak van Pocklington, waar ik op kostschool zat. Ik vond er eigenlijk geen zak aan. Zeker de b-kant niet, die live was en waarop je alleen maar schreeuwende meisjes hoort. Mijn tweede plaat was Ziggy Stardust. Play at maximum volume stond er in het midden van de elpee. Bowie werd op mijn veertiende mijn eerste held. Daarna kwam Lou Reed. Ik zag hem in Sheffield City Hall en kocht vóór het concert een poster van Lou Reed. Dat moet je dus nooit vóór het concert doen. Ik heb hem het hele concert vastgehouden, voor aan bij het podium. Tot mister Lou Reed himself de poster heeft afgepakt.”

Universiteit“Eigenlijk heb ik altijd muzikant willen worden. Toen ik van kostschool af kwam, was er een enorme druk om naar de universiteit te gaan. Maar ik had daar eigenlijk helemaal geen zin in. Dus koos ik in 1975 het makkelijkste vak; ‘drama’, in Manchester. Als je ‘muziek’ had kunnen kiezen had ik dat gedaan. Gelukkig leerde ik in Manchester Rick [Mayall, latere comedypartner in o.a. The Young Ones en Bottom] kennen, we hadden dezelfde muzikale voorkeuren en namen de universiteit niet zo serieus.”

Nick Cave“Ik kan wel zeggen dat ik inmiddels redelijk bekend ben in Engeland. Hierdoor heb ik de nodige helden van mij kunnen ontmoeten. Mick Jagger, Brian May, Pete Townsend, Jimmy Page. Ontmoet nooit je helden, heb ik wel geleerd. Hoe aardig ze misschien ook zijn, als je ze ontmoet hebt, zijn het je helden niet meer. Het blijken namelijk hele gewone mensen. Mijn twee grootste helden heb ik nooit ontmoet: David Bowie en Nick Cave. Cave is mijn held of all time. Die wil ik zijn. Zijn stijl, zijn cool, zijn muziek, zijn persoon. The coolest man on earth. Eigenlijk speelt hij ook gewoon folksongs, zeker zijn murder ballads. Hij heeft de drums uit zijn muziek gehaald, net als wij. Ik zat ooit te lunchen in een bar in Londen, bleek Cave een tafel verder te zitten. Hij zat verzonken in een boek. Met grote moeite heb ik de verleiding kunnen weerstaan om op te staan en hem een hand te geven. Nu ben ik daar erg blij om.”

Punk
“Op mijn negentiende kwam de punk in alle hevigheid op. Erg spannend, dat veranderde eenieders leven, tenminste, dat van mij en mijn vrienden wel. Het bevrijdde ons van alle regels. Ook op de universiteit. We wilden iets proberen te doen dat anders was dan de gebruikelijke komieken met hun pakken en stropdassen en foute racistische en seksistische grappen. Er was geen plaats voor ons in dat wereldje. Maar dankzij de punkmentaliteit hebben we toch de aandacht op kunnen eisen.”

Rick Wakeman“Als je muzikant wilde worden dan moest je minstens Rick Wakeman worden, zo was het idee, met dat reusachtige instrumentarium van hem. En ongetwijfeld had hij een jarenlange muzikale opleiding. Nee, dat ging niet zomaar lukken. Maar dat veranderde toen de punk opkwam; je stal gewoon twee oude gitaren, ging op zoek naar een afgedankte versterker en je begon een band. Of je nou kon spelen of niet. Zo deden wij dat ook in comedy. Het enige dat we nodig haden was een pub in Manchester als podium.”

Buzzcocks en Sex Pistols“Ik heb nooit heel aktief deelgenomen aan punk, maar was meer een filosofisch beschouwer. In The Squat in Devon Street in Manchester heb ik veel punkbandjes gezien. Daarvan hebben alleen The Buzzcocks het later gemaakt. De Sex Pistols heb ik nooit gezien; maar die traden ook maar een jaar op en de kans om ze te zien was statistisch gezien erg klein. De helft van de optredens werd namelijk afgelast.”











Young Ones
“En de bands die tijdens The Young Ones optraden heb ik natuurlijk gezien. Wij kozen die niet, al hadden we wel wat invloed op de keuze. Een band als Amazulu was een miskleum, die waren niet echt cool, verder hebben we veel mooie dingen gehad; Madness, Motörhead en the Damned die speciaal voor ons een lied schreven.”

Jaloers“In die tijd waren veel muzikanten jaloers op ons. Ze wilden allemaal ons worden. Wij waren hip en deden ons ongedwongen ding, dachten zij. Chrissie Hynde wilde stand up comedian worden! Costello wou grappig gaan doen! Madness was jaloers op ons, zo erg zelfs dat Ben Elton [schrijver The Young Ones en Blackadder -red] voor hen nog een tv-comedy schreef. Daar is het nooit van gekomen, Gelukkig maar misschien. De muzikanten vonden dat ze vast zaten in het stramien van drieminutenliedjes, wat wij deden was pas vrij en interactief. Maar wat zij niet wisten was dat wij juist hartstikke jaloers op hen waren.”

Bad News“Of we echt speelden met Bad News? Zeker, maar vraag niet hoe. Ik ben een competente gitarist, al zeg ik het zelf, Nigel [Planer, Neil uit The Young Ones] speelde een soort van gitaar, Peter [Richardson] speelde bijna drums, bassist Rick [Mayall] was just shit. Maar het was een mooie tijd. We hebben op grote festivals gestaan zoals Reading en Monsters of Rock, we hebben getoerd met Iron Maiden, speelden met Jeff Beck, met Ronnie Woods, met Jimmy Page, met Marillion. Brian May was onze producer!”

Videoclips“Ik heb een jaar lang videoclips gemaakt, in 1987 en ‘88. Ik heb dertien videos gedaan, voor Squeeze [Hourglass], Elvis Costello [This Town] Michelle Shocked [When I Grow up], 10.000 Maniacs [Like the Weather], The Pogues [Fiesta], met een hele dronken Shane MacGowan tijdens de opnames. Ik ben een groot fan van hem, en hij van mij zo bleek. Alleen dat hij zo altijd zo dronken is, is very tricky. De video voor Squeeze werd nog verkozen tot ‘MTV Best Video’. Dat waren heel dure clips vaak, en vrij uitbundig. Zodiac Mindwarp wilde ook een clip van mij à la Bad News. [lachend] Nou die kon hij krijgen, hij nam het geloof ik allemaal een beetje te serieus. In 1988 stortte de markt voor clips in. Er was ineens geen geld meer, dus ben ik gestopt. Er was geen uitdaging meer.”















Muziek luisteren“Thuis luister ik weinig naar muziek. Het draaien van een cd vraagt een hele vreemde concentratie vind ik. Je moet eigenlijk gaan zitten, maar bent ondertussen toch met andere dingen bezig: de afwas doen, kleren strijken. Ik hou van muziek luisteren op de radio of via de iPod, ik heb zelf labels gemaakt. ‘Americana’ staat het meest op. Devon Sproule, John Hartford, Gram Parsons, Flying Burrito Brothers. In de bus naar optredens toe willen we geen muziek, dat wordt gewoon too much.”

Festivals“We spelen de laatste tijd veel op festivals, daar zie ik veel andere bands. In Cambridge zag ik Mumford & Sons, erg goede indie folkband uit Londen. Heb meteen hun cd gekocht. Tegen mijn gewoonte in. Ik koop eigenlijk nooit cd’s, ik krijg wel veel. Ik vind dat het beter is sommige muziek in herinnering te houden, en die herinnering te koesteren in plaats van meteen de cd te kopen.”

Bad Shepherds
“Ik heb nu even de handen vol aan mijn eigen muziekproject. Ik speel muziek, for fun, een betaalde hobby. We krijgen hele positieve reacties, zoals: ‘we kunnen nu eindelijk horen wat ze toen zongen’. Veel punksongs worden ondergewaardeerd, omdat mensen de teksten niet kunnen verstaan en denken dat het om zomaar wat geschreeuw gaat. Folk en punk hebben veel overeenkomsten. Ze zijn beide van het volk, de sociale context is vaak hetzelfde. Rise van PiL gaat over apartheid, veel oude folk in wezen ook, al gaat het dan over de rechten van mijnwerkers. Er zit in de traditionele muziek soms eenzelfde woede als in de anger is an energy van Johnny Rotten. Je krijgt bovendien eenzelfde gevoel van rauwe opwinding. Ik kan tenminste heel opgewonden raken als ik ergens uit een Ierse pub Gaelic tunes hoor komen, zeker als daar wat bij gedronken wordt. Ik heb twee jaren geleden in een dronken bui rond kerst een mandoline gekocht. De dag erna ben ik daarop beginnen te spelen: de punkliedjes die ik nog kende van vroeger. Dat bleek verrassend lekker te klinken op mandoline.”

Folk“In mijn vroege tienerjaren stonden de hitlijsten vol met folk. Lindisfarne, Steeleye Span, Fairport Convention. Softrock vonden we dat toen, was daar ik niet veel mee bezig. Punk was veel spannender. Ik was wel altijd fan van The Pogues maar het Keltische kwartje viel pas echt tijdens een Bottom-toer begin deze eeuw. Een kleedkamer naast ons hoorde ik de band van de Engelse folkzangeres Kate Rusby zingen en spelen. Fantastisch! Dankzij haar ben ik nu een born again folkie. Het grappige is dat Rusby heeft meegwerkt ana het debuut van mijn dochter.”

Ella
“Met je dochter op toernee gaan is, zeg maar, wel iets heel anders dan een normale vader-dochter-relatie. We zijn veel meer open naar elkaar toe. Haar moeder is daar weleens jaloers op. Ella doet het goed in Engeland. Maar het kan nog véél beter, zo sprak haar manager. [lachend] Tenminste één Edmondson moet het toch kunnen schoppen tot beroemd muzikant.”


de Favorieten Van.... Adrian Edmondson1-Mijn hifi-set: “Bose docks, tamelijk lo-fi. We hebben ook een home cinema, verbonden met de cd-speler. Vooral de sub-bass is erg goed. Plus een iPod. Ik ben er nog niet uit of een high-end installatie nut heeft. Toen Brian May onze producer was gaf hij de eindmixen van de plaat mee op cassette. We luisterden dat in de auto op een crap-installatie met crap-speakers. Het klonk daarop fantastisch, dus was het zeker goed. De meeste mensen luisteren muziek in een volle bar. Ook dan kun je geraakt worden.”
2-Favoriete genre: “Americana.”
3-All time favourite: “Nick Cave.”
4-Ik gruwel van... “Rap. Daar word ik doorgaans niet erg vrolijk van, of het moet hele oude zijn. Die mensen nemen zichzelf vaak onterecht veel te serieus, want het talent ontbreekt. En waar hebben ze het over, so boring...”
5-Ik luister stiekem naar. “ABBA. Keihard meezingen met m’n iPod. Die groep kun je nauwelijks betrappen op een slechte song. Sommige mensen vinden ABBA niet cool. Ongebegrijpelijk.”
6-Omvang muziekcollectie: “Zo’n 1000 cd’s. En nog wat vinyl in de kelder. Sinds we verhuisd zijn staat dat daar. Maar ik kom helaas te weinig in de kelder, haha.”
7-Verzamelaar? “Nee. Zelfs van Nick cave heb ik niet alles. En ook van Bowie niet, zijn laatste werk is crap.”
8-Elpee of cd? : “De elpee is natuurlijk belachelijk romantisch, maar geef mij toch maar de cd. Ik hoor het verschil in geluid ook niet zo.”
9-Meest memorabele muziekbeleving: “Met The Who in Hyde Park in 1996 tijdens Quadrophenia voor 120.000 mensen. Een charity-concert. Ik speelde Ace Face/Bellboy in een soort van gigantisch gat in het podium. Pete Townsend en Roger Daltrey backing me up. I was in tune. Bizar genoeg zat speelde Gary Glitter ook een gangmember. Ik weet nog dat ik tijdens de repetities gesproken heb met John Entwistle, die toen nog leefde. Ik heb hem een heel verhaal verteld, maar hij hoorde geen woord van wat ik zei, zo afwezig was hij.”
10-Mijn hifi-tip: “Beleef muziek live.”

Op www.badsheperds.com is haar hele debuut-cd Yan, Tyan, Tethera, Methara te beluisteren.