vrijdag 19 september 2008
donderdag 18 september 2008
maandag 15 september 2008
donderdag 11 september 2008
vrijdag 29 augustus 2008
woensdag 27 augustus 2008
woensdag 20 augustus 2008
vrijdag 15 augustus 2008
maandag 4 augustus 2008
Gypsies nemen wraak op Borat
Diverse ArtiestenPrinces amongst men (journeys with gypsy musicians)
(Asphalt Tango/MW Records)
Waar Borat op zijn ‘Kazachstaanse’ filmsoundtrack (ongevraagd) aan de haal ging met zowat de hele Asphalt Tango-stal, slaat het sympathieke Berlijnse label nu terug met een eigen soundtrack. Maar dan bij een boek: Princes amongst men (journeys with gypsy musicians) van Garth Cartwright. Hierin verhaalt de Britse schrijver/journalist over zijn ontmoetingen met zigeunermuzikanten in de Balkanlanden Roemenië, Macedonië, Servië en Bulgarije. De cd werd een ijzersterke compilatie: van bruiloftsband Sudahan uit Shutka, de mahala van Skopje, tot wijlen Saban Bajramovic. Van de Bulgaarse Sofi Marinova en Boril Illiev tot de Roemeense Rom Bengale, Romica Puceanu en Fulgerica. Van de mysterieuze Macedonische, en vooral in Turkije populaire zangeres Dzansever (of Djansever of Cansever) tot het onvolprezen Servische Ekrem & Gypsy Groovz met Molitva, een track van Rivers of Happiness, misschien wel de beste Balkanbrass-plaat ooit. Kortom, dit is the real thing. Nu het boek nog lezen. Maar dat kan, gezien de soundtrack, nauwelijks tegenvallen.
vrijdag 1 augustus 2008
zaterdag 28 juni 2008
maandag 16 juni 2008
woensdag 11 juni 2008
zondag 8 juni 2008
R.I.P. Saban Bajramovic - The final interview
gepubliceerd in Mixed magazine 2008

Bij het bittere afscheid van een gipsy-crooner.
Net nu hij internationale erkenning krijgt, stopt Saban Bajramovic met optreden. Noodgedwongen, vanwege zijn gezondheid. Op bezoek bij een verbitterde King of Gipsy Music in Zuid-Servië.
Nazomer 2007, Servië zucht onder de zoveelste hittegolf deze zomer. Zo ook het zuidelijke Nis, niet ver van de Bulgaarse grens, met bijna 250.000 inwoners na Belgrado de grootste stad van het land. Tijdens de Kosovo-oorlog had Nis zwaar te lijden onder de omstreden clusterbommen van de NAVO en de Westerse boycot. De littekens hiervan zijn nog steeds zichtbaar. Tegenwoordig probeert de stad, een van de oudste steden op de Balkan, zich te verkopen als ‘kleurrijke Keizerstad’, vanwege de aanwezigheid van belangrijke Romeinse nederzettingen, waaronder de geboortegrond van Constantijn de Grote. Haar beroemdste, nog levende inwoner: Saban Bajramovic (1936), koning van de zigeunermuziek en waarschijnlijk de meest soulvolle zanger van de Balkan.
Rendez-vous
Een rendez-vous met Saban? Vergeet het maar. De legende gipsy-crooner heeft nogal een reputatie hoog te houden. Niet alleen die van legendarisch performer, die soms op een wit paard het podium op kwam rijden, maar ook die van onbetrouwbare drinker, gokker, fantast en manipulator. ‘He can screw you in one second’, aldus een ingewijde. Bij een concert twee weken eerder in Nis - de stad hangt nog vol met posters - liet hij 2500 toeschouwers tevergeefs wachten bij het grootste podium van de stad, de ‘Summer stage’. En dit geintje flikte hij niet voor het eerst. Een afspraak maken met Saban lijkt, kortom, weinig zin te hebben, want afspraken komt hij toch niet na. Of hij moet er veel geld voor krijgen, zoals hij overal veel geld voor wil, zo wordt beweerd. Een ploeg van de BBC is ooit zonder interview naar huis gegaan omdat hij heel veel geld vroeg.
Toch maar even bellen. Het haalt aanvankelijk weinig uit. Zijn mobiel blijkt afgesloten, thuis wordt er niet opgenomen. Ook na bemiddeling van een locale journalist en zelfs de oud-burgemeester van Nis, een groot Saban-fan, is de zigeunerkoning niet te traceren. Dan, na twee dagen bellen, krijgt tolk Vladimir iemand aan de telefoon: Milica, zijn vrouw. ‘Saban?’ Na tien minuten: ‘Saban heeft weinig zin, maar als je nu meteen komt maak je misschien kans. Over twee uur moet hij weer in het ziekenhuis zijn.’
Gezondheid
De zigeunerkoning blijkt in een bescheiden wit bakstenen huis te wonen aan de rand van de stad en aan de voet van een berg. Geen slechte wijk, een mix van burgers en gegoede zigeuners. Pal naast zijn huis staat zijn ietsje minder bescheiden witte Mercedes. Saban heeft zich in de schaduw genesteld, waar het vandaag nog bijna dertig graden is. Wit Diesel-shirt, bril met dikke glazen en een tattoo, overgehouden uit de gevangenis (zie kader), op zijn ontblote arm. Zweetdruppels lopen over zijn voorhoofd, hij praat moeizaam. ‘Nis is mijn stad’, zegt hij, terwijl hij limonade inschenkt. ‘Het is hier overzichtelijk en rustig, er is frisse lucht en de mensen zijn er nog vriendelijk. Ik ben altijd behoedzaam geweest voor het grote Belgrado, met z’n managers en zogenaamde ‘big contracts’.’
Het gaat erg goed met hem, meldt de ‘kralj ciganske pesme’, ‘King of gipsy song’, zoals hij door de tolk consequent wordt aangesproken. Of beter gezegd: het gaat eigenlijk helemaal niet goed met hem. Saban heeft een gezondheidsprobleem, z’n hart, plus ook nog ‘s diabetes. De problemen zijn zo ernstig dat hij noodgedwongen dit jaar nog gaat stoppen met optreden, zo deelt hij mee, trekkend aan zijn zoveelste filtersigaret. De laatste maanden maakt Saban een dagelijkse gang naar het ziekenhuis en treedt hij alleen nog dicht bij huis op, ook al komen er volgens hem verzoeken uit de hele wereld. Grootse plannen voor een ‘wereldtournee’ zijn afgeblazen.
Saban Bajramovic was in voormalig Joegoslavië al een legende in het Tito-tijdperk, zowel onder het volk als onder intelligentsia, maar sinds de grote Goran Bregovic zijn liedjes oppikte, ging zijn ster ook internationaal schijnen. En dankzij de Amsterdams Bosnische fan Dragi Sestic, de producer van onder meer Mostar Sevdah Reunion, die hem definitief uit de vergetelheid ontrukte. En nu lift Saban weer lekker mee op de West-Europese Balkan-hype. Prachtig, dat succes in het Westen, vindt hijzelf, zo mooi dat hij er zich bijna schuldig over voelt.
Maar het internationale succes komt te laat voor de 71-jarige Serviër. Bovendien ziet hij er - naar eigen zeggen - nauwelijks een cent van terug. Bregovic, Ljiljana Petrovic (tegenwoordig Buttler), ze stalen en stelen zijn songs. Niet alleen in de Balkan, zelfs helemaal in Brazilië, Uruguay en Chili gingen mensen er ongevraagd met zijn liedjes vandoor. Zegt hij. Het maakt hem tot een verbitterd man.
Ook de toekomst van de zigeunermuziek ziet Bajramovic somber in. ‘Ik maak me misschien niet populair door het te zeggen, maar er is niemand die mij kan opvolgen. Er is geen nieuwe Saban. Niemand met mijn charme, met mijn talent.’ Ook van zijn kinderen, vier volwassen dochters, hoeft hij niet veel te verwachten. Ze wonen in Duitsland en Denemarken en hebben niets met zigeunermuziek. Bovendien zijn ze behoorlijk gebrouilleerd met hun ‘moeilijke’ vader, zo wordt althans beweerd in Nis. Ach, misschien dat een van zijn twaalf kleinkinderen het stokje toch nog overneemt, mijmert de zanger.
Aan het einde van het – gratis! - gesprek slaat de stemming om en is daar ineens de grillige, onvoorspelbare Saban Bajramovic. Van de geplande fotosessie komt niets terecht. Nee, geen foto’s bij de witte Mercedes, want dan zou hij maar gestolen worden. En nee, datzelfde geldt voor zijn huis. En nee, eigenlijk wil hij zelf ook helemaal niet meer op de foto. Het is mooi geweest, wegwezen nu.
Saban Bajramovic – 40 jaar Gipsy Soul
Over het leven van Saban Bajramovic (16 april 1936, geboren en getogen in de ‘mahala’- het zigeunergetto - van Nis) zijn zoveel verhalen verteld dat feiten en fictie niet altijd te onderscheiden zijn. We beperken ons tot de (vrijwel) zekerheden. Vanaf zijn achttiende zat Saban wegens desertie een straf uit van ruim vijf jaar op Tito’s beruchte gevangeniseiland Goli Otok. In de gevangenis - die hij later als zijn ‘levensuniversiteit’ bestempelde - begon hij in een jazzband te zingen. Eenmaal vrij richtte hij zijn eigen groep Crna Mamba op, waarmee hij de halve wereld afreisde. Hij trad onder meer op voor Jawaharlal Nehru en zijn dochter Indira Gandhi.
De rebelse Saban leefde een ruig, extravagant leven, maar nam desondanks zo’n twintig albums en vijftig singles op, zijn eerste in 1964. Hij schreef zo’n 650 songs. Van zijn eerste serieuze verdiensten kocht hij, naar verluidt, een witte Mercedes, en huurde hij twee bodyguards in.
Saban acteerde en zong in de films Sunday Lunch (1982), Andjeo Cuvar/Guardian Angel (1987) en Gipsy Magic (1997). Als zanger brak hij internationaal door onder leiding van producer en (‘her’)ontdekker Dragi Sestic, de Bosnisch Amsterdammer die ook verantwoordelijk is voor Mostar Sevdah Reunion en de ‘wederopstanding’ van zigeunerdiva Ljiljana Buttler. Saban was te horen op het prachtalbum A Gypsy Legend, uitgebracht op het label World Connection, en op cd’s van Mostar Sevdah Reunion en Buttler en in 2001. De definitieve doorbraak volgde na Tales and Songs from Weddings & Funerals (2002) van Goran Bregovic, waarop Saban onder andere te horen is op de songs ‘Hop hop hop’, ‘Sex’ and ‘Maki Maki’. Ook nam Saban deel aan het project Queens & Kings van Fanfare Ciocarlia. De laatste tijd keert zijn naam regelmatig terug op hippe ‘Balkan Beats’-compilaties, onder meer van DJ Shantel. Recent werd er een film (‘Saban’) over zijn leven gemaakt door de Serviër Milos Stojanovic. Op Snail Records van Dragi Sestic verscheen de soundtrack van de film, waarop de Servische zigeunerkoning met Mostar Sevdah Reunion te horen is, naast gastmuzikant ‘King’ Naat Veliov, stertrompettist van het Macedonische Kocani Orkestar.

Bij het bittere afscheid van een gipsy-crooner.
Net nu hij internationale erkenning krijgt, stopt Saban Bajramovic met optreden. Noodgedwongen, vanwege zijn gezondheid. Op bezoek bij een verbitterde King of Gipsy Music in Zuid-Servië.
Nazomer 2007, Servië zucht onder de zoveelste hittegolf deze zomer. Zo ook het zuidelijke Nis, niet ver van de Bulgaarse grens, met bijna 250.000 inwoners na Belgrado de grootste stad van het land. Tijdens de Kosovo-oorlog had Nis zwaar te lijden onder de omstreden clusterbommen van de NAVO en de Westerse boycot. De littekens hiervan zijn nog steeds zichtbaar. Tegenwoordig probeert de stad, een van de oudste steden op de Balkan, zich te verkopen als ‘kleurrijke Keizerstad’, vanwege de aanwezigheid van belangrijke Romeinse nederzettingen, waaronder de geboortegrond van Constantijn de Grote. Haar beroemdste, nog levende inwoner: Saban Bajramovic (1936), koning van de zigeunermuziek en waarschijnlijk de meest soulvolle zanger van de Balkan.
Rendez-vous
Een rendez-vous met Saban? Vergeet het maar. De legende gipsy-crooner heeft nogal een reputatie hoog te houden. Niet alleen die van legendarisch performer, die soms op een wit paard het podium op kwam rijden, maar ook die van onbetrouwbare drinker, gokker, fantast en manipulator. ‘He can screw you in one second’, aldus een ingewijde. Bij een concert twee weken eerder in Nis - de stad hangt nog vol met posters - liet hij 2500 toeschouwers tevergeefs wachten bij het grootste podium van de stad, de ‘Summer stage’. En dit geintje flikte hij niet voor het eerst. Een afspraak maken met Saban lijkt, kortom, weinig zin te hebben, want afspraken komt hij toch niet na. Of hij moet er veel geld voor krijgen, zoals hij overal veel geld voor wil, zo wordt beweerd. Een ploeg van de BBC is ooit zonder interview naar huis gegaan omdat hij heel veel geld vroeg.
Toch maar even bellen. Het haalt aanvankelijk weinig uit. Zijn mobiel blijkt afgesloten, thuis wordt er niet opgenomen. Ook na bemiddeling van een locale journalist en zelfs de oud-burgemeester van Nis, een groot Saban-fan, is de zigeunerkoning niet te traceren. Dan, na twee dagen bellen, krijgt tolk Vladimir iemand aan de telefoon: Milica, zijn vrouw. ‘Saban?’ Na tien minuten: ‘Saban heeft weinig zin, maar als je nu meteen komt maak je misschien kans. Over twee uur moet hij weer in het ziekenhuis zijn.’
Gezondheid
De zigeunerkoning blijkt in een bescheiden wit bakstenen huis te wonen aan de rand van de stad en aan de voet van een berg. Geen slechte wijk, een mix van burgers en gegoede zigeuners. Pal naast zijn huis staat zijn ietsje minder bescheiden witte Mercedes. Saban heeft zich in de schaduw genesteld, waar het vandaag nog bijna dertig graden is. Wit Diesel-shirt, bril met dikke glazen en een tattoo, overgehouden uit de gevangenis (zie kader), op zijn ontblote arm. Zweetdruppels lopen over zijn voorhoofd, hij praat moeizaam. ‘Nis is mijn stad’, zegt hij, terwijl hij limonade inschenkt. ‘Het is hier overzichtelijk en rustig, er is frisse lucht en de mensen zijn er nog vriendelijk. Ik ben altijd behoedzaam geweest voor het grote Belgrado, met z’n managers en zogenaamde ‘big contracts’.’
Het gaat erg goed met hem, meldt de ‘kralj ciganske pesme’, ‘King of gipsy song’, zoals hij door de tolk consequent wordt aangesproken. Of beter gezegd: het gaat eigenlijk helemaal niet goed met hem. Saban heeft een gezondheidsprobleem, z’n hart, plus ook nog ‘s diabetes. De problemen zijn zo ernstig dat hij noodgedwongen dit jaar nog gaat stoppen met optreden, zo deelt hij mee, trekkend aan zijn zoveelste filtersigaret. De laatste maanden maakt Saban een dagelijkse gang naar het ziekenhuis en treedt hij alleen nog dicht bij huis op, ook al komen er volgens hem verzoeken uit de hele wereld. Grootse plannen voor een ‘wereldtournee’ zijn afgeblazen.
Saban Bajramovic was in voormalig Joegoslavië al een legende in het Tito-tijdperk, zowel onder het volk als onder intelligentsia, maar sinds de grote Goran Bregovic zijn liedjes oppikte, ging zijn ster ook internationaal schijnen. En dankzij de Amsterdams Bosnische fan Dragi Sestic, de producer van onder meer Mostar Sevdah Reunion, die hem definitief uit de vergetelheid ontrukte. En nu lift Saban weer lekker mee op de West-Europese Balkan-hype. Prachtig, dat succes in het Westen, vindt hijzelf, zo mooi dat hij er zich bijna schuldig over voelt.
Maar het internationale succes komt te laat voor de 71-jarige Serviër. Bovendien ziet hij er - naar eigen zeggen - nauwelijks een cent van terug. Bregovic, Ljiljana Petrovic (tegenwoordig Buttler), ze stalen en stelen zijn songs. Niet alleen in de Balkan, zelfs helemaal in Brazilië, Uruguay en Chili gingen mensen er ongevraagd met zijn liedjes vandoor. Zegt hij. Het maakt hem tot een verbitterd man.
Ook de toekomst van de zigeunermuziek ziet Bajramovic somber in. ‘Ik maak me misschien niet populair door het te zeggen, maar er is niemand die mij kan opvolgen. Er is geen nieuwe Saban. Niemand met mijn charme, met mijn talent.’ Ook van zijn kinderen, vier volwassen dochters, hoeft hij niet veel te verwachten. Ze wonen in Duitsland en Denemarken en hebben niets met zigeunermuziek. Bovendien zijn ze behoorlijk gebrouilleerd met hun ‘moeilijke’ vader, zo wordt althans beweerd in Nis. Ach, misschien dat een van zijn twaalf kleinkinderen het stokje toch nog overneemt, mijmert de zanger.
Aan het einde van het – gratis! - gesprek slaat de stemming om en is daar ineens de grillige, onvoorspelbare Saban Bajramovic. Van de geplande fotosessie komt niets terecht. Nee, geen foto’s bij de witte Mercedes, want dan zou hij maar gestolen worden. En nee, datzelfde geldt voor zijn huis. En nee, eigenlijk wil hij zelf ook helemaal niet meer op de foto. Het is mooi geweest, wegwezen nu.
Saban Bajramovic – 40 jaar Gipsy Soul
Over het leven van Saban Bajramovic (16 april 1936, geboren en getogen in de ‘mahala’- het zigeunergetto - van Nis) zijn zoveel verhalen verteld dat feiten en fictie niet altijd te onderscheiden zijn. We beperken ons tot de (vrijwel) zekerheden. Vanaf zijn achttiende zat Saban wegens desertie een straf uit van ruim vijf jaar op Tito’s beruchte gevangeniseiland Goli Otok. In de gevangenis - die hij later als zijn ‘levensuniversiteit’ bestempelde - begon hij in een jazzband te zingen. Eenmaal vrij richtte hij zijn eigen groep Crna Mamba op, waarmee hij de halve wereld afreisde. Hij trad onder meer op voor Jawaharlal Nehru en zijn dochter Indira Gandhi.
De rebelse Saban leefde een ruig, extravagant leven, maar nam desondanks zo’n twintig albums en vijftig singles op, zijn eerste in 1964. Hij schreef zo’n 650 songs. Van zijn eerste serieuze verdiensten kocht hij, naar verluidt, een witte Mercedes, en huurde hij twee bodyguards in.
Saban acteerde en zong in de films Sunday Lunch (1982), Andjeo Cuvar/Guardian Angel (1987) en Gipsy Magic (1997). Als zanger brak hij internationaal door onder leiding van producer en (‘her’)ontdekker Dragi Sestic, de Bosnisch Amsterdammer die ook verantwoordelijk is voor Mostar Sevdah Reunion en de ‘wederopstanding’ van zigeunerdiva Ljiljana Buttler. Saban was te horen op het prachtalbum A Gypsy Legend, uitgebracht op het label World Connection, en op cd’s van Mostar Sevdah Reunion en Buttler en in 2001. De definitieve doorbraak volgde na Tales and Songs from Weddings & Funerals (2002) van Goran Bregovic, waarop Saban onder andere te horen is op de songs ‘Hop hop hop’, ‘Sex’ and ‘Maki Maki’. Ook nam Saban deel aan het project Queens & Kings van Fanfare Ciocarlia. De laatste tijd keert zijn naam regelmatig terug op hippe ‘Balkan Beats’-compilaties, onder meer van DJ Shantel. Recent werd er een film (‘Saban’) over zijn leven gemaakt door de Serviër Milos Stojanovic. Op Snail Records van Dragi Sestic verscheen de soundtrack van de film, waarop de Servische zigeunerkoning met Mostar Sevdah Reunion te horen is, naast gastmuzikant ‘King’ Naat Veliov, stertrompettist van het Macedonische Kocani Orkestar.
donderdag 5 juni 2008
vrijdag 30 mei 2008
woensdag 28 mei 2008
Armando: het leven is niet gezellig

(uit: Brabants Dagblad 26 mei 2008)
door Dieter van den Bergh
Kunstenaar en (gipsy)violist in ruste Armando verzorgt donderdag in 013 een eenmalige reünie van het legendarische Herenleed. Muzikaal omlijst door het bevriende Nello Mirando zigeunerensemble.
“Moet je dat uitzicht zien, ongelooflijk toch? Ik snap wel dat je hier bent gaan wonen, ouwe.” Toch zou Nello Mirando de muisstille flat van zijn ‘oudere broertje’ en ‘kameraad’ Armando aan de rand van Amstelveen nooit willen ruilen voor zijn huis in bruisend Amsterdam. Hoewel Armando nog dagelijks geniet van het oer-Hollandse panorama over de uitgestrekte Bovenkerkerpolder, wil hij toch verhuizen. “Ze gaan hier misschien bouwen. Ik wil weer naar Berlijn”, mijmert de charismatische kunstenaar in zijn fauteuil, te midden van vele boeken en Afrikaanse beelden. Als zijn gezondheid het toelaat dan. Armando - joggingbroek, blote voeten en looprekje binnen handbereik - heeft ouderdomssuiker. “Ze zijn ook in Amersfoort voor me aan het zoeken.” De stad waar hij rond de oorlog opgroeide, in de nabijheid van Kamp Amersfoort. De herinneringen aan de oorlog vormen de rode draad van zijn werk.
In 1998 kreeg Armando in Amersfoort een eigen museum, dat in september in vlammen opging. “Een ramp,” zegt hij hierover, om er direct aan toe te voegen: “Maar laten we het niet over mij hebben, je moet Nello hebben.” Met pretoogjes: “Al ben ik natuurlijk een hele belangrijke kunstenaar.”
Jarenlang woonde en werkte Armando (Amsterdam 1929, zijn geboortenaam Herman Dirk van Dodeweerd zwoor hij af) in Berlijn. Een weerbarstig kunstenaar en alleskunner. Schilder, schrijver, acteur, dichter, beeldhouwer, filmmaker, maar - minder bekend - ook een verdienstelijk violist. Specialiteit: zigeunermuziek. Hij speelde jaren mee met het Koninklijk Zigeunerorkest Tata Mirando, met daarin ook Tata’s zoon Nello Mirando. Enkele jaren geleden hing Armando zijn viool aan de wilgen. Hij had er geen zin meer in. Sindsdien heeft hij geen viool meer aangeraakt. “Ik ben wel altijd jaloers als ik de Mirando’s zie spelen. Maar ik zou het lichamelijk niet meer kunnen. Dan val ik om.”
Toch staat (of beter: zit) Armando donderdag op de bühne van 013 tijdens een ‘muzikaal-poëtische avond’ als opwarmer voor het 12e Gipsy Festival in Tilburg het weekend erna. Een zigeunerensemble met Nello Mirando als primas - leider - treedt op en Armando presenteert een eenmalige reünie van Herenleed, het tv- en theaterprogramma waarmee hij en boezemvriend Cherry Duyns en (wijlen) Johnny van Doorn in de jaren zeventig en tachtig furore maakten. Velen bleven er voor thuis, anderen ergerden zich mateloos aan haar absurdistische variété-slapstick. Eén keer eerder, in 1990, stond Herenleed samen met een Mirando-orkest op het podium. Dat ging helemaal mis, vertelt Nello. “Het hele orkest kreeg de slappe lach, we konden niet meer verder spelen. Hopelijk blijft die ramp ons in Tilburg bespaard.”
Van 1948 tot 1988 verwaarloosde Armando zijn viool. Tot de doop van Armando’s bekroonde boek De straat en het Struikgewas in het Concertgebouw, waar het Mirando-orkest was uitgenodigd. Nello: “Na afloop duwde Tata hem een viool in handen. Spelen! Kort daarna, op zijn zestigste verjaardag speelde die ouwe gek al met ons mee. En niet omdat hij Armando is. Een niet-zigeuner die zó viool speelt, ga ze maar ‘s zoeken.” Armando: “We zijn overal geweest. Hebben in het Concertgebouw gestaan, we hebben platen gemaakt. Een jongensdroom.”
Nello Mirando (52) speelt viool vanaf zijn derde en was ooit de jongste violist van het land. Hij werd geboren met een ruggenmergaandoening, waardoor hij maar met tweeëneenhalve vinger kan spelen. “Ik heb geen kracht, geen macht en geen gevoel,” zegt Nello, die binnenkort voor de tweede keer wordt geopereerd. Armando: “Gek genoeg hoor je daar niets van. Nello doet niet onder voor Django [Reinhardt], die ook met twee vingers speelde.”
De oudste Tata-telg groeide al reizende op. “Tata moest spelen, en hup, wij er met de wagen achteraan.” Op zijn twaalfde betrok het gezin een huis in Arnhem. “Muziek zit de zigeuner in het bloed, zeggen ze. Lazer toch op man. Als je de verkeerde mentaliteit hebt wordt het echt niks.” Nello kreeg een Spartaanse opvoeding. “Ik werd opgesloten in mijn kamertje om te oefenen. Maar het werkte wel. En zo erg was het niet hoor. Dadelijk staat er morgen in de krant: ‘Tata Mirando sloot jarenlang zijn kinderen op!’”
Waarom zigeunermuziek? Armando wijst naar zijn hart. “Je hebt het of je hebt het niet, dat kun je niet uitleggen. Ik hoorde die muziek al voor de oorlog op Radio Boedapest. Kort daarna hoorde ik Nello’s grootvader spelen in Amersfoort. Ik was verkocht. Zigeunermuziek kun je niet leren, het komt aanwaaien.” Nello: “Je kiest er niet voor. Het is een moeten. Net als nieuwe haring.” Armando: “Zonder uitjes, graag naturel. Ach, je moet zo nodig kunstenaar worden, al doet het overal pijn. Ook financieel. Tot mijn vijftigste verdiende ik niets. Heb de gekste dingen gedaan om die idiote schilderijen te kunnen maken. In de haven gewerkt, in de de brouwerij, als behanger.” Nello (lachend): “Als danseres bij het Nationaal Ballet. Man man, die ouwe is zo streng voor zichzelf. Heeft alles over voor z’n vak.”
Voor Armando is muziek een volwaardig onderdeel van zijn Gesamtkunstwerk, zoals hij al zijn werk samen beschouwt. Zeker geen hobby. “Ja zeg, sodemieter op. Een hobby is leuk en gezellig. Voor de lol muziek maken, dat doe je niet. Goede muziek is nooit gezellig, en zeker niet leuk. Rotwoorden, dat zijn het.”
Nello: “Zigeunermuziek is meer dan amusementsmuziek. Door mensen als Armando, die ons in het Concertgebouw neerzette, wordt onze muziek serieus genomen. Ik heb alles aan hem te danken. Zonder Armando stonden we nu nog in restaurants en buurtcentra.”
Ondanks zijn leeftijd en gezondheid denkt de 78-jarige Armando niet aan afbouwen. “Ik zou weer een stad willen veroveren, zoals ik Berlijn veroverde. Ik denk aan Madrid, Milaan of Rome. En als ik geld had, zou ik onmiddellijk naar Amerika verhuizen. Maar ik krijg nauwelijks pensioen, omdat ik zo lang in Duitsland heb gewoond. Ik heb bovendien geen tijd. Ik maak grote sculpturen, er komt een boek aan. De kunstenaar moet verder.” Nello: “Die ouwe gaat nog zó hard, daar kunnen al die kleine lulletjes veel van leren.” Armando: “Ik werk in ieder geval tot de dood erop volgt. Daarna zien we wel weer verder.”
Armando, Cherry Duyns en Nello Mirando Ensemble, donderdag 22 mei 013 Tilburg. 20.30u, 15 euro. www.gispyfestival.nl
maandag 26 mei 2008
zaterdag 24 mei 2008
Ethiopunk & Zerfu Demissie
Ze waren verantwoordelijk voor de meest onwaarschijnlijke kruisbestuiving van het jaar. Maar misschien ook wel de meest geslaagde. De Hollandse punkband The Ex en de in eigen land gevierde Ethiopische saxofonist Gétatchèw Mèkurya vonden eigenhandig het genre ‘ethiopunk’ uit. Dat pentatonische Ethiopische funk/souljazz en anarchistische avantgarde-punk een volstrekt vanzelfsprekende combinatie blijkt, was al te horen op de cd Moa Anbessa. Op de dvd 11 (ethio-punk) songs, opgenomen in de Ethiopiques-serie, wordt ons een kijkje in de ‘geschiedenis’ van de ethiopunk gegund. Van repetitie naar studio naar ijzersterke live-opnames in Parijs. Terrie Ex, gitarist van, en pleitbezorger van de Ethiopische muziek, nam voor zijn Terp Records ook nieuw werk op met harpspeler Zerfu Demissie. Akotet werd een van de meest bizarre wereldmuziekplaten ooit. Demissie zingt en bespeelt een oude, voor religieuze doeleinden aangewende tiensnarige lier. Maar dan versterkt; je weet niet wat je hoort. Een vooroorlogse synthesizer? Een op hol geslagen spelcomputer? Monotone mystiek, fascinerend.
Gabi Luncă: wicked sounds from a bygone age
Gabi Luncă- Sounds from a Bygone Age (Volume 5) (Asphalt Tango/MW Records)
Ze was topzangeres en een charismatisch performer. En de best betaalde zangeres in de mahala’s, de Roemeense zigeunergetto’s. Maar haar talent had voor Gabi Luncă een keerzijde. Ook Nicolae en Elena Ceauşescu waren fan. Werd het opgedwongen staatsfolklore of toch haar eigen ‘hardcore’ muzica lautareasca? Luncă deed een beetje van beide. Voor de serie Sounds from a Bygone Age dook het Berlijnse Asphalt Tango-label voor de vijfde keer in de archieven van staatsstudio Electrecord en kwam er uit met een fraaie, tijdloze verzameling Luncă-songs uit de periode 1956-1978. Met virtuoze hulp van echtgenoot/accordeonist Ion Onoriu, trompettist Costel Vasilescu en cimbaalheld Toni Iordache brengt diva Luncă soulvolle, soms variétéachtige lautari-songs, een zoete, wat lichtvoetiger variant op Taraf de Haïdouks. Belangwekkend document van een legende uit de gouden tijd van de Roemeense zigeunermuziek. Een levende legende zelfs, Luncă wordt binnenkort zeventig. Ze zingt nog steeds, zij het alleen in kringen rond de Pinkstergemeente.
Ze was topzangeres en een charismatisch performer. En de best betaalde zangeres in de mahala’s, de Roemeense zigeunergetto’s. Maar haar talent had voor Gabi Luncă een keerzijde. Ook Nicolae en Elena Ceauşescu waren fan. Werd het opgedwongen staatsfolklore of toch haar eigen ‘hardcore’ muzica lautareasca? Luncă deed een beetje van beide. Voor de serie Sounds from a Bygone Age dook het Berlijnse Asphalt Tango-label voor de vijfde keer in de archieven van staatsstudio Electrecord en kwam er uit met een fraaie, tijdloze verzameling Luncă-songs uit de periode 1956-1978. Met virtuoze hulp van echtgenoot/accordeonist Ion Onoriu, trompettist Costel Vasilescu en cimbaalheld Toni Iordache brengt diva Luncă soulvolle, soms variétéachtige lautari-songs, een zoete, wat lichtvoetiger variant op Taraf de Haïdouks. Belangwekkend document van een legende uit de gouden tijd van de Roemeense zigeunermuziek. Een levende legende zelfs, Luncă wordt binnenkort zeventig. Ze zingt nog steeds, zij het alleen in kringen rond de Pinkstergemeente.
vrijdag 23 mei 2008
donderdag 8 mei 2008
dinsdag 6 mei 2008
dinsdag 29 april 2008
vrijdag 18 april 2008
donderdag 17 april 2008
woensdag 26 maart 2008
donderdag 20 maart 2008
vrijdag 14 maart 2008
vrijdag 7 maart 2008
Abonneren op:
Posts (Atom)







