woensdag 8 april 2009
zondag 5 april 2009
donderdag 2 april 2009
De moraal van Van Houts en De Ket

(uit BN/De Stem)
‘Voor je het weet heb je weer iemand gekwetst’
De nieuwe, spraakmakende cabaretshow van Van Houts en De Ket heeft een kijkwijzer: ‘Kan mensen keihard kwetsen’.
door Dieter van den Bergh
‘Ik weet niet wat jullie beogen, maar het was alleen maar geschreeuw, gevloek en gegooi.’ Aldus een reactie in het gastenboek van een bezoekster die voortijdig de zaal verliet. “Is dat echt, schrijft iemand dat?”, zegt Tom de Ket oprecht verbaasd. “Dat moet tijdens de sketch ‘Gevloek en Getier’ geweest zijn. Een parodie. Satire. Mensen vangen iets op, luisteren niet meer en lopen weg. Jammer, maar ik kan echt niet instaan voor de intelligentie van het publiek.”
Dat er mensen de zaal uitlopen, tijdens de voorstelling, is geen onbekend gegeven voor De Ket (50), ‘de kale’ in Van Houts en De Ket. Het Amsterdamse cabaretduo zoekt constant de grenzen van het betamelijke op. Haar voorstellingen zijn provocerend, pijnlijk en venijnig, maar vooral ook erg hilarisch en grappig. Bij de nieuwe voorstelling ‘Achterlijker dan dwars’ ontstond de controverse al bij het affiche, waarop beide heren, met de rug naar de kijker toe, naakt poseren. “Toevallig zo ontstaan”, vertelt De Ket. “Eerst hadden we nog een broekje aan, maar zonder broekje werkte het toch beter. De rugnummers vormen onze geboortedatum, 58, het nummer dat je altijd zult dragen. Kwetsbaar toch? En ja, iedere attentiewaarde is natuurlijk ook meegenomen.”
Zoals alle acht eerdere Van Houts en De Ket-voorstellingen handelt ‘Achterlijker dan dwars’ over ‘de waanzin van de Nederlander’. Als theaterantropologen bestuderen de twee cabaretiers het Hollandse ras. Goedgelovigheid (tegen beter weten in) is dit keer het leidmotief. De Ket: “De onuitroeibare behoefte van de mens om voor de gek gehouden te worden. Eenderde van de mensheid gelooft dat de aarde in zes dagen is geschapen. Waarschijnlijk eenzelfde aantal gelooft in de idioterie van Uri Geller. Of kijk naar de kredietcrisis. Gedreven door hebzucht is iedereen er ingetuind. We geloofden dat de bomen tot in de hemel reikten. En nu voelen we ons bedrogen. De crisisellende is een heel dankbaar gegeven voor ons. Een van de succesnummers is een kliniek waar financiële adviseurs kunnen afkicken van hun praktijken.”
‘Achterlijker dan dwars’ is voorzien van een kijkwijzer: ‘Dit programma bevat waarschijnlijk schokkende beelden en we gaan bepaalde bevolkingsgroepen keihard kwetsen.’ “Nederlanders hebben zo’n lange tenen tegenwoordig. Voor je het weet, kwets je iemand. We houden rolstoelsessies met ene ‘Micha’ [naar cabaretier Micha Wertheim die commotie veroorzaakte na een ‘gehandicaptengrap’, red]. ‘Micha’ heeft spierdystrofie, heel ernstig. De gehandicapten zelf vinden het geweldig, maar voor je het weet slaan de stoppen door bij het niet-gehandicapte publiek. Die scène gaat over hypocrisie. Er is op televisie een ontwikkeling gaande waarbij het leed van anderen, bijvoorbeeld gehandicapten, wordt uitgebuit. Een nieuw soort leedvermaak onder het mom van goedbedoeldheid. Maar het gaat over een heel ander belang, het is pure uitbuiting.”
“Of we doorslaan in cynisme? Nee, we zijn helemaal niet cynisch. Wel hard en confronterend. Als je cynisch bent, kan het je allemaal geen reet schelen. Het kan ons héél véél schelen. We zijn eigenlijk enorme moralisten. Geëngageerd ook. We zijn niet kwaad, maar maken ons juist vrolijk over de waanzin van alledag. Er zit veel troost in de voorstelling: mensen herkennen hun leed. Let wel, we heffen geen vingertje op, het gaat ook over onszelf. Wij zijn ook maar gewoon twee van de vele gekken in dit land. Ook wij zaten tot aan onze nek in onbegrijpelijke producten als investeringshypotheken, pensioenfondsen en koersplannen. En nu is alles verdampt. We zijn er ingetrapt en moeten nu met de billen bloot.”
Van Houts en De Ket, ‘Achterlijk dan dwars’, 7 april, Chassé Theater Breda, 20.30u, 21 april Theater De Bussel Oosterhout, 20.15u, 12 mei, De Kring Roosendaal, 20.15u. www.vanhoutsendeket.nl
maandag 30 maart 2009
vrijdag 27 maart 2009
Jonathan Richman vooral hilarisch

(Uit BN/De Stem)
Lullige antipop van nerd Jonathan Richman
Gezien: Jonathan Richman, donderdag 26 maart Mezz Breda
door Dieter van den Bergh
Een artiest die een optreden begint met zijn grootste hit in plaats van er mee eindigt; het is meestal een voorbode van een mooie avond. ‘Hebben we die verplichting vast gehad’. Zie Egyptian Reggae (wereldhit in 1977), de verrassende opener gisteravond in de Mezz. Het is dat het huppelende instrumentaaltje uitgevoerd werd door de componist zelf, anders was het de allerberoerdste cover van Egyptian Reggae allertijden geweest . Maar slecht (lees: lullig, naïef) wordt in het geval van de Amerikaanse nerd Jonathan Richman vaak juist weer goed. Richman (1951) reflecteert op popmuziek, maakt antipop, of noem het kunstpop. Gezongen met huilerige valse stem. Iets dat hij eind jaren zeventig al deed, zijn hoogtijdagen, maar toen in een krakkemikkig rock ’n roll-jasje met de Modern Lovers, reeds in 1978 opgeheven, maar goed voor een viertal legendarische platen. Richman werd een cultheld, maar wel eentje die serieus in de vergetelheid raakte, ook al wordt hij door acts als Pixies en Weezer als inspiratie genoemd. De excentrieke, maar charmante Bostonian stond in Breda op de planken met de extreem stoïcijnse drummer Tommy Larkins, die zo een typetje van Michiel Romeyn zou kunnen zijn. De Mezz, die het duo voor een eenmalig Nederlands optreden aandeed tussen Berlijn en Londen door, stond gezellig vol, vooral vanwege jeugdsentimentele motieven. Maar bijna alle Richman-krakers, zoals I’m a Little Aeroplane, My Little Kookenhaken, New England, Ice Cream Man en protopunksong Roadrunner bleven op stal. Daarvoor in de plaats klonk nieuwer werk, waaronder potsierlijke Italiaanse en Spaanse pop, inclusief maffe dansjes, koebelpercussie en andere maniertjes. Zijn streken is Richman duidelijk nog niet verleerd, maar op den duur gaan die toch wat tegenstaan, zeker als de muziek niet meewerkt. Een echo uit het roemruchte verleden is Pablo Picasso (was never called an asshole), nog gecoverd door David Bowie en Iggy Pop. Meer schilderachtige pop: het recentere No One Was Like Vermeer, een muzikaal antwoord op het aloude eerbetoon Vincent van Gogh (The baddest painter since Vermeer).
Jonathan Richman wordt door sommigen beschouwd als de grondlegger van de punk, maar de Amerikaan is veel meer een lo fi-pionier. Zie ook zijn nihilistische antipopconcert van gisteravond, ongetwijfeld een van de meest hilarische Mezz-concerten van het jaar.
dinsdag 24 maart 2009
maandag 23 maart 2009
donderdag 19 maart 2009
woensdag 18 maart 2009
donderdag 12 maart 2009
dinsdag 10 maart 2009
maandag 9 maart 2009
Radio Romanista

(uit Mixed Magazine)
Kal
Radio Romanista
(Asphalt Tango/Music&Words)
‘Country’ is het genre van deze cd, volgens iTunes. Kal doet aan veel denken, maar niet aan country. ‘Balkan’ is een beter etiket, maar zover is iTunes nog (net) niet. Kal maakt ‘rock ’n’ roma’, ditmaal uit Romanistan, een gedroomd zigeunerland met nationale radiozender: Radio Romanista. Radiobaas en Roma-activist Dragan Ristic biedt voor ieder wat wils: pop, rock, folk, chanson, jazz en punk, zoals het ‘politieke’ I’m Gypsy. Het zevental uit Belgrado huppelt - met viool, elektrische bas, (dubbele) accordeon en drums - van cheesy bruiloftsmuziek en carnavaleske Bregovic-polka’s naar bezielde gypsy-soul. En is ook niet vies van een moppie elektronica, zoals in Turkish Blues, met bezwerende klarinet en gesampelde ‘Bulgaarse’ vrouwenstemmen. Er zijn meer mooie vrouwenstemmen te horen, zoals die van Florentina Sandu, kleindochter van wijlen Taraf de Haidouk Nicolae Neacsu. Kal maakt muziek zoals icoon (wijlen) Saban Bajramovic die zou maken mocht hij nu jong zijn geweest. Hopelijk heeft Radio Romanista bereik in de zigeunerhemel.
Sljivovica & Champagne

(uit Mixed Magazine)
Goran Bregovic and his Wedding and Funeral Band
Alkohol: Sljivovica & Champagne
(Universal)
Mochten er verkiezingen zijn voor ‘Grootste Muzikale Recycler & Meest Schaamteloze Jatter uit de Geschiedenis van de Popmuziek’, dan gaat Goran Bregovic (Sarajevo 1950)
die met glans winnen. Knip, plak, een nieuw jasje erom, en hop hop hop, we hebben weer een nieuw lied; zijn succesvolle werkwijze in het kort. Alkohol, zijn eerste reguliere album sinds jaren - opgenomen tijdens concerten in Guca, Belgrado en Skopje - staat vol met Balkan(brass)songs die we allang kennen. Traditionals, en soms eigen werk. Uit zijn Joegoslavische Bijelo Dugme-tijd bijvoorbeeld, van zijn Griekse plaat met George Dalaras, of uit films als Underground en Black Cat, White Cat. Maar dan dus net even anders. Het heeft totaal geen urgentie, maar aanstekelijk is het wel. Zoals altijd. Niemand hoeft ‘Brego’ te vertellen hoe je Balkanpop moet verpakken. Pikant is de samenwerking met Shantel (Gas gas gas), die Bregovic als Koning van de Balkan van de troon dreigde te stoten. Alkohol is een mooie introductie in Balkanmuziek, voor wie de laatste jaren onder een steen heeft gewoond.
zondag 1 maart 2009
vrijdag 27 februari 2009
donderdag 26 februari 2009
zondag 15 februari 2009
dinsdag 10 februari 2009
De pure fado van Maria de Fatima
Maria de Fátima
Memorias do Fado
(Coast to Coast)
(uit Mixed Magazine)
In de vaderlandse fado-revival hebben we het alleen over ‘hippe’ fadista’s als Cristina Branco, Mariza en Misia. Eén artiest, nota bene uit eigen land, wordt consequent over het hoofd gezien: Maria de Fátima. Geheel onterecht, want wie deze diva wel eens live heeft horen zingen weet het: ze maakt zo’n verpletterende indruk dat eerder genoemde, maar veel slimmer in de markt gezette zangeressen erbij verbleken. Maria de Fátima (Lissabon 1961), die reeds in de jaren zeventig elpees maakte, timmert al jaren vanuit Amsterdam aan de fadoweg, maar valt pas de laatste tijd echt op, dankzij een theatertour en optredens met Thé Lau (Tussen Amstel, Schelde en Taag). En nu dan met een prachtige nieuwe plaat, die zonder in fadoclichés te vervallen nauwelijks te beschrijven is. Die stem, die sfeer, dat gevoel. Luister zelf naar de ‘klassieke’ fado’s van Memorias do Fado, waarschijnlijk de puurste fadoplaat ooit in Nederland gemaakt.
El Guincho: hitsige space-age exotica

El Guincho
Alegranza
(Young Turks)
In de jaren negentig had je de Surinaamse DJ Pac. Met botte bijl hakte hij in op kawina, calypso en kaseko om de stukjes op een rechtlijnige bubblingbeat weer aan elkaar te plakken. Het resultaat was een nogal lompe samplemix die ambivalente gevoelens opriep. Ernstige irritatie aan de ene kant, euforische danslust aan de andere. Een zelfde gevoel roept de samplegekte op van El Guincho, alias dj Pablo Diaz-Reixa uit Barcelona. Op zijn internationale debuut Alegranza mixt hij banale beats met tropische geluiden zoals soukousgitaren, steeldrums, Zoeloezang, samba en raga. Het zijn nummers zonder einde, de repetitieve ritmes blijven maar doorgaan, alsof de plaat blijft hangen. En dat is het irritante: een nummer uitluisteren in je huiskamer is niet te doen. Maar deze hitsige ‘space-age exotica’ werkt ongetwijfeld wél op dansfeesten, bij voorkeur een trancefeest in de open lucht, neem het Canarische El Guincho-naaktstrand. Mits de deejay van dienst de tracks wegmixt voordat de danslust omslaat in irritatie.
donderdag 5 februari 2009
zondag 1 februari 2009
zondag 25 januari 2009
vrijdag 23 januari 2009
donderdag 22 januari 2009
woensdag 21 januari 2009
Interview met Elbow in Hifidelity #2
Met het winnen van de prestigieuze Mercury Music Prize dankzij de ‘plaat van het jaar’ The Seldom Seen Kid schaarde Elbow zich dit najaar in het illustere rijtje Portishead, Suede, Arctic Monkeys, Franz Ferdinand en Antony and the Johnsons.Hoewel de groep uit Manchester al zeventien jaar bestaat, is Elbow nu plotseling hot en verkoopt overal de zalen uit. Onbetwist middelpunt van de groep, onterecht ‘de nieuwe Coldplay’ genoemd, is zanger Guy Garvey. Maar eigenwijs als we zijn dronken wij in het kader van De Muziekbeleving van... een pint met Mark (34) en Craig Potter (32), respectievelijk gitarist en toetsenist van Elbow. Twee vliegen in één klap, want de broertjes groeiden samen op in Bury, ten noorden van Manchester.
zie de papieren versie van Hifidelity.
donderdag 15 januari 2009
dinsdag 13 januari 2009
maandag 12 januari 2009
zondag 11 januari 2009
woensdag 7 januari 2009
Stranglers: stoer & sleazy

(www.bndestem.nl)
The Stranglers nog even stoer en sleazy als weleer
Ooit pisten ze - letterlijk - op hun publiek, brachten de Hitlergroet op het podium (al dan niet in het gezelschap van halfnaakte vrouwen) en werden ze beschuldigd van seksisme en racisme. Zo’n drie decennia geleden waren The Stranglers, kortom, punk. Om van de dope nog maar te zwijgen. Maar de punk werd door deze Britten net zo makkelijk weer afgezworen ten faveure van melancholieke popsongs. Raar bandje dus, maar wel een belangrijk bandje met een heel pak hits. Gisteren klonken ze in de Bredase Mezz. Een eenmalig optreden in Nederland, fans kwamen er zelfs voor uit Groningen. Drie originele leden zijn er over: toetsenist Dave Greenfield (1949), bassist Jean Jacques Burnel (1952) en drummer Jet Black (1938). Oud-boegbeeld en zanger Hugh Cornwell doet al jaren niet meer mee, en is vervangen door jonkie Baz Warne (1964). The Stranglers zonder Cornwell, dat klinkt op papier als The Pogues zonder Shane MacGowan, The Clash zonder Joe Strummer en The Sex Pistols zonder Johnny Rotten. En ook op plaat trouwens, getuige de lauwe punkpop op het recente Stranglers-album Suite XVI. Hoe pakt dit op het podium uit, tijdens deze European Hits Tour? Laten we beginnen met de drummer: de 70(!) jarige Black bleek op het laatste moment vervangen door zijn jonge roadie Ian Barnard, die zo strak als een trommelvel stond. Greenfield tript nog even woest op zijn ‘Doors’-orgeltje en bassist/zanger Burnel, ogenschijnlijk zo fris als een hoentje, ontpopt zich, dankzij een muur van basversterkers, als de nieuwe leider van de band. The Stranglers-sound drijft meer dan ooit op zijn agressief pompende bas, uit duizenden herkenbaar. Dan zanger Warne. Op de bühne een veel minder irritant rockzanger dan op plaat, zo blijkt, die in hoekige, ‘sleazy’ punkhits als Nice ’N Sleazy, Something Better Change, en Peaches (volgens kenners met de beste baslijn allertijden) oud-zanger Cornwell even doet vergeten. Maar in schitterende pophits waarin oorspronkelijk écht gezongen werd zoals Skin Deep, No Mercy, Always The Sun en de grootste wereldhit Golden Brown (een lief liedje over heroïnegebruik op klavecimbelklanken), toont hij zich slechts een schim van Cornwell. No More Heroes (1977) klonk in de toegift, een tijdloos punkvolkslied. Maar The Stranglers zijn - als we een paar nieuwe nummers door de vingers zien - nog steeds stoere helden, die weinig aan glorie hebben verloren. En terugkomen, dat mogen ze zeker nog een keer van het Bredase publiek. Maar dan liefst mét Hugh Cornwell, die op dit moment eveneens - maar dan in achterzaaltjes en solo - de Greatest Stranglers-hits vertolkt.
Abonneren op:
Posts (Atom)















