donderdag 19 november 2009

Met Eddie Hitler/Adrian Edmondson in Brighton










“Ik kon Stairway to Heaven al spelen op mijn twaalfde. Jimmy Page schreef het liedje pas op zijn 22e. Dat lijkt me nogal veelzeggend.” Op het podium staat Adrian Edmondson, zanger en mandolinespeler van The Bad Shepherds. “Vooruit, nog één liedje dan jongens, Teenage Kicks, dan mogen jullie weer drugs gaan gebruiken of gaan zwemmen, want dat doen jullie toch de hele dag hier in Brighton?”
Adrian Edmondson maakte zich onsterfelijk als komiek (punker Vyvyan Basterd in The Young Ones, punker Edward ‘Eddie’ Elizabeth Hitler in Bottom), maar ook op muzikaal vlak heeft de Brit een verrassende staat van dienst. Hij stond begin jaren tachtig als gitarist en zanger op de grote festivals met de legendarische nep-rockband Bad News (een parodie op een hardrockband die speelde met Iron Maiden en Brian May, en berucht van een hilarische Bohemian Rapsody), hij scoorde een monsterhit met Cliff Richard (Living Doll), stond op het podium met The Who en met vriend Jools Holland en toerde recentelijk een jaar mee met The Bonzo Dog Doo Dah Band. Ook regisseerde hij videoclips voor acts als The Pogues, Squeeze, 10.000 Maniacs en Elvis Costello.

Vorig jaar vormde Edmondson met violist Maartin Allcock (Fairport Convention, Jethro Tull), Andy Dinan (doedelzak, fluit, sessiemuzikant van Nigthwish tot Roy Harper) en meervoudig Iers vioolkampioen Troy Donockley de band The Bad Shepherds. De groep (‘There are no sheep on stage that’s how bad we are’) debuteerde onlangs met Yan, Tyan, Tethera, Methara (one two three four op z’n Ramones, maar dan in een oud Cumbriaans dialect) speelt op verdienstelijke wijze folkversies van punk en wave-klassiekers uit de jaren tachtig van acts als The Clash, Squeeze, The Stranglers, Talking Heads, Kraftwerk, Tom Robinson Band, The Jam en Sex Pistols. Zoals deze avond in Concorde 2, een oud theehuis aan het strand van Brighton. Onder meer Foo Fighters, The Cure, Fatboy Slim en The Magic Numbers gingen The Shepherds voor, zo vertellen posters aan de muur.
Voor onze serie De Muziekbeleving Van... zocht Hifidelity Edmondson op in Brighton.













De Britse komiek (Bradford, 1957) is sinds 1985 getrouwd met Jennifer Saunders (Absolutely Fabulous) en vader van drie dochters. Adrian is manager van zijn oudste dochter, de zangeres Ella Edmondson (1986). Ze debuteerde onlangs op het Monsoon-label van haar vader en doet het voorprogramma van The Bad Shepherds. “Ik ben niet goed in grappig zijn”, zegt de dochter van de twee beroemdste komieken van Engeland. “Maar ik kan wel goed liedjes schrijven.” EMaar goed, we kwamen voor vader ‘Ade’. Over muziek luisteren, helden, punk en folk, The Young Ones en... ABBA. “Eigenlijk heb ik altijd muzikant willen worden.”

Opvoeding“Muzikale opvoeding? Haha, integendeel! Muziek werd thuis in Bradford serieus ontmoedigd. Ik kreeg weliswaar een flat horn, zo’n grote ronde trompet, in de maag gesplitst. Moest ik in de garage op oefenen, maar dat werd natuurlijk niks. Op mijn elfde kreeg ik na veel gezeur een basgitaar. Een ‘banjo’ bleef mijn vader die konsekwent noemen.”

Swinging Safari“Maar liefst acht klassieke platen had mijn vader. En eentje van Bert Kaempfert, A Swinging Safari [Adrian neuriet de melodie]. Mijn moeder had een plaat van Petula Clark met Downtown erop. En oh ja, ook nog eentje met komische Ierse liedjes van Val Doonican. Mijn ouders waren - zacht gezegd -nogal conservatief.”

Draagbare platenspeler“Mijn vader was leraar in het leger, we zijn vaak verhuisd. Ik heb op Cyprus gewoond, in Bahrein, in Oeganda. Maar van de cultuur daar kreeg ik niks mee, we woonden steeds in westerse enclaves. Als we op reis gingen namen we altijd onze draagbare platenspeler mee, een soort koffer, als je die uitklapte kon je de monospeaker eruit halen. Ik heb die nog geërfd, maar geen idee of ik hem nog heb.”

Kostschool“In 1969 ging ik naar de kostschool. Ik leerde rock kennen. We leefde in een gemeenschap, in verschillende huizen. Mijn huis was een ‘rockhuis’ waar The Free werd gedraaid, Bad Company, Led Zeppelin, Mott The Hoople, Stones. Ik ging vaak voor de muziek op bezoek in het ‘West Coast-huis’, daar draaide ze Grateful Death, Crazy Horse. Mijn eerste concert was Procol Harum op York University. Dat was eigenlijk ontzettend slecht. Ze hadden eigenlijk maar één hit; Whiter Shade of Pale. We hebben het hele concert gewacht op dat nummer, maar ze spelen het niet. Sindsdien háten we Procol Harum.”

David Bowie“Ik had weinig geld, kon nauwelijks muziek kopen. Mijn eerste plaat was Gimme Shelter van The Stones. Ik kocht hem toen ik twaalf was bij de enige platenzaak van Pocklington, waar ik op kostschool zat. Ik vond er eigenlijk geen zak aan. Zeker de b-kant niet, die live was en waarop je alleen maar schreeuwende meisjes hoort. Mijn tweede plaat was Ziggy Stardust. Play at maximum volume stond er in het midden van de elpee. Bowie werd op mijn veertiende mijn eerste held. Daarna kwam Lou Reed. Ik zag hem in Sheffield City Hall en kocht vóór het concert een poster van Lou Reed. Dat moet je dus nooit vóór het concert doen. Ik heb hem het hele concert vastgehouden, voor aan bij het podium. Tot mister Lou Reed himself de poster heeft afgepakt.”

Universiteit“Eigenlijk heb ik altijd muzikant willen worden. Toen ik van kostschool af kwam, was er een enorme druk om naar de universiteit te gaan. Maar ik had daar eigenlijk helemaal geen zin in. Dus koos ik in 1975 het makkelijkste vak; ‘drama’, in Manchester. Als je ‘muziek’ had kunnen kiezen had ik dat gedaan. Gelukkig leerde ik in Manchester Rick [Mayall, latere comedypartner in o.a. The Young Ones en Bottom] kennen, we hadden dezelfde muzikale voorkeuren en namen de universiteit niet zo serieus.”

Nick Cave“Ik kan wel zeggen dat ik inmiddels redelijk bekend ben in Engeland. Hierdoor heb ik de nodige helden van mij kunnen ontmoeten. Mick Jagger, Brian May, Pete Townsend, Jimmy Page. Ontmoet nooit je helden, heb ik wel geleerd. Hoe aardig ze misschien ook zijn, als je ze ontmoet hebt, zijn het je helden niet meer. Het blijken namelijk hele gewone mensen. Mijn twee grootste helden heb ik nooit ontmoet: David Bowie en Nick Cave. Cave is mijn held of all time. Die wil ik zijn. Zijn stijl, zijn cool, zijn muziek, zijn persoon. The coolest man on earth. Eigenlijk speelt hij ook gewoon folksongs, zeker zijn murder ballads. Hij heeft de drums uit zijn muziek gehaald, net als wij. Ik zat ooit te lunchen in een bar in Londen, bleek Cave een tafel verder te zitten. Hij zat verzonken in een boek. Met grote moeite heb ik de verleiding kunnen weerstaan om op te staan en hem een hand te geven. Nu ben ik daar erg blij om.”

Punk
“Op mijn negentiende kwam de punk in alle hevigheid op. Erg spannend, dat veranderde eenieders leven, tenminste, dat van mij en mijn vrienden wel. Het bevrijdde ons van alle regels. Ook op de universiteit. We wilden iets proberen te doen dat anders was dan de gebruikelijke komieken met hun pakken en stropdassen en foute racistische en seksistische grappen. Er was geen plaats voor ons in dat wereldje. Maar dankzij de punkmentaliteit hebben we toch de aandacht op kunnen eisen.”

Rick Wakeman“Als je muzikant wilde worden dan moest je minstens Rick Wakeman worden, zo was het idee, met dat reusachtige instrumentarium van hem. En ongetwijfeld had hij een jarenlange muzikale opleiding. Nee, dat ging niet zomaar lukken. Maar dat veranderde toen de punk opkwam; je stal gewoon twee oude gitaren, ging op zoek naar een afgedankte versterker en je begon een band. Of je nou kon spelen of niet. Zo deden wij dat ook in comedy. Het enige dat we nodig haden was een pub in Manchester als podium.”

Buzzcocks en Sex Pistols“Ik heb nooit heel aktief deelgenomen aan punk, maar was meer een filosofisch beschouwer. In The Squat in Devon Street in Manchester heb ik veel punkbandjes gezien. Daarvan hebben alleen The Buzzcocks het later gemaakt. De Sex Pistols heb ik nooit gezien; maar die traden ook maar een jaar op en de kans om ze te zien was statistisch gezien erg klein. De helft van de optredens werd namelijk afgelast.”











Young Ones
“En de bands die tijdens The Young Ones optraden heb ik natuurlijk gezien. Wij kozen die niet, al hadden we wel wat invloed op de keuze. Een band als Amazulu was een miskleum, die waren niet echt cool, verder hebben we veel mooie dingen gehad; Madness, Motörhead en the Damned die speciaal voor ons een lied schreven.”

Jaloers“In die tijd waren veel muzikanten jaloers op ons. Ze wilden allemaal ons worden. Wij waren hip en deden ons ongedwongen ding, dachten zij. Chrissie Hynde wilde stand up comedian worden! Costello wou grappig gaan doen! Madness was jaloers op ons, zo erg zelfs dat Ben Elton [schrijver The Young Ones en Blackadder -red] voor hen nog een tv-comedy schreef. Daar is het nooit van gekomen, Gelukkig maar misschien. De muzikanten vonden dat ze vast zaten in het stramien van drieminutenliedjes, wat wij deden was pas vrij en interactief. Maar wat zij niet wisten was dat wij juist hartstikke jaloers op hen waren.”

Bad News“Of we echt speelden met Bad News? Zeker, maar vraag niet hoe. Ik ben een competente gitarist, al zeg ik het zelf, Nigel [Planer, Neil uit The Young Ones] speelde een soort van gitaar, Peter [Richardson] speelde bijna drums, bassist Rick [Mayall] was just shit. Maar het was een mooie tijd. We hebben op grote festivals gestaan zoals Reading en Monsters of Rock, we hebben getoerd met Iron Maiden, speelden met Jeff Beck, met Ronnie Woods, met Jimmy Page, met Marillion. Brian May was onze producer!”

Videoclips“Ik heb een jaar lang videoclips gemaakt, in 1987 en ‘88. Ik heb dertien videos gedaan, voor Squeeze [Hourglass], Elvis Costello [This Town] Michelle Shocked [When I Grow up], 10.000 Maniacs [Like the Weather], The Pogues [Fiesta], met een hele dronken Shane MacGowan tijdens de opnames. Ik ben een groot fan van hem, en hij van mij zo bleek. Alleen dat hij zo altijd zo dronken is, is very tricky. De video voor Squeeze werd nog verkozen tot ‘MTV Best Video’. Dat waren heel dure clips vaak, en vrij uitbundig. Zodiac Mindwarp wilde ook een clip van mij à la Bad News. [lachend] Nou die kon hij krijgen, hij nam het geloof ik allemaal een beetje te serieus. In 1988 stortte de markt voor clips in. Er was ineens geen geld meer, dus ben ik gestopt. Er was geen uitdaging meer.”















Muziek luisteren“Thuis luister ik weinig naar muziek. Het draaien van een cd vraagt een hele vreemde concentratie vind ik. Je moet eigenlijk gaan zitten, maar bent ondertussen toch met andere dingen bezig: de afwas doen, kleren strijken. Ik hou van muziek luisteren op de radio of via de iPod, ik heb zelf labels gemaakt. ‘Americana’ staat het meest op. Devon Sproule, John Hartford, Gram Parsons, Flying Burrito Brothers. In de bus naar optredens toe willen we geen muziek, dat wordt gewoon too much.”

Festivals“We spelen de laatste tijd veel op festivals, daar zie ik veel andere bands. In Cambridge zag ik Mumford & Sons, erg goede indie folkband uit Londen. Heb meteen hun cd gekocht. Tegen mijn gewoonte in. Ik koop eigenlijk nooit cd’s, ik krijg wel veel. Ik vind dat het beter is sommige muziek in herinnering te houden, en die herinnering te koesteren in plaats van meteen de cd te kopen.”

Bad Shepherds
“Ik heb nu even de handen vol aan mijn eigen muziekproject. Ik speel muziek, for fun, een betaalde hobby. We krijgen hele positieve reacties, zoals: ‘we kunnen nu eindelijk horen wat ze toen zongen’. Veel punksongs worden ondergewaardeerd, omdat mensen de teksten niet kunnen verstaan en denken dat het om zomaar wat geschreeuw gaat. Folk en punk hebben veel overeenkomsten. Ze zijn beide van het volk, de sociale context is vaak hetzelfde. Rise van PiL gaat over apartheid, veel oude folk in wezen ook, al gaat het dan over de rechten van mijnwerkers. Er zit in de traditionele muziek soms eenzelfde woede als in de anger is an energy van Johnny Rotten. Je krijgt bovendien eenzelfde gevoel van rauwe opwinding. Ik kan tenminste heel opgewonden raken als ik ergens uit een Ierse pub Gaelic tunes hoor komen, zeker als daar wat bij gedronken wordt. Ik heb twee jaren geleden in een dronken bui rond kerst een mandoline gekocht. De dag erna ben ik daarop beginnen te spelen: de punkliedjes die ik nog kende van vroeger. Dat bleek verrassend lekker te klinken op mandoline.”

Folk“In mijn vroege tienerjaren stonden de hitlijsten vol met folk. Lindisfarne, Steeleye Span, Fairport Convention. Softrock vonden we dat toen, was daar ik niet veel mee bezig. Punk was veel spannender. Ik was wel altijd fan van The Pogues maar het Keltische kwartje viel pas echt tijdens een Bottom-toer begin deze eeuw. Een kleedkamer naast ons hoorde ik de band van de Engelse folkzangeres Kate Rusby zingen en spelen. Fantastisch! Dankzij haar ben ik nu een born again folkie. Het grappige is dat Rusby heeft meegwerkt ana het debuut van mijn dochter.”

Ella
“Met je dochter op toernee gaan is, zeg maar, wel iets heel anders dan een normale vader-dochter-relatie. We zijn veel meer open naar elkaar toe. Haar moeder is daar weleens jaloers op. Ella doet het goed in Engeland. Maar het kan nog véél beter, zo sprak haar manager. [lachend] Tenminste één Edmondson moet het toch kunnen schoppen tot beroemd muzikant.”


de Favorieten Van.... Adrian Edmondson1-Mijn hifi-set: “Bose docks, tamelijk lo-fi. We hebben ook een home cinema, verbonden met de cd-speler. Vooral de sub-bass is erg goed. Plus een iPod. Ik ben er nog niet uit of een high-end installatie nut heeft. Toen Brian May onze producer was gaf hij de eindmixen van de plaat mee op cassette. We luisterden dat in de auto op een crap-installatie met crap-speakers. Het klonk daarop fantastisch, dus was het zeker goed. De meeste mensen luisteren muziek in een volle bar. Ook dan kun je geraakt worden.”
2-Favoriete genre: “Americana.”
3-All time favourite: “Nick Cave.”
4-Ik gruwel van... “Rap. Daar word ik doorgaans niet erg vrolijk van, of het moet hele oude zijn. Die mensen nemen zichzelf vaak onterecht veel te serieus, want het talent ontbreekt. En waar hebben ze het over, so boring...”
5-Ik luister stiekem naar. “ABBA. Keihard meezingen met m’n iPod. Die groep kun je nauwelijks betrappen op een slechte song. Sommige mensen vinden ABBA niet cool. Ongebegrijpelijk.”
6-Omvang muziekcollectie: “Zo’n 1000 cd’s. En nog wat vinyl in de kelder. Sinds we verhuisd zijn staat dat daar. Maar ik kom helaas te weinig in de kelder, haha.”
7-Verzamelaar? “Nee. Zelfs van Nick cave heb ik niet alles. En ook van Bowie niet, zijn laatste werk is crap.”
8-Elpee of cd? : “De elpee is natuurlijk belachelijk romantisch, maar geef mij toch maar de cd. Ik hoor het verschil in geluid ook niet zo.”
9-Meest memorabele muziekbeleving: “Met The Who in Hyde Park in 1996 tijdens Quadrophenia voor 120.000 mensen. Een charity-concert. Ik speelde Ace Face/Bellboy in een soort van gigantisch gat in het podium. Pete Townsend en Roger Daltrey backing me up. I was in tune. Bizar genoeg zat speelde Gary Glitter ook een gangmember. Ik weet nog dat ik tijdens de repetities gesproken heb met John Entwistle, die toen nog leefde. Ik heb hem een heel verhaal verteld, maar hij hoorde geen woord van wat ik zei, zo afwezig was hij.”
10-Mijn hifi-tip: “Beleef muziek live.”

Op www.badsheperds.com is haar hele debuut-cd Yan, Tyan, Tethera, Methara te beluisteren.

Univers wint Gouden Luis



lees hier verder

AutoSalon: festival rond het automobiel


lees het artikel hier

zaterdag 7 november 2009

Luka Bloom overtuigt in Mezz



(BN/de Stem 6 november 2009)
Hoewel hij teruggetrokken woont op het Ierse platteland, heeft hij ook een appartement in de Amsterdamse Jordaan. Luka Bloom heeft namelijk een speciale band met Nederland. Jarenlang stond hij hier op de grote podia, zoals Pinkpop, Paradiso, Carré en Tivoli, die hij moeiteloos uitverkocht. In Carré nam hij een live-plaat op en zette eerder het ‘publiekskoor’ in van een zinderend Tivoli. Maar Bloom, jongere broer van de legendarische Ierse folkzanger Christy Moore, pakt het de laatste tijd intiemer aan, zowel op plaat als tijdens concerten. Zo kon het gebeuren dat de Ier gisteravond ‘gewoon’ in de Mezz in Breda stond. Voor uiteraard een volgepakte zaal. En met kopje thee, want Bloom is anti-rock ’n roll, en geen ‘stereotype Ier’, zoals hij zelf nog even benadrukte. Als persoon dan, muzikaal is een ander verhaal. Het ‘rebel rebel’ op zijn zwarte shirt zei genoeg. Want Bloom en zijn gitaar op dreef, dat is een eenmanspunkband. Maar de geëngageerde Ier (bouwjaar 1955), al zo’n veertig jaar op de planken, wordt ook een jaartje ouder. En softer, getuige de vele rustieke songs, soms bijna easy listening, zoals het recente ambient-lied ‘Tribe’ en een eerbetoon aan zijn recent overleden held John Martyn. Positieve liedjes, geschreven met het hart op de juiste plek, rond thema’s als dromen, de natuur, verhalen van Ierse emigranten, én van immigranten in Ierland. Vol ontroerende en geestige parlando’s, à la broer Christy. Hoewel Bloom een van de meest constante factors in de popwereld is, lijkt het publiek toch te wachten op de oude ‘evergreens’, de massale meezingers. Maar de Ier is geen ‘pleaser’, en doet lekker zijn eigen ding. Uiteindelijk wel een ‘City of Chicago’, ‘Gone to Pablo’, You Couldn’t Have Come at a Better Time’ en ‘Sunny Sailor Boy’, dat hij ooit kado kreeg van Waterboy Mike Scott, maar géén ‘Delirious’ of ‘I Need Love’, de cover van rapper LL Cool J, ironisch genoeg Blooms bekendste lied. Concessies of niet, niemand die meer overtuigt met alleen gitaar en stem, inclusief onevenaarbaar Ierse snik. En Luka Bloom verdient de Mezz. Het is nauwelijks voor te stellen dat zijn performance elders beter tot zijn recht komt dan in dit warme akoestische bad. Volgende keer maar een plaat ‘Live in Breda’?

donderdag 5 november 2009

My name is Luka - vanavond in Mezz


















(interview van 09-11-2007)
Op zondagavond stond hij voor een volgepakt Paradiso. Maandagochtend om tien uur zit Luka Bloom zo fris als een hoentje aan koffie en appelgebak in een café in de Jordaan, op een steenworp afstand van zijn Amsterdamse appartement. “I’m not a fucking rock star, ik ben niet vies van een beetje orde”, zegt de sympathieke Ier.
‘Meer is minder’ is het motto van de geëngageerde zanger/gitarist en dat geldt ook voor zijn muziekbeleving. Luka Bloom (1955, Newbridge, echte naam: Barry Moore), gescheiden, vader van twee zoons (23 en 32) en woonachtig in Blacktrench op het Ierse platteland, vertelt onder meer over zijn eerste platen, zijn ‘éénmanspunkband’, zijn broer (de legendarische folkzanger Christy Moore) en zijn vijftiende wapenfeit, de filmische ambientplaat Tribe.
zie http://www.hifi.nl/allesover.php?id=1903

vrijdag 30 oktober 2009

Geslaagde ode aan RK Veulpoepers BV


lees verder

De Neus in Ruimte-X












RUIMTE-X presenteert in het kader van L’Avventura:

Een ode aan Nikolaj Gogol (1809-1852)

Op 1 april 2009 was het exact 200 jaar geleden dat Nikolaj Gogol het levenslicht aanschouwde in een dorpje in de Oekraïne. De geboorte van ‘de grootste kunstenaar van Rusland’ (Nabokov) en schepper van beroemde verhalen, novellen en romans als De Neus, Dagboek van een Gek, De Mantel en Dode Zielen was aanleiding voor schrijver Dieter van den Bergh en (NRC) fotografe Joyce van Belkom om af te reizen naar de Oekraïne en daar in Gogols voetsporen te treden. De neerslag van hun avonturen wordt op zaterdag 7 november in RUIMTE-X gepresenteerd. Het betreft een fraaie A-6 publicatie, video-opnames en foto’s.

Ook de ‘Bloem van de Natie’, een genootschap van theatrale heren (Twan van Bragt, Bram Gerrits en Gerrit Dragt) dat de wereld al filosoferend, bevragend en kolderiek attaqueert, zag in 200 jaar Gogol aanleiding om de Russisch/Oekraïense meester een theatrale ode te brengen. Met medewerking van het Productiehuis Brabant. Eveneens te beleven op 7 november in RUIMTE-X om 22.00 en 22.45 uur.


Agendagegevens

Datum 7 november 2009

Aanvang 22.00 en 22.45 uur

Plaats RUIMTE-X

Telexstraat 4 a

5038 DJ Tilburg

013 536 02 07


In het kader van L’Avventura, kaarten verkrijgbaar bij De NWE Vorst.

De Gogolpublicatie werd mede mogelijk gemaakt door Bureau Cultuurmakelaar i.h.k.v. Grublit.

donderdag 29 oktober 2009

maandag 19 oktober 2009

Shantel: kroonprins van de Balkan Beats












De Manu Chao van de Balkanpop

Waar Shantel, kroonprins van de ‘Balkan Beats’ komt, is het feest. Deze week in Oss en Tilburg.

Brabants Dagblad
Thuis? Nee, hij zou niet weten waar dat is, zegt een vermoeide Stefan Hantel, onderweg van Frankfurt naar Wenen. Okay, zijn studio staat in Frankfurt, zijn moederstad, maar daar is hij nauwelijks. S. Hantel, alias dj/zanger/gitarist Shantel (Frankfurt 1968), is non-stop op tournee. Vanuit Wenen gaat het straks richting Istanbul, waar zijn nieuwe plaat op één staat, ten koste van Michael Jackson.
“I really love my work”, zegt de Duitser met een accent waar Brüno jaloers op kan zijn. “Ik ben getrouwd met de muziek, heb geen privé-leven, maar ik voel me bevoorrecht. Ik sta op de grote Europese podia, er zijn weinig artiesten die me dit nu nadoen, zéker geen Duitse.”
‘Planet Paprika’ heet Shantels nieuwe plaat. Binnen no time stond de schijf bovenaan de Europese World Music Charts en in tal van Europese hitlijsten. Op de plaat - met wederom een aanstekelijke mix van Balkanfolk en westerse pop, dance en hoempa - borduurt de Duitser voort op het succes van ‘Disko Partizani’ (2007). “Dit is een logisch vervolg op ‘Disko Partizani’. Daar heb ik toen keihard aan gewerkt, deze crossover was toen nog nieuw. Het werd een hit, al vonden sommige critici het te commercieel, te glad. Onbegrijpelijk, want wat ik doe heeft niets met mainstreampop van doen.”
Hoe zijn muzikale mix tot stand komt? Puur intuïtief, bezweert de Duitser. Dat er deze keer meer Griekse invloeden inzitten is toeval. “I’m just a stupid German boy mixing good music. Ik denk niet in nationaliteiten of hokjes, zoals ‘Balkan’. Ik denk niet: welke exotische invloed zal ik er nu weer ’s uitpikken, Chinees, of Grieks? Het ontstaat gewoon.”
Waar Manu Chao de wereld veroverde met zijn grenzeloze latin en patchanka, doet Stefan Hantel dat met de Balkanpop. Maar kom bij de Duitser niet aanzetten met de term ‘Balkan Beats’. “Dat is de naam voor een hype. Een hype gaat over, mijn muziek zal blijven bestaan, beyond Balkan beats.”
De Duitser noemt zichzelf liever ‘Europees muzikant’. “Ik heb een pro-Europese boodschap. Niet in politieke, maar culturele zin. Europa is een lappendeken. Voeg die kleuren bij elkaar, samen ben je mooier en creatiever.” Shantel ziet Europa veranderen; het westen inspireert niet langer het oosten, maar andersom. “Wenen, Berlijn, Istanbul zijn de nieuwe hotspots.”
Wat stijl en succes betreft ging de Bosnische componist Goran Bregovic, koning van de Balkanpop, Shantel voor. “Bregovic opende de deur voor mij. Al vind ik dat hij is blijven steken bij het cliché van de onstuimige Balkanbruiloft. Ik heb een breder bereik, ook hippe kids luisteren naar mijn muziek. Maar Brego blijft een fenomeen. Deze zomer speelde ik met hem samen in Berlijn, geweldig. ‘Je bent erg belangrijk voor de Balkanjeugd’, zei hij. ‘Je laat hen zien dat hun muziek ook stoer en modern kan zijn’.”
Zijn multiculturele muziek heeft ook een integrerende kracht, denkt Shantel. “Ik sta in de top tien van Turkije en Griekenland én in de hitparades van Frankrijk en Duitsland. Deze muziek kweekt begrip voor andere landen en culturen.”
Waar Bregovic volgens Shantel - met alle respect - vast is komen te zitten in het zigeunergetto doorbreekt hij juist grenzen. “Ik heb het lak aan grenzen en paspoorten.” Neem zijn elfkoppige internationale (blaas)orkest: het Bucovina Club Orkestar, een rondreizend circus met momenteel muzikanten uit Parijs, Belgrado, Boekarest en Berlijn. Maar dat kunnen morgen weer allemaal anderen zijn. “Mijn orkest is als een hotel, vol verschillende nationaliteiten. Iedereen huurt voor een paar dagen een plekje en voegt z’n eigen smaakje toe. Daarna komt er weer iemand anders. Zo blijft het spannend én dynamisch.”

Shantel & Bucovina Club Orkestar, o.a. 21 okt, Tivoli Utrecht, 22 okt 013 Tilburg, 23 okt Paradiso Amsterdam, 24 okt Groene Engel Oss.

vrijdag 16 oktober 2009

Humor om te lachen met Micha Wertheim











 

‘Humor is het leukst als niet iedereen er om kan lachen.’
door Dieter van den Bergh
 

Zijn vorige show zorgde voor opschudding. Toch wil de tegendraadse cabaretier Micha Wertheim liever ontroeren dan shockeren. Zo ook in zijn derde programma ‘Micha Wertheim Voor de Grap’, vol waanzinnige logica.


Op je Wikipedia-pagina staat 'Wertheim sloot zijn studie af met een doctoraalscriptie over Frans Kafka onder de titel ‘Wunsch, Indianer zu werden: een onderzoek naar de betekenis van het reismotief in het werk en leven van Kafka’. Is Kafka een absurdistisch inspiratiebron?
“Ik weet echt niet wie die informatie op Wikipedia gezet heeft. Maar het is wel interessant om te merken hoeveel journalisten er over beginnen. Blijkbaar is dat hoe mensen zich op een interview voorbereiden. Even Wikipedia lezen. Ik heb tot mijn tiende alle boeken van Pinkeltje gelezen, maar dat staat niet op Wikipedia. Zowel meneer Dick Laan als Kafka zullen ongetwijfeld ooit invloed op mij hebben gehad. Maar dat is al zo lang geleden. Wat niet weg neemt dat het iedereen natuurlijk vrij staat om mij met Kafka te vergelijken.”

‘Micha Wertheim voor Beginners’ had als uitgangspunt je vermeende arrogantie...
“Mijn eerste theaterprogramma was een parodie op een heel slechte cabaretvoorstelling. Omdat niemand mij nog kende kon ik toen doen alsof ik een totaal over het paard getilde cabaretier was met een ongelooflijk bord voor z’n kop. Het leuke was dat sommige mensen in het publiek niet doorhadden dat het een grap was. ‘Micha Wertheim Voor de Grap’ is hoop ik echt anders. Al zullen er altijd nog mensen zijn die mij maar niets vinden. Ik vind dat op zich helemaal geen probleem. Sterker nog, humor is volgens mij het leukst als niet iedereen er om kan lachen. De slappe lach had je op school ook altijd alleen met een paar mensen, en nooit met de hele klas tegelijk.”

‘Micha Wertheim: dat is toch dat pedante, recalcitrante mannetje met die genadeloos harde grappen?’ Dat is een beetje het beeld dat heerst.
“Dat beeld bestaat geloof ik vooral bij mensen die mij nog nooit hebben zien optreden. Persoonlijk hou ik er van om geraakt te worden als ik naar het theater ga. Theater is wat mij betreft een contactsport. Dus als het mij lukt mijn publiek te raken ben ik blij. Maar het blijft cabaret. De bedoeling is dat er gelachen wordt. Vorig jaar zond de VARA een optreden van mij uit waarin ik een half uur uit eigen ervaring vertelde over wat er gebeurt als je te horen krijgt dat je kanker hebt. Er zijn mensen die dat naar vinden. Die liever niet hebben dat je daar over praat. Die boos opstaan en weglopen.”

Veel mensen denken bij jou aan dat incident in Roermond begin vorig jaar, waarbij een groot deel van het publiek de zaal verliet omdat je een gehandicapte bezoeker zou hebben geschoffeerd. Stoort je dat?
“Het is nooit de bedoeling dat een grap verkeerd begrepen wordt. Maar het is een risico dat je neemt als grappenmaker. In mijn vorige programma zat een stukje waarin ik gehandicapten verweet dat ze zich niet wilden aanpassen aan onze cultuur, waarna ik suggereerde dat ze maar terug moesten naar hun eigen land als het ze hier niet beviel. Door een samenloop van omstandigheden dachten een aantal mensen die avond dat ik er echt zo over denk. Ik vond alle aandacht eerlijk gezegd een beetje overdreven. Als er nu in ieder theater waar ik kwam rellen waren uitgebroken, dan was ik wel aan mijzelf gaan twijfelen. Maar alle andere voorstellingen verliepen heel aangenaam. Die hele rel bevestigde voor mij wel het beeld dat er weinig voor nodig is om in een mediarel terecht te komen. Daar probeer ik in mijn nieuwe programma wel wat over te zeggen omdat die mediarelletjes volgens mij niet geheel ongevaarlijk zijn.”

Hoe vaak moet je wat daar gebeurde nog uitleggen?
“Ongeveer even vaak als ik moet antwoorden op de vraag of ik geïnspireerd ben door Kafka.”

Welke Nederlands cabaretiers zie je zelf graag?
“Zo veel. Van Hans Teeuwen, Theo Maassen en Marc-Marie Huijbregts heb ik veel geleerd. Kees Torn en Katinka Polderman zie ik graag aan het werk. Daniël Arends vind ik onweerstaanbaarder grappig. Maar als ik een tip zou mogen geven dan is het de Belgische zanger en cabaretier Roy Aernouts. Die zouden meer mensen echt moeten gaan zien.”

‘Micha Wertheim Voor de Grap’, 17 oktober, De Kring Roosendaal, 23 oktober De Bussel Oosterhout.

zaterdag 26 september 2009

Rene van 't Hof: 'Ik ben bloedserieus'




of lees verder hier










René van ’t Hof, getogen in Breda, werd bekend met geestige tv-rollen, maar is daarnaast al jarenlang succesvol toneelacteur. Momenteel speelt hij in ‘Boe! Een spookverhaal voor grote mensen’, een grensverleggend stuk van het RO Theater. Morgen te zien in Chassé.

‘Doe je eigenlijk nog wat?’, vragen ze hem wel ‘s op straat. “Euh, ik sta sinds een jaar of vijfentwintig in het theater en dat doe ik nog steeds”, antwoordt hij dan.
Voor het grote publiek is Réne van ’t Hof nog steeds Kees Flodder. “Ruim twintig jaar geleden heb ik ooit een film gedaan, in een andere wereld”, zegt hij. “Met gigantisch grote gevolgen die ik nooit heb voorzien. Die film verscheen op video, dvd, en blijft maar uitgezonden worden. Dan krijg je dus dit.”
En is het niet Kees Flodder, dan is het wel Fritzi van ‘Jiskefet’, het oude vrouwtje uit ‘Ober’, Eppie uit ‘Alles is Liefde’, desnoods Teun uit ‘Pietje Bell’.
Toch is Van ’t Hof (1956) vooral toneelacteur, en een doorgewinterde ook. Medeoprichter van Carver, gelauwerd bij het Onafhankelijk Toneel. In ‘Boe! Een spookverhaal voor grote mensen’ speelt hij zijn tweede grote rol voor het Rotterdamse RO Theater, na ‘Het Misverstandt’, met John Buijsman, Jack Wouterse en Annet Malherbe. ‘Boe!’ werd geschreven door theatermaker Jetse Batelaan (1978), die naam opbouwde met vernieuwend, vaak absurdistisch theater. In ‘Boe!’ gaat Batelaan nóg een stap verder. Het bijna tekstloze, associatieve verhaal, waarin mime en choreografie een belangrijke rol spelen, is nauwelijks na te vertellen. Wáár het zich afspeelt al helemaal niet. Op het podium staan vier acteurs - Van ’t Hof, Sylvia Poorta, Willemijn Zevenhuijzen en Bram Koopmans - maar in de zaal zitten er nog veel meer. Het publiek speelt - met een koptelefoon op het hoofd - namelijk zelf mee. “Voor mij was dit ook nieuw”, zegt Van ’t Hof. “Voor de repetities hadden we publiek nodig, we hebben mensen opgetrommeld via advertenties. Heel bijzonder.”
Als tv-acteur wordt Van ’t Hof vaak gecast voor opvallende rollen: de excentriekeling, de etter, de slungel, de droogkloot; hij zegt nooit veel, maar dankzij zijn mimiek heeft hij altijd de lach aan zijn kont hangen. Zo ook op toneel: hij hoeft maar op te komen, en de zaal ligt al in een deuk. “Heel vervelend”, vindt de acteur zelf. “Ik ben vaak ook bloedserieus, balanceer op het randje tragisch-komisch, hou van het grensgebied tussen ontroering en de lach ” ‘Boe!’ is ‘vrij serieus’, zegt hij, maar op z’n tijd ook ‘zeer geestig’, al is het vooral de ‘zenuwlach’.
Weinig bekend over Van ’t Hof, geboren in Rotterdam, is dat hij zijn jeugd doorbracht in Breda. Moeder kwam uit Weert, vader uit Rotterdam, dus werd besloten daar tussenin te gaan wonen. Het gezin Van ’t Hof kwam terecht in de wijk Doornbos, aan de Balïendijk. René was vijf. Hij doorliep de Doornbosschool, zat op voetbal bij Advendo en turnde fanatiek bij LIOS (Lenigheid is ons Streven). Hij had toen al een passie voor theater. “Ik was enorm fan van ‘Ja Zuster Nee Zuster’, en idolaat van Leen Jongewaard. Na een geslaagde afscheidsmusical in de zesde klas, waarin hij de hoofdrol van Meester Pennelik vertolkt, weet hij dat hij het theater in wil. Na de havo (het Onze Lieve Vrouwe Lyceum) verhuist Van ‘t Hof in 1976, op zijn negentiende, voor de Mimeschool naar Amsterdam, waar hij sindsdien woont. Maar nog steeds voelt de acteur zich Bredanaar. “Breda is een geweldige stad om op te groeien, al zou ik er nu nooit meer willen wonen. Te benauwd.” Zijn vader overleed al in 1981, zijn moeder vorig jaar, toch zal Van ’t Hof ook de komende jaren nog veel in Breda zijn. Bijvoorbeeld om traditiegetrouw carnaval te vieren met zijn Bredase vrienden. Een groot deel van de carnavalsclub zal morgen ook wel in het Chassé Theater zitten, verwacht hij. Of Van ‘t Hof zal blijven slapen bij vrienden - zoals met carnaval - of met zijn toneelcollega’s terugrijdt naar de Randstad, daar is hij nog niet over uit. Maar de verleiding voor de eerste optie is groot. Erg groot.

‘Boe! Een spookverhaal voor grote mensen’, vrijdag 25 september, Chassé Theater Breda, 20.30u, donderdag 1 oktober Verkadefabriek Den Bosch, 20.30u.

(uit: BN/De Stem 24 september)

woensdag 23 september 2009

Stadsdichter Van Raak praat maar raak


lees verder hier dan!

Roland Verstappen op Brabantse toer

Zanger/gitarist Roland Verstappen kan in Brabantse ‘liekes’ pas echt zijn gevoel kwijt. Vrijdagavond staat hij in Zaal 16. Lees verder papieren Brabants Dagblad!

maandag 21 september 2009

dinsdag 8 september 2009

‘Pulpschrijver’ Thomése naar Zaal 16




P.F. Thomése een klapper op Lowlands? De schrijver van bloedserieuze werken als Schaduwkind? Ja, sinds de geestige ‘pulproman’ en bestseller J. Kessels: The Novel is de auteur, ooit journalist in Tilburg bij Nieuwsblad van het Zuiden, helemaal seks, drugs & rock ’n roll. Eigenlijk is Pieter Frans (1958) dat al sinds zijn ‘schandaalroman’ Wladiwostok! (2007) en zelfs al een beetje sinds Greatest Hits (2001), het moment dat J. Kessels zijn ‘autobiografische’ verhalen binnen kwam lopen. J. Kessels (zie foto!) is zijn echt bestaande ‘holmate’ Jos; de kettingrokende, bleke columnist van het Eindhovens Dagblad en woonachtig in Tilburg-Noord. The Novel is een muzikale, Bukowski-achtige roman, met het doldwaze verslag van een reis naar (de hoerenbuurt van) Hamburg en weer terug. Te beginnen thuis in Tilburg bij Bertje de Braaij en zijn bloedmooie zus Birgit in het Cafetaria Van Vroeger, waar ‘vreeswekkend grote frikadellen (de zogeheten ‘negerlullen’ plaatselijk bekend van de ‘negerlul speciaal’) zich gaar lagen te gillen in het hete frituurvet, waar ook de meisjes heet waren als uitgegaard vlees, waar de vette dampen zwetend neersloegen op de afwasbare witte tegels’. Niet iedere lezer was even blij met de ruige ommezwaai van de schrijver. ‘Moet dat nou?’schreef mevrouw G. Naaijkens uit Goirle, doelend op de overvloedige passages waarin het achterste van Birgit, alias B.B., zo enthousiast wordt bezongen. “In Schaduwkind schreef u de prachtigste zinnen die ik mij kan heugen, dus dan is dit wel enigszins teleurstellend om te moeten lezen.”
[DvdB]

Literaire Salon, 10 september, Zaal 16, 20u, 6 euro.


maandag 7 september 2009

Grublit: Tilburg op z'n kop


lees verder hier dan

Shantel: Planet Paprika

Shantel & Bucovina Club Orkestar
Planet Paprika
(Essay/Coast to Coast)

Oh nee, wat is dit voor een kleuterpop met kauwgomballensmaak? Het is de natuurlijke eerste reactie bij een liedje van Shantel. Tenminste, als Shantel het liedje zelf zingt. Shantel is namelijk geen groot zanger, sterker nog: Shantel is een zanger van niks. En het gaat nergens over. Op Planet Paprika is het al niet anders. Nee, zijn liedjes komen vaak nauwelijks op gang, ja maar dan, ja maar dan... Dan komt het orkest los, de accordeon, de koperblazers, de zangeressen, en hiermee het kippenvel en de danslust. Het Bucovina Club Orkestar doet de zingende Shantel snel vergeten met haar vlammende Balkanfolk. Hoogtepunten: de oude rembetika-kraker Sura Ke Mastura, Being Authentic en Binaz in Dub. Wie al die muzikanten zijn doet er niet toe, dit is de Stefan Hantelshow. En dat de Duitse dj schaamteloos jat en lustig hergebruikt (zoals clubhit Bucovina), what the hack? Shantel, de Manu Chao van de Balkanpop, swingt als een tiet en grijpt je bij de danskladden.
(DvdB)

(uit: Mixed Magazine)

OMFO: Omnipresence


OMFO
Omnipresence

Borat gebruikte voor zijn film tracks van zijn Trans Balkan Express; het heeft OMFO wat bekendheid geen windeieren gelegd. Net zo min als zijn Shantel-remixen. Voor Omnipresence zocht Our Man from Odessa alias German Popov de inspiratie niet op de Balkan maar in Centraal-Azië en het Midden-Oosten. De reis van de Oekraïense Amsterdammer voert langs onbekende streken als Azerbeidjan, Tajikistan, Turkmenistan en de Oeigoerse regio Sinkiang in China. OMFO maakt relaxte lounge en triphop, dus alles gaat op z’n elfendertigst. De grotendeels instrumentale plaat voert langs loom chantende sjamaans, waterpijplurkende locals, langs woestijnen, bazaars en moskeeën en langs de verschrikkelijke yeti. Exotische, sprookjesachtige tripmuziek die op z’n slechtste momenten doet denken aan restaurant Sultan om de hoek of aan de etno-ambient-van-weleer van Deep Forest, maar die meestal authentiek en swingend genoeg is om ook zonder opiumkuur te blijven boeien. Slechts heel even schrik je op uit je hangmat, als er plots een mitrailleursalvo klinkt in Bhagdub.
(DvdB)

(Uit Mixed Magazine)

RotFront: Emigrantski Raggamuffin



RotFront
Emigrantski Raggamuffin
(Essay/Coast to Coast)

De invloeden variëren van The Clash en Ghetto Boys tot Taraf de Haïdouks en Boney M. Toch is het juist de sterkte van RotFront dat de ‘nonstop diskohits’ op dit langverwachte debuut net niet té melig worden. Nét niet. De Berlijnse groep rond de Oekraïense zanger/gitarist Yuriy ‘RussenDisko’Gurzhy, twee Hongaren, een Amerikaan, een Australiër en vijf Duitsers, maakt in even zoveel talen ‘emigrantski raggamuffin’, ofwel een feestelijke turbomix van Oostblokfolk, (dub)reggae, polka, hiphop, cumbia en punk. En en passant wordt de klezmerton uitgevonden. En dit allemaal met echte instrumenten. Onder andere accordeonist Daniel Khan en de Hongaarse zangeres en actrice Dorka Gryllus maken deel uit van de band. Thema van de songs: het alledaagse leven van een immigrant in metropool Berlijn. Emigrantski Raggamuffin is een pretentieloze feestplaat, lekker voortstoempend op de wodkabeat. Zeker ook live een sensatie, zo wordt beweerd. Voor wie binnenkort naar Berlijn gaat: RotFront is de huisband van Kaffee Burger.
(DvdB)
Uit Mixed Magazine)