woensdag 7 november 2007

Goran Bregovic, keizer van de Balkan















Interview met Goran Bregovic, Parijs (Muziekblad OOR augustus 2002)

"Natuurlijk ben ik een dief, ik steel van Budapest tot aan Istanbul"

Goran Bregovic is al jaren een ster van Moskou tot Istanbul. Maar zijn succes voert steeds verder westwaarts. Zuid-Europa viel al voor het Genie van de Balkan, en ook Duitsland en België gingen plat. Het lijkt nog slechts een kwestie van geduld voordat ook Nederland de Kalasnjikov danst.

door Dieter van den Bergh

Goran Bregovic is een rasechte Balkanees, van "westerse" bescheidenheid heeft hij geen last. Zijn telefoon speelt de melodie van zijn eigen Ausencia-tango. De Bosnische componist heeft met zijn orkest net de eerste van drie uitverkochte concerten afgewerkt in het statige Parijse circustheater Cirque d'Hiver. Hij heeft zijn sjieke witte podiumpak verruild voor een floddertrui, een fluwelen paarse broek en goudkleurige lakschoenen. Hoe het ging? "Zoals altijd, the people went mad," lacht hij. "Wie had dat ooit gedacht; drie uitverkochte concerten in een land waar ze kaas eten na het diner!" Hoewel Goran Bregovic (1950, Sarajevo) al tien jaar in Parijs woont, is zijn "muzikale adres" de Balkan. Werken doet hij alleen in zijn "natuurlijke omgeving" in Belgrado, waar hij een studio heeft. In de jaren zeventig en tachtig was Bregovic de sleutelfiguur van de rockscene in Tito's Joegoslavië. Met de groep Bijelo Dugme, waarvan hij gitarist en bandleider was, verkocht hij meer dan vijftien miljoen platen in Oost-Europa. Shepherd's rock werd het genoemd, populaire rock met Joegoslavische folkinvloeden.



"Ik was de grootste rock & roll-ster van Joegoslavië", vertelt de Bosniër met een dromerige glimlach. "Natuurlijk, in het Westen is het moeilijk te vatten dat ook wij echte rocksterren hadden. Maar ik denk dat mijn land meer rock & roll was dan welk westers land ook. Alleen met rockmuziek kon je ontsnappen aan het communisme. Het was de enige manier om te protesteren tegen het regime zonder in de gevangenis te belanden." Na vijftien jaar de langharige, goodlookin rockster te hebben gespeeld, heeft Bregovic er in "88 schoon genoeg van en hangt zijn rockgitaar aan de wilgen. "Als je een rock & roll-leven leidt, gigantisch veel platen verkoopt en optreedt in stadions is de verleiding groot om door te gaan. Maar ik wilde muziek maken in plaats van carrière. Bovendien was de sfeer bij mijn concerten een paar jaar voor de oorlog behoorlijk verziekt. In Kroatië kwam het publiek met Kroatische vlaggen aandragen, in Servië met Servische. In nationalistische hysterie had ik geen zin." Met dank aan zijn vriend en (inmiddels gevierd) filmmaker Emir Kusturica begint Bregovic aan een tweede jeugd als filmcomponist. Als Kusturica hem in 1989 vraagt om muziek te schrijven voor zijn zigeunerfilm Time of the Gypsies twijfelt hij. "Ik was toe aan rust, ik had absoluut geen zin om aan het werk te gaan." Maar uit "kameraadschap" helpt hij zijn vriend. "Kusturica had budget-problemen, dus heb ik de studio"s enzo betaald en meegewerkt voor weinig geld." De film wordt een succes, mede dankzij de muziek van Bregovic; een filmische mélange van fanfarefunk, zigeunermuziek, klassiek, ambient, oriëntaalse klanken, hoempa en spirituele orthodoxe kerkmuziek, aangelengd met een flinke scheut rock. Met een even poëtisch, bombastisch als simpel geluid introduceert de Bosniër een geheel nieuwe Balkan-crossover, de Bregovic-style, die veel navolgers zou krijgen, met name in de Balkan. De samenwerking met Kusturica wordt voortgezet met Arizona Dream (met Johnny Depp). Maar als in 1991 in Bosnië de oorlog losbarst vluchten Bregovic en Kusturica samen naar Amerika om daar de film af te maken. "Ik had geen keus, het was vluchten of soldaat worden." Na de opnames verhuizen de twee naar Parijs. Hier moet Bregovic van voor af aan beginnen. Zijn vergaarde rijkdom, waaronder huizen, een autopark en boten, maar ook zijn gehele muziekarchief , zijn verloren gegaan in de oorlog. "Filmmuziek schrijven was de enige job die me aanboden werd. In de eerste jaren van de oorlog heb ik zeker vijftien films gedaan. Ik had het geld hard nodig." De bekroonde film Underground is in 1995 het onbetwiste hoogtepunt van de succesvolle tandem Kusturica-Bregovic, maar tevens hun laatste verbond. In het briljante oorlogsepos speelt een onvermoeibare turbofanfare een prominente rol. Uitsmijter is de razende, punky song Kalasnjikov. "Een ironisch liedje over de oorlog", aldus Bregovic. "Iemand wil persé een nieuwe Kalasjnikov en is bereid daar alles voor op te offeren. Oftewel, hoe gek wordt een man in tijden van oorlog."
Bregovic werkt zich op tot een soort Ennio Morricone van de Balkan. In sommige gevallen worden zijn soundtracks zelfs bekender dan de films, zoals Arizona Dream, met een glansrol voor Iggy Pop, de Franse kostuumfilm La Reine Margot met Ofra Haza, en zelfs Underground, met een bijdrage van Césaria Evora. Niet voor niets wordt Bregovic nog steeds vaak aangeduid als filmcomponist. Hij wordt er zelf een beetje moe van. De laatste jaren schreef hij nauwelijks nog voor film. De reden voor de breuk met Kusturica zou zijn - zo wordt gefluisterd - dat de filmmaker boos is omdat Bregovic zijn filmmuziek op het podium uitbuit. "Schrijven voor film is zonde van m"n tijd. Ik pas gewoon niet in die industrie en heb het geld niet meer nodig", is het enige wat Bregovic erover kwijt wil. Liever doet de Bosniër de laatste jaren zijn eigen ding. Hij maakte succesvolle platen met de Griekse rocker George Dalares (ook te zien op Crossing Border), de Turkse sterzangeres Sezen Akzu en werkte met Scott Walker. Ook ging hij meer optreden. Aanvankelijk met een honderdkoppig orkest, waaronder zijn eigen Wedding & Funeral Band, bestaande uit zijn rechterhand en multi-instrumentalist Ognjan Radivojevic en een Servische brassband, deels Roma-zigeuners. Zijn huidige "extra" orkest bestaat uit een orthodox mannenkoor uit Belgrado, een Pools strijkorkest en drie vrouwelijke voix Bulgares; 43 mensen in totaal. Postmodern eclectisme? "Ik ben nu eenmaal geboren op een postmoderne plek. De enige plaats in de geschiedenis waar drie grote religies, christelijk-orthodox, katholicisme en islam, in één gebied samenleven. Maar juist daarom is het altijd zo"n unhappy place geweest met een verschrikkelijke geschiedenis. Joegoslavië was etno-Frankenstein in alle opzichten; politiek, religieus en cultureel. Samengesteld uit losse stukjes die niet goed passen. In mijn muziek passen de stukjes wel. Het is eclectische muziek uit een eclectisch land, heel natuurlijk. De werkelijkheid is helaas anders." Als zoon van een Servisch-orthodoxe moeder, een Kroatisch-katholieke vader en echtgenoot van een moslim-vrouw is Bregovic een symbool van het multi-etnische ex-Joegoslavië. Maar van een voorbeeldfunctie wil hij niets weten. "Ik wil geen enkele boodschap uitdragen, het gaat puur om de muziek. Ik heb niet de illusie, zoals sommige westerse muzikanten, dat een kunstenaar iets kan veranderen in de wereld. Ik kom uit een communistisch land, ik weet wat de macht van kunst is; niets. Militarisme rules." Toch kreeg zijn muziek tijdens de oorlog een onbedoelde politieke lading, door de zogenaamd nationalitische Servische fanfareliederen, de rode draad in Bregovic muziek. Muziek die voor het grootste deel voortkomt uit een oude militaire traditie, later geadopteerd door zigeunermuzikanten. "Mijn muziek is soms verkeerd begrepen. Je bent nu eenmaal voor of tegen in een oorlog, maar ik nam geen stelling, dacht alleen maar aan de slachtoffers. Ik heb pas recentelijk weer op kunnen treden in Sarajevo en Zagreb. Dat ze daar naar deze muziek konden luisteren zonder politieke bijsmaak was voor mij het teken dat de oorlog voorbij was."
Hoewel Bregovic met superlatieven wordt overladen, zijn er ook kritische geluiden. De Bosniër zou een slimme zakenman zijn, zelfs een dief, die met gerecycelde traditionals zijn zakken vult. "Natuurlijk ben ik een dief, ik steel van Budapest tot Istanbul. Maar het gebeurt onbewust. Ik gebruik de bestaande muziektradities die ik ken, maar doe er wel iets nieuws mee, iets van deze tijd. In veel Balkan-landen zullen ze dingen herkennen die van hen gestolen zijn. (lachend) Misschien is dat wel het geheim van mijn succes."

Geen opmerkingen: